De manier waarop een artikel wordt gebracht heeft invloed op hoe een lezer het artikel opvat. Er wordt binnen de mediawetenschap dan ook veel onderzoek gedaan naar allerlei aspecten van berichtgeving en hoe deze de lezer beïnvloeden. Tijdens het jaarcongres van de International Communication Association stond dit onderwerp centraal tijdens een van de sessies, getiteld ‘Processing the news’. Tijdens deze bijeenkomst werden verschillende al dan (nog) niet gepubliceerde papers gepresenteerd, waaronder twee Nederlandse.

Een groep studenten van de University of Wisconsin mocht een presentatie geven over hun nog ongepubliceerde onderzoek naar hoe de omgeving waarbinnen een bericht is geplaatst de geloofwaardigheid c.q. betrouwbaarheid van het bericht beïnvloedt. Traditioneel worden in kranten vaak berichten van dezelfde soort op dezelfde pagina geplaatst. Maar op websites van kranten kan een nieuws- of achtergrondartikel naast een opiniestuk prijken, terwijl er ook nog lezersreacties bij staan. En bloggers citeren vaak stukken van berichten om hier vervolgens hun eigen commentaar op te geven. Hoe beïnvloedt dit alles de mate waarin een lezer het artikel betrouwbaar vindt?

Brian Ekdale en zijn medestudenten onderzochten de laatste situatie, oftewel welk effect het heeft op de geloofwaardigheid van een artikel als het stuk wordt overgenomen op een weblog en van commentaar wordt voorzien. Zij schreven een artikel over klimaatverandering waarbij ze er speciaal op letten dat twee standpunten met betrekking tot deze kwestie – die van de Democraten en Republikeinen – evenveel aandacht kregen. Het artikel was zogenaamd afkomstig van het persbureau AP. Een groep van bijna negenhonderd proefpersonen kreeg ofwel een (eveneens voor dit onderzoek geschreven) weblogpost voorgeschoteld die het artikel besprak en daarbij redelijk grove taal gebruikte, ofwel een weblogpost die in nette taal het artikel besprak. Van beide types weblogpost was er een pro-Democratische en een pro-Republikeinse versie. Voor de variant met de grove taal was gekozen omdat veel opiniërende weblogs in de VS op een dergelijke manier geschreven worden. Er stonden zinnen in als “Democrat whiners often criticize Bush for renouncing the Kyoto Protocol, but they can’t seem to get it through their thick skulls that most of the signing nations have failed to live up to the misguided promises of the accord”.

Taalgebruik heeft invloed
Het taalgebruik binnen de weblog bleek inderdaad invloed te hebben op hoe betrouwbaar de proefpersonen het besproken artikel vonden, maar anders dan misschien gedacht zou worden. Proefpersonen die de posts met het grove taalgebruik voorgeschoteld kregen, beoordeelden het in de post afgekraakte artikel positiever op gebied van betrouwbaarheid / geloofwaardigheid dan de proefpersonen die de nette post te lezen kregen. Doordat het contrast met de extreme context zo groot was, gingen de proefpersonen datgene wat binnen die context werd geboden en hier duidelijk niet mee strookte ook extremer beoordelen, maar dan de andere kant op; een verschijnsel dat bekend is uit de sociologie. De studenten bekeken ook of de politieke voorkeur van de proefpersonen (pro-Democratisch of pro-Republikeins) uitmaakte voor hoe de betrouwbaarheid van het oorspronkelijke artikel werd beoordeeld, maar dit was niet het geval.

Berichten over strategieën van politici
De manier waarop wordt bericht over politiek en hoe dit lezers of kijkers beïnvloedt is een geliefd onderwerp binnen mediaonderzoek. Ook hier op De Nieuwe Reporter is er al meermaals over geschreven. Claes de Vreese en Matthijs Elenbaas van de Universiteit van Amsterdam gaven op het ICA-congres een presentatie over welk effect het berichten over strategieën van politici heeft op lezers. Hun paper verscheen recent in het tijdschrift The International Journal of Press/Politics. Er is volgens de twee onderzoekers al jaren een trend in zowel de VS als Europa om politieke berichtgeving niet meer hoofdzakelijk te richten op bepaalde onderwerpen die spelen, maar op het politieke spel zelf, in de vorm van politiek weergeven als een strijd en acties van politici duiden vanuit die strijd. De laatste paar jaar zou daar een extra trend bij te komen, namelijk berichten over hoe politici hierbij de media gebruiken.

De Vreese en Elenbaas legden ruim duizend proefpersonen een speciaal voor het onderzoek geschreven artikel voor, dat ging over de liberalisatie van de gezondheidszorg of over veiligheidsmaatregelen in het vliegverkeer. Van elk artikel bestonden meerdere versies, waarbij of voornamelijk aandacht was voor het onderwerp zelf, of voor het politieke spel, of voor hoe politici bij dit onderwerp de media bespelen. Proefpersonen die een van de laatste twee types artikelen te lezen kregen hadden achteraf een cynischere houding tegenover politici c.q. de politiek dan proefpersonen die de eerste versie te lezen kregen. Opvallend genoeg hadden proefpersonen die een artikel dat voornamelijk aandacht aan het onderwerp in kwestie besteedde na het lezen een significant minder cynische houding ten opzichte van de politiek dan proefpersonen die helemaal niets te lezen hadden gekregen. En mensen die meer voorkennis hadden van het onderwerp, bleken gevoeliger voor de artikelen over het politieke spel dan minder goed geïnformeerde lezers. De onderzoekers vroegen de proefpersonen ook of hun eventueel toegenomen cynische houding hun deelname aan de politiek zou beïnvloeden. Dit bleek niet het geval.

Cijfers in berichtgeving
Willem Koetsenruijter van de Universiteit Leiden tenslotte presenteerde een nog ongepubliceerd onderzoeksverslag dat meerdere onderzoeken naar het gebruik van cijfers in berichtgeving bespreekt. Dit naar aanleiding van wat hij de cijferparadox noemt. In de journalistiek wordt aangeraden om zo min mogelijk cijfers in de berichtgeving te gebruiken, omdat lezers en kijkers hier niet van zouden houden. En uit verschillende onderzoeken blijkt dat cijfers meestal niet blijven hangen bij de kijker of lezer en dat deze er ook weinig van leert. Toch worden cijfers nog altijd gebruikt en lijken ze berichten een zekere status te geven. Maar het is onduidelijk waar dit precies aan ligt.

Koetsenruijter stelt dat cijfers een bericht geloofwaardigheid verlenen. Hij en collega’s van de Universiteit Leiden voerden zeven experimenten uit waarbij groepen proefpersonen werd gevraagd of zij vonden dat het gebruik van cijfers de geloofwaardigheid van een bericht vergrootte. Er was variatie in het bericht dat zij voorgeschoteld kregen, in of het een krantenartikel of journaalitem was, en in de manier waarop betrouwbaarheid kon worden geclassificeerd. Uit al deze experimenten kwam hetzelfde naar voren: het gebruik van cijfers vergroot inderdaad de mate waarin een bericht betrouwbaar wordt gevonden. En: hoe meer cijfermateriaal het bericht bevat, hoe betrouwbaarder het wordt geacht. De enige proefpersonen op wie cijfers dit effect niet hadden, waren diegenen die al veel van het geboden onderwerp wisten.

Nog geen reactie — begin de discussie!