De Britse kwaliteitsmedia hebben er afgelopen jaren een belangrijke consumentengroep bij gekregen: Amerikanen. Vooral de hoger opgeleide, stedelijke elite in de Verenigde Staten maakt in toenemende mate gebruik van media als The Economist, The Guardian, The Times en de BBC; deels gebeurt dit via internet. De Amerikaanse mediawetenschappers Melissa Wall en Douglas Bicket schrijven in het huidige nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Journalism Practice over dit fenomeen. Hun artikel is niet vrij toegankelijk; de url verwijst naar de abstract.

De BBC heeft volgens de cijfers in het artikel (waarbij helaas niet vermeld staat van wanneer deze cijfers zijn) de meeste consumenten in de VS. De Britse omroep heeft speciaal voor de Amerikaans doelgroep een eigen kanaal opgezet en is te zien via PBS, de Amerikaanse publieke omroep. De BBC bereikt zo ruim 900 duizend Amerikaanse kijkers. Ook de BBC-website scoort goed: deze krijgt maandelijks meer dan vijf miljoen Amerikaanse bezoekers over de vloer. De Britse kwaliteitskranten The Times en The Guardian doen het in dit laatste opzicht ook zeker niet slecht. Zij trekken maandelijks respectievelijk drie en 2,5 miljoen Amerikaanse bezoekers. The Guardian wijdt speciaal voor dit publiek een deel van haar website aan Amerikaans nieuws. Van de papieren producten scoort het blad The Economist het beste in de VS, met 700 duizend abonnees.

Verklaringen
Waarom richten Amerikanen zich zo redelijk massaal op Britse media? Wall en Bicket geven hier verschillende verklaringen voor. In zekere zin zijn de Britse media voor Amerikanen vertrouwd omdat ze natuurlijk in dezelfde taal schrijven of uitzenden en bovendien gebaseerd zijn op dezelfde Angelsaksische regels van journalistiek. Toch is de grote belangstelling voor Britse media een verschijnsel dat grofweg pas na 11 september 2001 op gang is gekomen. Een belangrijke reden hiervoor is volgens Wall en Bicket de afname van de kwaliteit van de buitenlandberichtgeving in de Amerikaanse media. Terwijl het publiek hier, juist ook na 9/11, wel behoefte aan heeft. Er heeft volgens de wetenschappers een trend plaatsgevonden waarbij Amerikaanse buitenlandcorrespondenten verantwoordelijk werden voor het coveren van steeds grotere gebieden, wat ten koste ging van de diversiteit en diepgang van hun berichtgeving. Britse media als de BBC investeren juist flink in een uitgebreid netwerk van buitenlandcorrespondenten, waardoor bij hen de berichtgeving een veel hogere diversiteit en diepgang kent.

Er zou op de Amerikaanse nieuwsmedia ook sowieso een trend zijn dat er, in ieder geval op televisie, steeds minder ruimte is voor nieuws en achtergronden. Volgens Wall en Bicket bevat bijvoorbeeld de internationale versie van CNN zoals wij die in Europa ontvangen veel nieuws, maar is de Amerikaanse versie van dit station vooral gericht op talkshows, de grote ‘anchors’ (personen die het boegbeeld van een station vormen) en andere gimmicks in plaats van op het harde nieuws.

Britse media zijn behalve om hun uitgebreidere buitenlandberichtgeving nog om een andere reden populair: zij brengen onderwerpen die de Amerikaanse media grotendeels negeren. De Amerikaanse Sonoma State University brengt ieder jaar onder het noemer Project Uncensored een top 25 uit van verhalen die in de reguliere Amerikaanse media sterk onderbelicht werden. Britse media halen regelmatig deze top 25 als voorbeeld van media die wel over de kwestie berichtten. Zo werd in 2005 onder meer The Independent geroemd vanwege de berichtgeving over klimaatverandering en The Guardian vanwege berichtgeving over de afnemende olievoorraden.

Primeur van Amerikaanse onderwerpen
Er zijn ook voorbeelden bekend waarbij Britse media beter berichtten over of zelf de primeur hadden van Amerikaanse onderwerpen. Zo schreef The Guardian uitgebreid over de misstanden tijdens de Amerikaanse presidentenverkiezingen van 2000 waardoor George Bush president werd, terwijl Al Gore de meeste stemmen zou hebben gekregen. Deze misstanden gingen, als we deze krant mogen geloven, veel verder dan alleen geknoei met de uitslagen in de staat Florida. De reguliere Amerikaanse media zwegen grotendeels over deze kwestie. Amerikaanse onderwerpen waarbij Britse media de primeur hadden zijn onder meer de conversatie die president Bush gehad zou hebben met de Britse president Tony Blair over het bombarderen van Al Jazeera en het feit dat de Amerikaanse en Britse overheid de invasie van Irak al gepland hadden ruimschoots voor het moment waarop dit volgens de officiële verklaringen gebeurd zou zijn.

Door Britse media gebracht nieuws waarover niet in de reguliere Amerikaanse media wordt bericht, wordt vooral opgepikt en verspreid door linkse bloggers. Tegelijkertijd zijn meer rechtse, conservatieve Amerikaanse bloggers, denktanks en mediainstellingen juist een tegenbeweging begonnen. Zij beschuldigen Britse media van een gehaaide vorm van journalistiek die uiteindelijk alleen gericht is op het eigen prestige en marktaandeel. Sommige typisch Britse uitingen van journalistiek vallen bovendien bij een breder Amerikaans publiek niet in de smaak, waarschuwen Wall en Bicket. Zo is het in Groot-Brittannië heel normaal om in verkiezingstijden, ook als kwaliteitsmedium, je voorkeur voor een bepaalde kandidaat uit te spreken. In Amerika wordt hier heel anders mee omgegaan.

In hoeverre de Britse media profiteren van hun Amerikaanse publiek hebben Wall en Bicket niet onderzocht. Zij zetten hier wel een vraagteken bij. De meeste Britse media hebben in eigen land te maken met teruglopende consumentenaantallen, en in dat opzicht lijkt de groei van Amerikaanse consumenten positief. Maar zullen de Britse adverteerders, van wie de media afhankelijk zijn, wel geïnteresseerd zijn in een Amerikaans publiek?

Al 5 reacties — discussieer mee!