Journalistiek is alleen journalistiek als er onafhankelijk op staat. Bedrijfsjournalistiek is niet onafhankelijk en derhalve geen journalistiek. Zo simpel is dat, althans volgens Alexander Pleijter in zijn artikel ‘Bedrijfsjournalistiek bestaat niet’. Die redenering (als het dat al is) is niet alleen een woordspelletje of een definitiekwestie. Het is een kernachtige samenvatting van de visie van de klassieke journalistiek in het debat over de plaats van de bedrijfsjournalistiek in het bredere journalistieke spectrum. Toen ik vorig jaar een essay voorbereidde over ethiek en bedrijfsjournalistiek en over dat onderwerp collega’s aansprak, ontmoette ik ook meewarige blikken: kun jij je niet beter met serieuze kwesties in de échte journalistiek bezig houden?

Volgens mij wordt het tijd voor een goed debat over ontwikkelingen in de bedrijfsjournalistiek. Het is een sector die sterk in ontwikkeling is en waar hard gewerkt wordt aan verdere professionalisering. Jeroen Maters wees daar in zijn reactie al op. Het is ook een wereld die last heeft van volstrekt verouderde beeldvorming. Ik vermoed dat menigeen die met enig dédain spreekt over bedrijfsjournalistiek, slecht op de hoogte is van wat daar gebeurt. Dan bepaalt de beeldvorming het debat: his masters voice, de goed-nieuws-show van het management, de bedrijfsleiding die interviews herschrijft omdat er onwelgevallige dingen in staan. Welke moderne manager, werknemer of stakeholder heeft behoefte aan dit type ‘sovjet-journalistiek’: het gaat fantastisch hier en volgend jaar zal het nóg beter gaan? Zulke tijdschriften vol kritiekloze en ronkende teksten haal je toch niet eens uit het cellofaan? Wie de bladen ziet die meedingen naar de Grand Prix Bedrijfsmedia, weet dat er ook in deze sector kwaliteit geleverd wordt en dat een bedrijfsjournalist geen kritiekloze ja-knikker is.

Vrijheid van de vrije journalistiek
Natuurlijk moet de bedrijfsjournalist rekening houden met het belang van de organisatie, maar hoeft de traditionele journalistiek dat nooit en te nimmer? Wanneer de vraag gesteld wordt hoe onafhankelijk de bedrijfsjournalistiek is, moet daaraan ook de vraag gekoppeld worden hoe het staat met de vrijheid en redactionele onafhankelijkheid van wat wel vrije journalistiek genoemd wordt. Hoe kritisch kan de journalist van dagblad of omroep zijn over zijn eigen bedrijf? Moet hij publicaties over het eigen huis eerst voorleggen aan de hoofdredactie? Hoe onafhankelijk zijn eigenlijk (grote delen van) de sportjournalistiek, autojournalistiek, reisjournalistiek, modejournalistiek en nog enkele andere sectoren binnen de consumentenjournalistiek? Hoe groot is de verwevenheid van redactionele en commerciële belangen in de klassieke journalistiek? Is onafhankelijkheid eigenlijk wel een geschikt criterium om onderscheid te maken tussen bedrijfsjournalistiek en klassieke journalistiek?
Mijn stelling is dat je met redactionele onafhankelijkheid als onderscheidend criterium niet ver meer komt en dat het beter is te constateren dat er vele vormen en varianten van journalistiek bestaan met verschillende gradaties van vrijheid en onafhankelijkheid. En dat wat we gewoonlijk de kwaliteitspers noemen, op dat spectrum zijn plaats heeft, maar ook de bedrijfsjournalistiek.

Het concept ‘redactionele onafhankelijkheid’ is aan slijtage onderhevig. Ik denk dat het concept van ‘professionele integriteit’ ons verder helpt op de weg naar een betrouwbare en geloofwaardige bedrijfsjournalistiek. Verantwoordelijkheid is een heel belangrijke bouwsteen van professioneel integriteit. Maar van verantwoordelijkheid kan geen sprake zijn als er geen ruimte is om verantwoordelijk te handelen. Hoe gedetailleerder de codes, instructies en opdrachten, des te kleiner de eigen beslissingsruimte voor de professional om zelf zorgvuldige morele afwegingen te maken en om zich persoonlijk verantwoordelijk te blijven voelen.

Integriteit is meer dan het naleven van afgesproken regels en procedures, het is een grondhouding, een kwestie van mentaliteit. In het integriteitsbeleid van een organisatie zal dan ook een belangrijke plaats moeten worden ingeruimd voor de organisatiecultuur. Die moet er een zijn van openheid, van open communicatie, waarin men elkaar kan aanspreken op gedrag en handelen.

Loyaliteitsconflicten zijn bij uitstek testcases voor integriteit. Iemand wordt gedwongen antwoord te geven op de vraag waar in de gegeven situatie zijn loyaliteit behoort te liggen. In de bedrijfsjournalistiek is dat heel duidelijk: loyaal zijn aan de belangen van de organisatie kan op gespannen voet komen te staan met loyaliteit aan de belangen van de mensen in en rond die organisatie. Loyaal zijn aan je journalistieke uitgangspunten kan op gespannen voet komen te staan met loyaliteit aan het bedrijf of het management. Loyaal zijn ten opzichte van iemand of een bepaalde organisatie betekent dat je diens belangen, wensen en standpunten zwaarder laat wegen dan die van een willekeurige ander. Soms kun je een loyaliteitsconflict uit de weg gaan, maar wanneer dat niet kan zul je moeten kiezen. Vanuit het gezichtspunt van integriteit zijn met name die loyaliteitsconflicten van belang die zich voordoen in functies die weliswaar ingebed zijn in een organisatie, maar waarbij ook een publiek belang in het spel is, zoals bij bedrijfsjournalisten.

Ethische kwesties
Waarin onderscheidt de bedrijfsjournalistiek zich van andere sectoren in de journalistiek? Zijn er specifieke morele dilemma’s? Bij de voorbereiding van het al genoemde essay vroeg ik enkele bedrijfsjournalisten mij een top-vijf van ethische kwesties in de bedrijfsjournalistiek te geven. Na enkele dagen kreeg ik een top-twintig. Dan gaat het om zaken als:
De spanning tussen loyaliteit aan de organisatie en het recht op eigen vrijheid van meningsuiting. Wat betekent journalistieke vrijheid binnen een organisatie met hiërarchische lijnen? Wanneer laat je de belangen van de geïnterviewde prevaleren en wanneer die van de organisatie als geheel? Wat betekent privacybescherming in een organisatie waarin men elkaar kent? Moet je mensen met weinig media-ervaring meer en eerder tegen zichzelf in bescherming nemen dan mensen met ruime ervaring in het omgaan met de pers? Hoe om te gaan met anonieme informanten of anonieme scribenten? Kan een columnist anoniem kritiek leveren? Hoe moet hoor en wederhoor geregeld worden wanneer er sprake is van een blad dat een of twee keer per maand verschijnt? Wat doe je met al die mensen die invloed willen uitoefenen op je blad of artikel? Wie krijgt wanneer inzage vóór publicatie en welke spelregels gelden daarbij? Hoe ga je als bedrijfsblad om met de monopoliepositie die je vaak hebt binnen de organisatie? Kun je het je veroorloven om ‘nee’ te verkopen als iemand iets in je blad wil, en er zijn voor hem of haar geen alternatieve communicatiemiddelen? Hoe is de procedure bij het weigeren van een opdracht vanwege principiële bezwaren?

Ik weet uit eigen ervaring dat het debat over dit soort kwesties binnen de beroepsgroep bedrijfsjournalisten met grote betrokkenheid wordt gevoerd. De professionalisering is daar volop aan de gang. Alle reden dus, ook voor de opleidingen, om serieus te nemen wat daar gebeurt.

Al 2 reacties — discussieer mee!