Vlak nadat Hillary Clinton haar strijd om het Witte Huis opgaf, stak Laura Bush haar een hart onder de riem. De huidige First Lady roemde het optreden van Hillary in de campagne. Ze zei uit eigen ervaring te weten hoe zwaar het is om campagne te voeren en hoe je op eieren moet lopen om uitglijders te voorkomen. ‘Je moet heel goed opletten op wat je zegt. Alles wat je zegt wordt genoteerd en wordt in veel gevallen geconstrueerd op een manier die niet klopt,’ aldus Bush.

Daar weten de presidentskandidaten inmiddels alles van. Elk woord dat ze uitspreken wordt op een gouden schaaltje gewogen en zo mogelijk opgeblazen om nieuws te maken. Het is fascinerend om te zien hoe ver nieuwsmedia daarin gaan. Iedereen wil een scoop hebben, wat dan doorgaans met grote letters wordt aangekondigd: BREAKING NEWS!

De concurrentie is dan ook groot. Elke zichzelf respecterende krant, radio- of televisieprogramma of weblog verhaalt uitgebreid over de campagne. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar in de hele wereld. Ook in Nederland is er geen mediabron te vinden die niets doet met de verkiezingen. Maar in een campagne die nu al tien maanden duurt en nog zes maanden voor de boeg heeft, is er niet altijd breaking news te melden. Dat hoeft echter geen probleem te zijn. Breaking news kun je namelijk ook maken, als dat noodzakelijk is om de kijkcijfers op te stuwen. En dat levert soms hilarische – of tragische – resultaten op.

Middelvinger
Neem bijvoorbeeld de townhall meeting in North Carolina op 18 april. Barack Obama gaf daar een speech, waarbij hij volgens talloze media een middelvinger opstak naar Hillary Clinton. Het filmpje werd talloze keren uitgezonden, met zwaar verontwaardigde commentaren van zogenaamde politieke experts. Maar als je het filmpje ziet, dan kun je niet anders concluderen dan hoe Jon Stewart van The Daily Show dat deed: ‘Apparently, we are now in the ridiculous phase of the campaign’.

Alles voor de kijkcijfers dus. En die zijn dan weer een fenomeen op zichzelf in de Verenigde Staten, want nieuws is daar bepaald niet groot. CNN heeft een kassucces te pakken met hun coverage van de presidentsverkiezingen. Elke keer als ze iets uitzenden over de verkiezingen laten Amerikanen hun televisie op CNN staan. Er is dan ook bijna niets anders op CNN te zien dan de verkiezingen. Al acht maanden lang. Een hele goede avond betekent voor CNN dat ze zo’n 600.000 kijkers hebben. Dat is voor veel Nederlanders een enorme verrassing. Je krijgt in Nederland altijd de indruk dat CNN het grote nieuwsstation is, waar heel Amerika naar kijkt alsof het het acht uur journaal is. Dat is niet het geval. De concurrentie van FOX, MSNBC en andere zenders is groot, en de interesse voor nieuws relatief gering.

Het gebeurt dus wel vaker dat gebeurtenissen in de campagne worden opgeblazen. Een ander voorbeeld is de uitspraak die Hillary Clinton deed over de moord op Robert F. Kennedy in 1968. Die kon met een beetje fantastie in een kwaad daglicht werden gezet, waarbij het erop leek alsof Hillary erop hoopte dat Obama iets zou overkomen waardoor zij alsnog de nominatie binnen kon slepen. Een absurde aantijging, maar ja, het nieuws kwam nu eenmaal op de vrijdag voor Memorial Day, een typische ‘slow news’ day. Ineens hadden de dames en heren journalisten hun ‘breaking news’ weer te pakken.

De kleinste versprekingen kunnen dus tot groot nieuws leiden. En de Republikeinen en Democraten wakkeren vuurtjes over de tegenpartij graag aan. Toen Obama vorige maand Buchenwald met Auschwitz verwarde, publiceerde de Republican National Committee (RNC) direct een lijst met andere niet kloppende uitspraken van Obama, in een poging om hem als leugenaar neer te zetten. De Democratic National Committee sloeg direct terug met een top 10 van ‘versprekingen’ van John McCain, die uiteen liepen van het verwarren van Irak met Iran tot het aan Tsjechoslowakije refereren alsof het land nog bestaat.

Inhoudelijk debat
Veel van dit soort kleine dingetjes worden nooit echt groot, maar er zijn ook momenten waarop iets volledig wordt opgeblazen en buiten elke proportie bezit neemt van het nieuws. De uitspraken van reverend Jeremiah Wright zijn daar een goed voorbeeld van. Ook al was hij ‘slechts’ de priester van Obama, zijn uitspraken werden uitvoerig in beeld gebracht alsof ze de standpunten van Obama zelf waren. De media-aandacht voor de Wright-rel was enorm. Elke dag stonden de camera-auto’s van de grote mediabedrijven voor de deur. Obama probeerde de belachelijkheid van de situatie aan de kaak te stellen, maar was kansloos. Uiteindelijk moest hij de kerk verlaten, om verdere schade te voorkomen.

En zo hoppen we van incident naar incident. Over de inhoudelijke verschillen tussen de kandidaten wordt nauwelijks bericht, terwijl juist daar veel behoefte aan is bij de kiezer. Dat zagen we ook bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer. Uit diverse peilingen en onderzoeken bleek dat er behoefte was aan inhoudelijk debat bij de kiezer en dat men genoeg had van alle politieke spelletjes en het geschreeuw vanaf de zijkant, maar de berichtgeving ging – en gaat – toch telkens weer over uitglijders, misstappen en ruzies.

John McCain heeft onlangs voorgesteld om een tiental townhall meetings te houden waarbij hij in debat gaat met Obama. Over de inhoud. Over Irak, de gezondheidszorg, de economie en allerlei andere zaken die de Amerikaanse burgers nu bezighouden. Het lijkt mij een prima voorstel. Want er zijn maar weinig mensen die weten waar Obama en McCain nu echt voor staan.

Al 2 reacties — discussieer mee!