De onbeperkte bulk aan online content leidt tot chaos en een gebrek aan ankerpunten voor smaak en mening. Dit betoogde UvA-hoogleraar Abram de Swaan onlangs in NRC Handelsblad. Web 2.0 lijkt goeddeels aan de professor voorbij te zijn gegaan. Als vertegenwoordiger van de gevestigde elite onderschat hij de nieuwe online opinion leaders.

Paginagroot pakte Abram de Swaan, hoogleraar Sociale Wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, vorig weekend uit met een essay over internet in de bijlage Opinie & Debat van NRC Handelsblad. Hem ervan betichten dat hij internet als medium onderschat, maakt dus bij voorbaat niet veel kans. Toch schort zijn betoog op fundamentele gronden.

Verheffingsgedachte
Met de basis van het essay lijkt op het eerste oog niks mis. De kop boven het stuk vat De Swaans visie goed samen: ‘Opkomst van internet versterkt de culturele revolte tegen het dictaat van de goede smaak.’ Iedereen kan zijn eigen filmpjes, foto’s en teksten online zetten, dus bepaalt de massa wat mooi is, niet de elite. “In die opvatting bestaat er geen maatstaf om hiphop esthetisch boven of onder de seriële concertmuziek te plaatsen”, pruilt De Swaan, die zichzelf nadrukkelijk tot de culturele elite rekent en heilig gelooft in diens verheffingsgedachte. Daarbij beroept hij zich op Walter Benjamin, die in 1936 het tijdperk van de technische reproduceerbaarheid van het kunstwerk afkondigde, hetgeen alleen maar zou kunnen leiden tot meer ruis dan signaal. Nu, een kleine eeuw later, is internet volgens De Swaan een nog veel extremer voorbeeld van Benjamins visie.

Het probleem dat zich volgens De Swaan aandient, is dat er ‘niet langer een hechte hiërarchie van de smaak’ is, ‘een vaste prioriteitenlijst van de aandacht’ waarop mensen hun keuzes baseren. “Er zijn geen alom aanvaarde smaakmakers die ze kunnen bijstaan in de selectie uit het onbeperkt beschikbare aanbod. Daarmee lijken al die enkelingen achter hun scherm en tussen hun oorknopjes zoekende nomaden in een massa van eenlingen: dat was de massa als schrikbeeld waarvoor grote cultuurcritici als Huizinga en Ortega y Gasset waarschuwden in de tijd tussen de twee wereldoorlogen.”

Web 2.0-evangelisten
In deze sociologische volzinnen schuilt precies de onderschatting van het medium internet. Hoezo, geen alom aanvaarde smaakmakers? Online zijn zij er wel, volop zelfs, maar zij behoren niet langer tot de elite van gevestigde namen. De opinion leaders van internet hebben heel andere namen: Geenstijl, Kieskeurig, Autoblog, Mijn Kind Online, Sargasso… Iedere interesse heeft zijn eigen experts, vaak komt die expertise zelfs tot stand door de cumulatieve mening van een totale community. Vergelijkingssite Kieskeurig is gebaseerd op klantervaringen, terwijl aanschaf van cultuurgoederen op Amazon wordt begeleid door aanbevelingen van andere kopers.

In tegenstelling tot Web 2.0-evangelisten loopt De Swaan niet te juichen over deze groeiende invloed van de massa. Hij noemt het niet voor niets ‘een culturele revolte tegen het dictaat van de goede smaak’. “Het beeld vergruist, het geluid verruist en de aandacht verbrokkelt, tot alleen nog de verstrooiing rest.” In zijn betoog klinkt de wetenschapper als Andrew Keen, de ‘antichrist van het internet’ die korte metten maakt met de kwaliteit van online amateurcontent in zijn boek ‘The Cult of the Amateur’, onlangs in het Nederlands vertaald als ‘De @-cultuur’.

Echo van het verleden
Over de toekomst van de goede smaak blijft De Swaan sceptisch (al signaleert hij wel ‘nieuwe uitingsvormen’), maar elders ziet hij wel de zegeningen van internet: “Er vormen zich nieuwe patronen van onderling contact: weblogs en chatsites, internetforums en websites met eigengemaakte filmpjes die door andere bezoekers worden geplukt en bewerkt. En iedereen op dat wereldwijde web zoekt contact.”

De Swaan klinkt hier als een echo van het verleden. Internetforums zijn al zo oud als de weg naar Silicon Valley, terwijl bloggen en chatten ook al lang gemeengoed zijn. Zonder de vakterminologie te noemen, stipt hij echter wel de aspecten aan die juist de meningsvorming op internet sturen: Web 2.0, user generated content, ‘The Wisdom of Crowds’, social media, interconnectiviteit, mashups… Het besef van hun kracht lijkt echter nog niet ingedaald bij de hoogleraar.

Poortwachters
Er vindt inderdaad een revolte plaats op internet, maar die is al veel verder dan De Swaan lijkt te denken. In zijn conclusie stelt hij dat de culturele, politieke en geestelijke elites online inderdaad ‘niet zoveel meer te vertellen hebben’. “De wereld wordt niet één elektronisch dorp, zoals Marshall McLuhan voorspelde; de bestaande dorpjes, de lokale netwerken dus, structureren de wereldomspannende netwerken op het internet. (…) In dat eindeloze heen en weer van site tot site en tussen lokale en virtuele netwerken zullen zich op het web geleidelijk mensen manifesteren die gezag uitoefenen op een bepaald terrein, voor een specifiek gehoor, binnen een gegeven sector van het internet. Zij worden de nieuwe gidsen, de poortwachters en smaakmakers waarop anderen zich kunnen oriënteren.”

Die poortwachters zijn er al, net als de eveneens door de UvA-hoogleraar bepleite ‘structuur van menselijke relaties, verankerd in de structuren van de lokale samenlevingsverbanden’. “Langs die lijnen laten de alom beschikbare beelden, geluiden en teksten zich opnieuw selecteren en interpreteren. Dan wijkt de ruis voor de signalen”, concludeert De Swaan. Het klinkt allemaal heel futurologisch, terwijl het in werkelijkheid nu aan de gang is. Daaruit spreekt een onderschatting van het medium internet. Misschien moet de elite zich eens wat meer ‘verlagen’ tot de massa, om Web 2.0 zelf te ervaren. Wie weet lezen we dan over een jaar een lyrisch betoog van Abram de Swaan 2.0.

Dit opiniestuk verscheen eerder op Emerce.nl en op Jeroen Mircks blog.

Al 15 reacties — discussieer mee!