perugiaHet is niet zozeer de vraag of de krant blijft bestaan alswel of de serieuze journalistiek kan overleven. Aldus Roy Greenslade, voormalig hoofdredacteur van The Sunday Times, schrijver van het boek ‘Press Gang: How newspapers made profits from propaganda’ en media-commentator van The Guardian, tijdens het International Journalism Festival in Perugia. Greenslade ziet drie toekomstige businessmodellen. Maar hoe dan ook zal de journalistiek zich opnieuw moeten uitvinden.

De krant is ten dode opgeschreven. Daar is geen twijfel over mogelijk. Roy Greenslade trekt die conclusie op basis van de geschiedenis van de Britse dagbladpers. Die sector kende altijd een gezonden economische basis doordat het commerciële producten waren. Met de opbrengst van advertenties werd het werk van journalisten betaald. Dat model loopt echter ten einde. De advertenties verdwijnen naar het internet waarmee de economische basis onder de dagbladjournalistiek wegvalt. Er is, simpel gezegd, geen systeem meer waarmee de kwaliteitsjournalistiek betaald kan worden.

Goed, er zal misschien nog langere tijd ruimte blijven voor een krant als elitair product. Maar het is volgens Greenslade helemaal niet boeiend welk platform de journalistieke arbeid draagt. Veel belangrijker is het of die journalistieke arbeid op zichzelf kan overleven. “De huidige crises in de dagbladjournalistiek begon al aan het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen al zag je dat oplages begonnen in te zakken. Er was toen nog helemaal geen internet, dus moet je je afvragen wat er in die tijd aan de hand was wat die oplagedaling veroorzaakte.”

Met de auto naar het werk
Greenslade wijst op allerlei sociologische oorzaken. “Een voorbeeld: steeds meer mensen gingen met de auto naar hun werk. Dat betekende dat ze onderweg geen krant meer lazen in de bus, trein of metro. De autoradio nam voor die mensen het brengen van nieuws over. “
Bovendien kreeg de krant concurrentie van andere media als de tv. De grootste oplagedaling voor de kranten trad echter op na de komst van het internet. Greenslade stelt daarbij vast dat de ‘serieuze’ pers in zijn land er beter in slaagt het economische hoofd nog boven water te houden, dan de ‘populaire pers’. Die stelling werd overigens genuanceerd door de eveneens in Perugia aanwezige Bertrand Pecquerie, directeur van het World Editors Forum. Die wees erop dat bijna overal in de westerse wereld betaalde dagbladen op doordeweekse dagen verlies maken. Het geld wordt verdiend met de weekendedities. Zo goed gaat het volgens hem dus ook weer niet met de kwaliteitspers.

Greenslade: “Als commercieel model loopt de krant ten einde. Maar het gaat niet om de krant. Het gaat om de journalistiek. Wie betaalt straks onze salarissen als we allemaal op het web zitten? We moeten dus op zoek naar nieuwe financieringsmodellen.”

Charitas
Hij ziet drie alternatieve modellen voor de pers. De eerste is charitas. Het onlangs opgerichte journalistieke onderzoeksbureau ProPublica in de VS is er een voorbeeld van. Charitatieve instellingen of rijke individuen steunen nuttig journalistiek werk. En, zo betoogt Greenslade, zo heel vreemd is dat nou ook weer niet. Een deel van de Britse pers ontstond op die manier. In die zin is het min of meer ‘terug in de tijd’.

Bij het tweede model moeten uitgevers ernaar streven te diversifiëren in hun producten. “Anything goes.” Als het maar winst oplevert. Boeken uitgeven, zelfs activiteiten die buiten het traditionele uitgeven liggen. Met als ultiem doel om de winsten terug de journalistiek in te pompen. Winst krijgt op die manier een directe – journalistieke – bestemming. Het is, zo geeft Greenslade toe, wellicht een wat idealistische kijk op de realiteit.

Bij het derde model moeten de traditionele dagbladen globale spelers zien te worden. The Guardian heeft via het internet nu al meer lezers in de VS dan in Groot Brittannië. Het gevaar loert daar om de hoek dat in de toekomst een handjevol grote media-tycoons alles beheersen en controleren. “Daarbij moet ook de journalistiek zelf zoeken naar nieuwe modellen. Dan Gillmore zei al: Informatie is tegenwoordig geen ‘lecture’ meer maar een ‘conversation’. Journalisten moeten nadenken hoe ze daar mee om kunnen gaan.”

Theo Dersjant

Theo Dersjant is een Nederlandse journalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek.
Profiel-pagina
Al 4 reacties — discussieer mee!