Het spraakmakende boek van Andrew Keen The Cult of the Amateur is in Nederland vertaald als De @-cultuur. Dat kun je uitspreken als ‘de apencultuur’ maar de Engelse titel is toch veel venijniger, cult betekent immers ook sekte. Met die titel raakte Keen meteen de roos want internetliefhebbers reageerden als door een wesp gestoken op zijn aanklacht tegen de oppervlakkige, parasitaire cultuur. Sekteleden staan over het algemeen niet open voor kritiek. Maar gaat het daar om?

Keen verguist veel van wat op internet populair is en hij wordt op zijn beurt verguisd door de digerati, de loopgraven zijn betrokken. Dat is jammer want het debat is te lang uit gesteld. Zo lang dat het inmiddels overbodig aan het worden is.

Wij amuseren ons kapot
Ik ben geneigd te sympathiseren met Keen, zijn kritiek op de gratiscultuur is terecht, daar schreef ik hier al eerder een column over. Maar hij is ook een overdreven cultuurpessimist die doet denken aan Neil Postman. Deze in oktober 2003 overleden mediacriticus schreef in 1984 het geruchtmakende boek ‘Wij amuseren ons kapot’ over de allesvernietigende werking van televisie. Als je de boeken van Postman en Keen naast elkaar legt, kom je tot een heel andere conclusie dan het debat nu opgaat.

Postman geeft in zijn boek het voorbeeld van Amerikaanse presidentsverkiezingen uit de negentiende eeuw. De kandidaten waaronder Lincoln namen indertijd ruim de tijd om met elkaar te debatteren en zo het publiek te overtuigen van hun standpunten. Postman verhaalt van een debat in Illinois waarbij de hele zaal na een middag debatteren naar huis ging om te eten en daarna terugkeerde om verder te luisteren. Dat waren nog eens tijden, denkt de cultuurpessimist, want vroeger was alles beter. Postman plaatste er de oppervlakkigheid van het hedendaagse televisienieuws tegenover. Het debat wordt door de tv gereduceerd tot soundbites die ons niets vertellen, constateerde hij. We hebben het afgeleerd ons te concentreren. Conclusie: we worden almaar dommer en niemand die zich er druk om maakt.

Obama
Ik moest aan dat betoog denken toen ik een paar weken terug keek naar een speech van Barack Obama op internet over racisme in de samenleving. Die speech duurde bijna drie kwartier. Ik keek hem helemaal uit. Niet op tv maar op Youtube, een van de sites die door Keen wordt verketterd als symbool van de nieuwe oppervlakkigheid.

Wat zou Postman er van gevonden hebben vroeg ik me af, zonder het antwoord te kunnen bedenken. De speech deed sterk denken aan de taferelen die hij met zoveel enthousiasme beschreef. Dit was geen politiek praatje, het was een redevoering met het doel het gehoor op andere gedachten te brengen.

Op de televisie werd de rede van Obama teruggebracht tot het beproefde tv-recept: enkele quotes in een bad van duiding en commentaar. Op internet was het hele verhaal te zien. De Youtube-film werd door inmiddels door meer dan vier miljoen mensen aangeklikt. Die keken vast niet allemaal tot het einde maar zelfs als maar een procent dat heeft gedaan zijn het er meer dan een zaal in de 19e eeuw. Zou Postman tevreden zijn geweest?

Informatiepakhuis
We zijn niet kapot gegaan aan amusement, zoals Postman voorspelde. Weliswaar wordt op televisie alles in amusement gedrenkt maar dat komt ook omdat televisie zo’n lastig medium is om inhoudelijke informatie over te brengen. Informatie is het eerste dat sneuvelt bij iedere revisie van om het even welk script. ‘Het loopt niet lekker’, heet dat.

Internet kun je ook zien als een reactie op het medium televisie. Het is een informatiepakhuis. Er is niets wat je niet kunt vertellen via internet. Het enige probleem is dat we de methodes om die informatie over te brengen, anders dan vaak gedacht wordt, zwak beheersen maar we zijn ook nog maar net begonnen. Er zijn amper sites die in impact kunnen evenaren met de zeggingskracht van een populair tv-programma, een goede krant. Dat ligt niet aan het medium internet maar aan onze vaardigheid daarmee. Die discussie wordt naar mening te weinig gevoerd, maar ook dat is een kwestie van tijd.

Nieuwe elite
Keen sombert als Postman over de oprukkende oppervlakkigheid, het amateurisme, het luie denken. Dat bestaat allemaal maar er bestaat ook nog iets anders. Geïnteresseerden hebben tot meer informatie toegang dan ooit tevoren, op een manier waar Postman en de 19e eeuwse politici alleen maar van konden dromen. Volgens Keen gaat die rijkdom alleen maar gepaard met parasitair gedrag. Daar heeft hij gelijk in en ik veroordeel dat net zo hard als hij maar dat houdt niet automatisch vernietiging in.

Muzikanten verdienen door de piraterij nu meer geld met het geven van optredens dan met cd’s. Over de teloorgang van de muziek-cd kun je somberen maar internet speelt ook een andere, veelal onderbelichte rol in de muziek, namelijk met de entreeprijzen. De prijzen voor tickets van grote acts zijn de afgelopen jaren enorm gestegen. Dat komt door internet en de mogelijkheden die het biedt tot zwarte handel. De prijsopdrijving die de handelaren toepassen wordt door muzikanten logischerwijs gekopieerd. Als er op Ebay 150 euro wordt betaald voor een ticket dan kun je dat bedrag ook aan de kassa vragen. Het resultaat is op termijn dat alleen gefortuneerden en devote fans met veel spaardrift naar concerten kunnen.

Beide voorbeelden passen in een ontwikkeling van internet die een heel andere kant uitgaat dan al het amateurisme waar je over struikelt doet vermoeden. Er kijken meer mensen dan ooit naar een politieke speech en mensen hebben meer geld over voor cultuur dan vroeger. Allebei door internet.

Noem het een nieuwe elite. Die zijn voor de toekomst van internet interessanter dan de amateurs van Keen.

Al 8 reacties — discussieer mee!