De pers lijdt onder het streven naar winstmaximalisatie van haar eigenaren, wordt vaak gemopperd. Aandeelhouders à la Apax, Mecom (Wegener) en De Telegraaf negeren het feit dat sommige journalistieke aktiviteiten vanwege hun maatschappelijke betekenis extra bescherming nodig hebben. Ze keren redactiebudgetten binnenstebuiten, dringen op commercialisering aan of heffen complete titels op. Binnen het Telegraaf-concern is de aandeelhoudersdruk kennelijk zo groot dat de hoofdredacteur van Spits voorstelt maar openlijk op de redactioneel-commerciële toer te gaan.

Gelukkig, zou je zeggen, leert een rekensom dat dit rücksichtslose winststreven de Nederlandse pers maar gedeeltelijk kan raken. Op basis van jaarverslagen en andere officiële gegevens heb ik becijferd dat van de ruim 1,1 miljard euro* die in ons land aan journalistiek-informatieve uitgaven en programma’s wordt besteed, slechts 37% in de profit sector circuleert. We hebben het dan over RTL Nieuws, BNR, het ANP, een groot aantal dagbladen en een groep opiniebladen en andere journalistieke tijdschriften.

Stevige winsteisen
Nog eens 11% van het totale budget circuleert in een semi-profit omgeving. De grootste speler is hier PCM, dat commerciële principes huldigt en stevige winsteisen aan zijn kranten stelt maar sinds het vertrek van Apax volledig in handen van een aantal Stichtingen met ideële doelen ligt (zo wil grootaandeelhouder Stichting Democratie en Media (88,3%) “pluriforme opiniërende media in een democratisch staatsbestel bevorderen”).
Ook de Geassocieerde Pers Diensten (GPD) vallen in deze tussencategorie: zij werken voor commerciële kranten maar functioneren in de praktijk als journalistieke coöperatie.

De rest van het geld – zo’n 52% – circuleert binnen non-profit organisaties of wordt vanuit die hoek gefourneerd. De Publieke Omroep, de regionale omroepen, de Wereldomroep, het Fonds voor bijzondere journalistieke produkties en het Stimuleringsfonds voor de Pers zijn hier de belangrijke spelers.
In euro’s (x 1.000):

tabeldnr

De hamvraag is of deze situatie onze pers beter tegen crises beschermt. Dat de gemiddelde journalist bij Wegener, De Telegraaf of RTL Nieuws angst koestert voor op winstmarges en dividenden azende aandeelhouders, is reëel. Maar is de rest van de Nederlandse pers minder kwetsbaar doordat eigenaren en managers zich door nobeler principes laten leiden?

Zachte heelmeester
Het valt te betwijfelen. De tijd dat non- of semi-profit managers maling aan winst- en verliesrekeningen hadden en de boekhoudprincipes van het voormalige oostblok toepasten, is voorbij. Verdoezeling van verliezen en overheadkosten werkt eventjes maar explodeert uiteindelijk in het gezicht van de zachte heelmeester, hebben ze, bij voorbeeld bij PCM, op pijnlijke wijze ervaren. Vooral bij Het Parool zijn op die manier miljoenen in rook opgegaan.

Het kwakkelende Trouw zou in de full-profit omgeving van De Telegraaf natuurlijk al verdwenen zijn, maar ook de managers en bestuurders van PCM blijven rekenen. Niet voor niets wilden ze Het Parool destijds opheffen. Frits van Exter zei het als hoofdredacteur van Trouw zo: “Er zijn wel potjes binnen PCM beschikbaar, men is wel bereid tot vernieuwing, maar de verwachting is dat je je eigen broek ophoudt en een bijdrage levert aan het rendement. Elk plan wordt in die context beoordeeld.”
Je mag aannemen dat dit ook gaat gelden voor nrc.next, dat nu nog niet alle door PCM en NRC Handelsblad gemaakte kosten krijgt doorberekend.

Calculeren en wringen
Het bizarre is dat bij de Publieke Omroep – waar de druk om winst te maken geheel absent is – minstens zo gretig naar winsten en verliezen wordt gekeken, zij het hier vooral in marktaandelen en publieksaantallen. Toegegeven, er is ruimte voor documentaires en informatieve programma’s die in een profit omgeving geen kans zouden maken, maar wel in toenemende mate op ongunstige tijdstippen en slechtbekeken zenders. Binnen de PO circuleren plannen die Radio 1 getalsmatig populairder moeten maken maar de zender en passant van diepgang en kwaliteit beroven. Het NOS-Journaal heeft veel extra journalistieke taken (24 uur nieuws, internet) op zijn schouders genomen, zonder de personeelsbezetting navenant uit te breiden. Enzovoorts.
Samenvattend: ook hier is het calculeren en wringen. Vaak vervult de overheid hier de rol van budget-beknibbelende aandeelhouder en is de uitvoering gedelegeerd aan bureaucraten die zich vastbijten in “efficiency-slagen” of te weinig visie hebben om zich daartegen te verzetten.

Geduld met aanloopverliezen
Voor de individuele documentairemaker is de vraag of hij binnen een profit of non-profit omgeving werkt, van levensbelang. Maar voor de big picture telt dat niet. De pers in haar totaliteit is vooral gebaat bij eigenaren en managers met een ongeneeslijke obsessie voor goede, onafhankelijke informatie, en die tref je zeker zo vaak buiten de non-profit sector aan. Ik denk aan een Bert Groenewegen (PCM), een Jur van Ginkel (Barneveldse Courant) of een Cornelis van den Berg (De Pers). Het betreft het type uitgever of manager dat de journalistieke missie koste wat kost centraal plaatst, doorgaat waar anderen stoppen, oplossingen bedenkt waar anderen opgeven.

In het mooiste geval helpen deze managers een organisatiestructuur ontwikkelen die zich niet door corporate raiders, banken, bureaucraten of overheden laat aanvreten. Bij onze westerburen lopen de stoere voorbeelden hiervan dwars door de drie categorieën heen:

The Economist (profit)
The Guardian Media Group / Scott Trust (semi-profit)
BBC (non-profit)

Van dat soort bastions zou Nederland er nog wel een paar kunnen gebruiken; het kost alleen buitensporig veel geld, geduld en ruggengraat om ze te scheppen.

————————————
* Uitgangspunt bij de berekeningen is steeds dat gedeelte van de jaaromzet dat aan redactionele activiteiten resp. informatieve programma’s wordt besteed. Kosten van techniek, distributie, marketing etc. zijn niet meegerekend.
Bij de definiëring van informatieve programma’s bij de Publieke Omroep is de zgn. MJB-indeling van het Commissariaat voor de Media gevolgd; programma’s met aktuele sportinformatie vallen bv. binnen de categorie “informatief”, sportreportages niet.
Uiteraard valt ook een lange reeks licht-informatief programma’s binnen de categorie ‘informatie’, maar de PO verschilt op dat punt niet van dagbladen en tijdschriften die hun serieuze journalistieke aanbod ook mengen met human interest, sport en amusement.
Business Nieuws Radio is op een programmabudget van 4 miljoen euro getaxeerd.

Al 18 reacties — discussieer mee!