Afgelopen zaterdag in de bijlage van NRC Handelsblad de resultaten van een onderzoek naar de “talking heads” op de publieke televisie. TV-recensent Hans Beerekamp heeft drie maanden lang bijgehouden wie er in de programma’s Nova, Netwerk, EenVandaag, Buitenhof, Het Elfde uur, Pauw en Witteman en De Wereld Draait Door als gast verschenen en heeft ze naar kenmerken ingedeeld. De kenmerken die hij hanteerde waren politieke oriëntatie, geslacht, beroepsgroep en leeftijd. Hij komt o.a. tot de conclusie dat de publieke omroep niet links is.

Hans Beerekamp komt in zijn artikel niet alleen tot enkele betwistbare uitspraken, maar ook tot opmerkelijke conclusies, die veel te gehaast zijn getrokken en waarbij eerder sprake is van “naar het resultaat toewerken”. Hoewel het niet de bedoeling is om meteen de integriteit van Beerekamp in twijfel trekken, lijkt een groot gehalte “de wens is de vader van de gedachte” hem toch wel parten te hebben gespeeld.

Vraagtekens bij het onderzoek
Hans Beerekamp heeft zich in zijn onderzoek alleen gefocust op de bovengenoemde programma’s en uitsluitend op de kenmerken van de gasten die er verschenen. Maar de grote vraag is natuurlijk of je op basis van die beperkte opzet zulke algemene conclusies mag trekken. Zijn meest opvallende conclusie “de publieke omroep is niet links” is veel te algemeen en ontkent de invloed van veel andere, belangrijke factoren.

De rol van presentatoren en redacties
Bepalend is vaak de context waarin en voor welke onderwerpen de gasten worden uitgenodigd en hoe de interviews vervolgens worden ingestoken. De politieke kleur van de gasten komt dan in een heel ander daglicht te staan. Als Bert Koenders komt vertellen over zijn “succesvolle” hulpprogramma’s aan ontwikkelingslanden en er bovendien nauwelijks kritische vragen zijn te horen, levert dat een heel ander beeld op dan als Rita Verdonk voor de zoveelste keer moet opdraven om te praten over de “duistere” financiering en het ondemocratische gehalte van haar nieuwe partij, waarbij een zeer suggestieve vragenreeks en smakeloze vergelijkingen haar verder in een kwaad daglicht stellen.

De door Hans Beerekamp onderzochte programma’s worden voor het overgrote deel gepresenteerd door linkse journalisten die lang niet allemaal zo onafhankelijk en integer opereren als wel eens wordt voorgespiegeld. Vaak gedragen zij zich ook als talking head met een duidelijke opinie. Bovendien zijn zij gehaaid en in staat een draai aan een gesprek te geven waarbij de gast in het defensief wordt gedrukt. Wie Matthijs van Nieuwkerk een beetje kent weet hoe hij uit kan pakken tegen mensen als Andries Knevel, Harry Mens en Rita Verdonk. Hij interrumpeert ze vaak en brutaal en heeft duidelijk een doel voor ogen met zijn interview. Van echte nieuwsgierigheid is dan geen sprake. Tegen Harry Mens zei hij ter afsluiting van een interview ooit eens hardop en geheel zonder reden: “toch leuk dat u er was”. Krijgt van Nieuwkerk echter gasten met een meer “passende” kleur dan is hij heel wat minder kritisch en laat hij zijn gasten meestal rustig uitpraten. De klasse, charme en uitstraling van Matthijs van Nieuwkerk strooien te veel zand in de ogen van de Nederlandse kijker, de TV-criticus vaak niet uitgezonderd, maar mensen met meer distantie en bedrevenheid in het debat doorzien de trucjes die hij hanteert.

Het belang van andere programma’s
Om een conclusie te kunnen trekken over de politieke pluriformiteit van de publieke omroep is het nodig veel breder te kijken dan alleen het turven van aanwezige politici en politiek uitgesproken gasten. In veel andere programma’s dan de reeds genoemde wordt verholen en onverholen politiek bedreven. Of het nu gaat om Mooi weer de Leeuw of Dit was het nieuws, om maar eens twee heel andere programma’s en van heel verschillende omroepen te noemen, dan blijkt dat stelselmatig sprake is van negatieve, denigrerende opmerkingen over politici als Wilders en Verdonk, terwijl linkse politici die “eer” nauwelijks te beurt valt (rechtse satire is op de Nederlandse televisie sowieso een contradictio in terminis).

En dit fenomeen, of meer subtiele varianten daarop, doet zich voor in behoorlijk wat meer programma’s van de publieke omroep, zonder dat sprake is van evenwicht. Ook in de programma’s die Hans Beerekamp wel benoemt komt het regelmatig voor dat keuze en duiding van onderwerpen een duidelijke politieke hint bevatten. Niet voor niets worden de drie actualiteitenrubrieken met enige regelmaat ook wel gekscherend “drie keer de Volkskrant” genoemd. Niet alleen de aanwezigheid (en het turven) van gasten bepaalt kennelijk de politieke kleur van deze programma’s, maar ook de selectie en duiding van allerlei actualiteiten die er in aan de orde komen. Wie Aart Zeeman in NCRV’s Netwerk bezig ziet heeft soms het idee naar een aflevering van de oude VARA-rubriek Achter het Nieuws te kijken.

Een bijzondere plaats wordt nog ingenomen door de omroepen met een wettelijke plicht tot neutraliteit en pluriformiteit, zoals de NOS, de NPS en RNW (Wereldomroep). Maar ook daar blijkt met regelmaat een voorkeur voor onderwerpen, die men gewoonlijk omschrijft als “de stokpaardjes van links”. En ondanks vele beloften weigeren deze omroepen inzicht te verschaffen in de manier waarop neutraliteit en pluriformiteit worden waargemaakt. Ondertussen laten hun journalisten en programmamakers zich via weblogs, columns en praatprogramma’s wel steeds vaker horen en gedragen ook zij zich als talking head met één belangrijke overeenkomst: de afkeer voor alles wat zich rechts van Hans Dijkstal beweegt. De schorsing van RNW-journalist Rutger van Santen, vanwege flagrante schending van de neutraliteit, staat heus niet op zichzelf. En over de NOS zei zelfs publieke omroepvoorzitter Harm Bruins Slot enkele maanden geleden nog: “De journalistieke onafhankelijkheid is de afgelopen jaren te veel als schild gebruikt om de discussie over de pluriformiteit te vermijden”.

Het eigenlijke en echte probleem dat de publieke omroep treft is niet zozeer het aanwezige linkse geluid, maar het gebrek aan tegengeluid. Voorheen meer rechts-liberale omroepen hebben hun ideologische veren volledig afgeschud en zijn geen vertolker meer van het rechtse geluid. Niet voor niets riep (wederom) Harm Bruins Slot ruim een jaar geleden in wanhoop: “waar zijn de nieuwe Jaap van Meekrens, waar zijn de nieuwe Wibo van der Lindens?”. Maar zolang het omroeplidmaatschap nog een razend impopulair product blijft en er ook geen enkel initiatief wordt genomen tot de oprichting van een heuse rechtse omroep, zal het tegengeluid ook afwezig blijven. Een analyse waar Hans Beerekamp geheel aan voorbij gaat. De huidige opzet van het publieke bestel is achterhaald en kent nauwelijks nog zelfcorrectie, vooral omdat burgers (het lidmaatschap van) de omroepvereniging niet meer zien als DE manier om je (politieke) stem in Hilversum te laten horen. Wat overblijft zijn omroepen, met steeds minder binding met hun achterban, die op elkaar zijn gaan lijken en zich overwegend aan de linkerkant van het politieke spectrum begeven.

De neutrale gast
Hans Beerekamp heeft veel gasten ingedeeld naar politieke kleur. Bij politici was dit natuurlijk makkelijk, maar bij veel andere gasten was dit lastiger. Heel veel van hen heeft hij het stempel neutraal gegeven. Maar is dat wel terecht? Als je de lijst bekijkt valt op dat er heel wat namen tussen staan van mensen die zich meermalen politiek hebben uitgelaten en wier positie op de politieke landkaart bij velen in Nederland bekend is. Aan de linkerkant om precies te zijn. Wie namen hoort als Erik van Muiswinkel, Frits Barend, Joost Zwagerman, Jan Mulder, Bas Heijne, Adriaan van Dis, Prem Radhakishun, Jan Jaap van der Wal, Connie Palmen, Dolf Jansen en Freek de Jonge denkt toch niet meteen aan het schoolvoorbeeld van neutraliteit.

Als je alle neutraal getypeerde gasten doorneemt en hen, voor wie dit duidelijk is, alsnog politiek indeelt (alle twijfelgevallen blijven op neutraal staan!), dan kom je ongeveer op een verhouding van een op drie uit (8 om 22). Dat wil zeggen: 8 rechts om 22 links. Hier heeft Hans Beerekamp toch echt een beetje aan creatief boekhouden gedaan.

De borreltafel
Hans Beerekamp probeert de kritiek op de linksheid van de publieke omroep, zoals we dat gewend zijn van veel kwaliteitsjournalisten, toch weer het stempel borrelpraat mee te geven. Maar zijn eigen onderzoek is zelf allerminst doorwrocht en wetenschappelijk verantwoord en het resultaat kan gerust worden getypeerd als conclusies uit de linkse onderbuik. Hij relativeert weliswaar zijn onderzoek enigszins, maar laat niet na een stevige conclusie te trekken, die ook pontificaal in de intro wordt opgenomen: “De publieke omroep blijkt niet zo links als wel wordt beweerd…”

Als je bedenkt dat er drie belangrijke tegenwerpingen zijn die niet in het onderzoek zijn meegenomen, te weten: de rol van presentatoren en redacties, het belang van veel andere programma’s en de zeer kwestieuze indeling van de neutrale gasten, dan kun je toch gerust spreken van broddelwerk. En als je dan ook nog bedenkt dat meerdere omroepbestuurders in de afgelopen jaren openlijk en serieus grote vraagtekens hebben geplaatst bij de aanwezigheid van voldoende rechts tegengeluid op radio en televisie (Harm Bruins Slot, Ton van Dijk, Joop Daalmeijer, Gerard Timmer en ook de nieuwe bestuursvoorzitter Henk Hagoort) dan wordt toch duidelijk dat dit onderzoek zeker niet het laatste woord kan zijn.

De revanche van links
Dit onderzoekje zal echter door velen in Hilversum (waaronder Carel Kuyl, Gerard Dielessen en Hans Laroes) en andere beklaagden weer tot bloedens toe worden aangehaald als het ultieme bewijs van de pluriformiteit van de publieke omroep. En ik vraag me werkelijk af of de onderbouwde tegengeluiden, die er wel degelijk zijn, evenveel aandacht in de media zullen krijgen. Het zal niet de eerste keer zijn dat onwelgevallige onderzoeken en enquêtes met een hautain handgebaar terzijde worden geworpen, dan wel worden gebagatelliseerd.

Nog een andere vraag die mij bezighoudt is: waarom deed Hans Beerekamp in De Wereld Draait Door een vooraankondiging van zijn artikel in het NRC Handelsblad? Dit soort dingen zijn nooit toeval, daar loop ik te lang voor mee. De redactie moet op de hoogte zijn geweest van de uitkomsten van het onderzoek en maakte er een item van om het flink onder de aandacht brengen. Dit was een buitenkansje om af te rekenen met de rechtse onderbuik, toch? U denkt toch niet dat Hans Beerekamp daar had gezeten als was gebleken dat de publieke omroep er zelfs in zijn onderzoek als links uitkwam? Heeft Hans zelf het programma opgebeld? Hoelang van tevoren was dat dan? Nu ben ik wel heel cynisch, maar heeft Hans soms ook anderen van tevoren op de hoogte gebracht? Heeft hij misschien onbewust zelfs de resultaten van zijn eigen onderzoek beïnvloed? Questions, questions… ze blijven maar terugkomen.

De publieke omroep heeft het onderzoek naar de linksheid (en overige pluriformiteitskenmerken) al weer afgeblazen. Het zou te complex en te duur zijn. Vooral dat laatste is heel pikant als je beseft dat er wel tientallen miljoenen euro worden uitgetrokken voor de voetbalrechten – die evengoed aan de markt kunnen worden gegund – maar dat er geen geld is voor een onderzoek naar zo’n beetje de belangrijkste opdracht van de publieke omroep, verwoord in artikel 13C van de Mediawet en bekend onder het populaire adagium: “van ons allemaal, voor ons allemaal”.

Een publieke omroep van ons allemaal, voor ons allemaal? Ja, ja, wie gelooft daar nog in!

Al 26 reacties — discussieer mee!