Bloggers zijn gewaarschuwd. Het grote offensief van journalisten tegen iedereen die zonder toestemming journalistiek werk kopieert, lijkt nu echt te beginnen.

Begin juni maakte de journalistenbond NVJ bekend freelancers te gaan helpen bij het opsporen van plagiaat met behulp van Ephorus-software. In september al moet de nieuwe NVJ-dienst van start gaan. Over de schaal van het kopieergedrag – of de totale schade die freelancers hierdoor jaarlijks oplopen – is echter niets bekend of ontbreken harde cijfers. Volgens Ellie Speet, secretaris van de NVJ, is hier ook nooit echt een inventarisatie naar gedaan. “Om die bedragen te achterhalen, moet je weten hoe vaak er inbreuk wordt gepleegd. Wat freelancers zelf spotten aan plagiaat horen we meestal niet.”

Het meten van het aantal gekopieerde teksten is volgens Speet echter maar één deel van de nieuwe dienst. Het andere deel bestaat uit de bewustwording die plaats moet vinden onder freelancers. “Ze moeten zich ervan bewust worden dat hun materiaal kapitaal vertegenwoordigt. Voor de NVJ is het de taak om ze daar een instrument voor te geven. Als er keer op keer meldingen zijn over auteursrechtinbreuk, moet je je daarop bezinnen. Dan ga je vragen stellen. Wat kun je eraan doen, hoe kun je ze helpen?”

Hoe groot het kopieerprobleem werkelijk is en wie er feitelijk last van ondervindt, is dus helaas niet vast te stellen. Een simpele rondvraag onder een aantal bevriende freelance journalisten leert dat niemand ooit bij de NVJ heeft aangeklopt in verband met de inbreuk op het auteursrecht. Speet: “Maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Bij de NVJ komen regelmatig klachten binnen. En het juristenteam van de NVJ doet geregeld zaken als het om inbreuk gaat.”

Volgens Speet zal de nieuwe NVJ-dienst het probleem ook beter in kaart gaan brengen. “Veel zal duidelijk worden als freelancers straks online een eigen database kunnen aanleggen en het systeem actief op zoek gaat naar dubbelingen op internet. Overtreders kunnen daarna schikken. Of het wordt een zaak voor de rechter. Al is bij ons slechts één geval bekend waar de rechter aan te pas kwam. Dat is dus geen regel, maar het is een keer gebeurd.”

ANP
Behalve de NVJ onderzoekt ook het ANP een samenwerking met Ephorus. Volgens directeur strategie Hella Liefting is de antiplagiaatsoftware een product dat ‘potentieel geschikt kan zijn’ voor het controleren van het gebruik van ANP-berichten op internetsites. “Aangezien Ephorus niet specifiek ontwikkeld is voor het volgen van alle ANP-berichten zijn er nog wel een aantal wensen”, zegt Liefting. Bloggers en andere sites die in de naaste toekomst zonder toestemming ANP-berichten overnemen, zullen in elk geval moeten gaan oppassen. Liefting sluit niet uit dat er meer zaken aangespannen gaan worden tegen websites die het auteursrecht van het ANP schenden. “Als er duidelijk sprake is van misbruik en commercieel gebruik zal het ANP daar zeker werk van maken. Dat hebben we trouwens in het verleden ook meermalen gedaan. Tot op welk niveau we daarin gaan, is momenteel onderdeel van het onderzoek.”

Ook bij het ANP is het echter gissen geblazen naar de hoeveelheid inkomsten die de persdienst misloopt door het kopieergedrag van internetsites. “We weten natuurlijk dat online overal ruimschoots wordt gekopieerd, maar daar is lastig een goed overzicht van te krijgen. Laat staan dat er een bedrag aan te hangen is”, zegt Liefting. Of het ANP ook definitief met Ephorus in zee gaat, wordt volgens Liefting eind dit jaar pas bekend.

Over de antiplagiaatsoftware Ephorus was overigens tot nog toe weinig bekend buiten de academische wereld. Hoofdgebruikers waren in elk geval geen persdiensten of journalisten, wel scholen, universiteiten en uitgeverijen. “Ik weet ook niets over accounts van journalisten”, zegt Peter Taverne, medewerker van Ephorus. “De belangstelling van de NVJ en het ANP voor onze software is nieuw voor ons. Het ANP wil eigenlijk het tegenovergestelde van waar Ephorus voor is gebouwd. De software wordt normaal gebruikt om te kijken of documenten gekopieerd zijn van het internet. Het ANP wil echter kunnen zien of er op internetpagina’s ANP-berichten zijn overgenomen. Wat het ANP dus wil, is hun eigen database vergelijken met het internet.”

Volgens Taverne wordt er bij Ephorus intussen wel gewerkt aan een nieuwe dienst voor journalisten. “Die dienst zal vooral gericht zijn op individuele journalisten die onze software willen gebruiken. De kosten per account zullen zo’n 150 tot 200 euro per jaar bedragen”, aldus Taverne.

Trieste zaak
Niet alleen Ephorus gaat plagiërende bloggers en websites op de hielen zitten. Een antiplagiaatdienst die de afgelopen tijd veel aanvragen kreeg voor bijstand, is Swordstone, de opsporingsdienst van freelance fotograaf Peter-Vincent Schuld. Volgens Schuld wordt de hulp van Swordstone een aantal keren per maand ingeroepen. “Het zijn voornamelijk fotojournalisten die hulp zoeken, maar ook schrijvende journalisten”, zegt hij. “Van de lopende zaken is al een hele reeks afgewikkeld. Er zijn enige tientallen schikkingen getroffen.”

Schuld, die door bloggers op internet werd uitgemaakt voor ‘oplichter’, ‘afperser’ en ‘een parasiet van de bovenste plank’, noemt het een heel trieste zaak, met name voor fotojournalisten, dat zoveel werk op internet illegaal wordt hergebruikt. “Het is totaal ondoenbaar om daar iets tegen te doen. Ik heb zelfs met het Openbaar Ministerie rond de tafel gezeten om het probleem aan te kaarten. Dat was niet echt nodig, maar we hebben het uiteindelijk wel gedaan. Om overtredingen van de Auteurswet civielrechtelijk aan te kunnen pakken, moet je namelijk dingen kortsluiten met elkaar. Van het Openbaar Ministerie kwam ook het advies om rechtszaken tegen overtreders aan te spannen. Vanaf dat moment heb ik gezegd dat ik de boel ga schoonvegen. Het kopiëren moet maar eens afgelopen zijn. Als mensen weigeren te schikken, dan dagvaarden we ze.”

Schuld deed inmiddels al een flink aantal dagvaardingen de deur uit. Hoeveel precies, wil hij niet zeggen, wel dat hij momenteel wacht op de uitspraak in een lopende rechtszaak. Dat Swordstone veel geld probeert af te troggelen van bloggers zonder winstoogmerk, vindt Schuld verder onzin. “Een fotograaf moet gewoon betaald worden voor zijn werk. Het staat ook in de wet dat als een bepaald werk niet door de oorspronkelijke maker wordt geopenbaard, daar een schadeclaim tegenover staat. Dan moet je niet gaan zeuren over een blafbrief. De hoogte van de schadeclaims zijn trouwens afhankelijk van verschillende criteria. Zonder toestemming iets overnemen leidt sowieso tot een verhoging van de claim. Het niet vermelden van de naam van een maker betekent een nieuwe verhoging. In principe kan een claim worden verdrievoudigd als er sprake is van inbreuk.”

Cozzmoss
Ook freelance journaliste Irene van den Berg kreeg het aan de stok met bloggers vanwege het versturen van torenhoge claims. Het feit dat ze een eigen bedrijf had dat blafbrieven namens collega’s rondstuurde, zette nog meer kwaad bloed. Vragen over haar activiteiten binnen haar antiplagiaatdienst Cozzmoss wil Van den Berg ook liever niet beantwoorden. “Op veel dingen die ik in de pers zeg, wordt vaak zeer negatief gereageerd”, zegt ze. Over de zaak ‘Joffrey Vermeule’, de blogger die vorig jaar een blafbrief van Cozzmoss kreeg en 1050 euro moet betalen, wil ze evenmin iets kwijt. “Die zaak loopt nog, dus daarom kan er nu niets over zeggen.” Volgens Marcus van de Kerkhof, directeur van Cozzmoss, lopen er momenteel echter geen zaken tegen bloggers. “Over individuele zaken doe ik verder geen uitspraken”, zegt hij, “dat mag de rechter doen.”

Van de Kerkhof zegt verder geen info te geven over de frequentie waarop er bij Cozzmoss voor rechtsbijstand wordt aangeklopt. “Ik kan wel zeggen dat onze klantenkring bestaat uit een breed scala aan auteursrechthebbenden, waaronder zelfstandig journalisten en schrijvers en uitgevers van fictie of commerciële teksten.”

De zogenaamde blafbrieven worden volgens Van de Kerkhof verder niet op eigen initiatief gestuurd. “Daar waar het gaat om auteursrechtschendingen van journalistieke artikelen heeft de NVJ richtlijnen afgegeven die gebaseerd zijn op jurisprudentie. Die worden door Cozzmoss gevolgd. De te nemen stappen zijn echter afhankelijk van de wensen van onze klanten. Zij bepalen op welke wijze Cozzmoss zich opstelt ten opzichte van een schender”, zegt Van de Kerkhof.

Teveel gedonder
Cozzmoss onderhandelt niet alleen tussen eiser en overtreder, de dienst zoekt volgens Van de Kerkhof ook “op professionele en systematische wijze” naar inbreuken op artikelen. “We richten ons daarbij nauwelijks op kleine overtreders. Als dat wel gebeurt, dan houden we altijd rekening met de positie van de overtreder. Dat Cozzmoss meedenkt met die kleine overtreder en meestal een zeer schappelijke schikking aanbiedt, wordt – gezien de commotie op internet – in een aantal gevallen gemakshalve vergeten. We zitten ook achter grote professionele overtreders aan. Maar die komen niet in het nieuws, omdat zij er geen enkel belang bij hebben te communiceren dat ze de fout in zijn gegaan.”

Op internet werd de naam van freelance journaliste Karin de Mik uit Leeuwarden enige tijd in verband gebracht met Cozzmoss. De Mik was vorig jaar een van de klanten van de dienst, maar heeft het nu wel even gehad met het aanpakken van plagieerders. Via Cozzmoss kreeg ze teveel gedonder, zegt ze, waar ze nu eigenlijk wel vanaf wil zijn. “Er zijn heel vervelende dingen gebeurd. Als je nu mijn naam intikt in Google, kom je op een weblog terecht waar een stuk van mij zonder mijn toestemming werd gepubliceerd. Daar werd ook heel negatief over mij geschreven. Ik werk al ruim twintig jaar in de journalistiek, maar zoiets raars maakte ik toch nog niet mee.”

Wat betreft de schade die ze opliep door kopieergedrag, kan De Mik echter geen exacte bedragen geven. “De schade bedraagt honderden, mogelijk duizenden euro’s per jaar. In Google kijk ik nu nog wel eens of er iets van mij is overgenomen, maar niet vaker dan één keer per maand.”

‘Chilling effect’
ICT-jurist en blogger Arnoud Engelfriet lijkt zich intussen op internet op te werpen als advocaat van de blogger-community. Bij zijn juridische adviesbureau ICTRecht zag Engelfriet de laatste tijd aardig wat mensen langskomen die absurde schadeclaims kregen voor een gedeeltelijk overnemen van een nieuwsbericht. “Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Volgens Engelfriet moet worden voorkomen dat het auteursrecht leidt tot wat in de VS een ‘chilling effect’ op de vrije meningsuiting is gaan heten. Mede daarom steunt hij het internetinitiatief “Eerlijk en legaal bloggen”, het Ning-netwerk van bloggers dat werd opgericht ter verdediging van de bloggemeenschap. “Claims zijn lang niet altijd terecht. In sommige situaties zou ik ook niet adviseren om blindelings te betalen. Een hoge schadeclaim, zoals de standaard claim van de NVJ, heeft puur als doel om een boete op te leggen waar het Nederlandse recht geen ruimte voor biedt. Dit blijkt ook uit de jurisprudentie en juridische literatuur. Toch blijven rechthebbenden dergelijke claims indienen.”

Engelfriet komt tegenwoordig trouwens vaker bloggers tegen die geplagieerd zijn door journalisten dan omgekeerd. “Journalisten lijken vaak te denken dat zij zaken mogen overnemen omdat ze met nieuws bezig zouden zijn. Zo raken foto’s van iemands website ineens verzeild op nieuwssites, of worden stukken tekst verwerkt in een achtergrondartikel zonder bronvermelding. Hoeveel journalisten controleren de copyrights van een foto op iemands Hyves-pagina als ze schrijven over die persoon?”

Punt van discussie
Volgens Engelfriet hielp zijn in mei gelanceerde dienst al een handjevol bloggers en websitebeheerders. De hoogte van schadeclaims zal echter de komende tijd een punt van discussie worden. “Je kunt niet de standaardtarieven van de NVJ of Fotografenfederatie plus de contractuele boetes hanteren als de overtreder een privépersoon is die niet zakelijk blogt. Wat de schade dan wel is – en hoe hoog die geschat moet worden – is een heel lastige vraag. Maar ik verwacht wel dat de jurisprudentie rond het citaatrecht flink uitgebreid zal worden. Op internet worden immers vaak stukjes tekst of verkleinde foto’s gebruikt om een interessante pagina aan te kondigen of daarheen te verwijzen. Dat is een vorm van citeren. De grenzen moeten hier echter verder uitgekristalliseerd worden.”

Hetzelfde geldt volgens Engelfriet voor de persexceptie. Bij de laatste wijziging van de Auteurswet werden websites, die dezelfde functie vervullen als papieren krant of tijdschrift, expliciet onder de definitie van ‘persmedia’ gezet. “Ik zou verwachten dat een blog hier al snel aan voldoet. Blogs publiceren namelijk op regelmatige basis over actuele onderwerpen. Het zou goed zijn als ook hier meer duidelijkheid over kwam in de jurisprudentie”, aldus Engelfriet.

Bloggers die blafbrieven ontvangen, kunnen binnenkort trouwens ook terecht bij de kersverse Stichting Copyright & Nieuwe Media, dat een meldpunt wil opzetten voor bloggers die een claim aan hun broek krijgen. “Copyrightregels werken op internet soms nogal anders dan in de oude media. Wij willen tegenwicht bieden tegen de rare praktijken van bedrijfjes als Cozzmoss, die als een soort semi-overheid denken boetes uit te kunnen delen”, zegt Marco Raaphorst, een van de initiatiefnemers. De stichting gaat ook juridische adviezen aan bloggers geven en een beroep doen op pers en politiek om aandacht te krijgen voor de complexiteit van de problemen. “Rechtszaken zullen niet te voorkomen zijn. Het mag echter niet zo zijn dat kleine weblogs worden aangevallen op basis van achterhaalde copyrightregels”, aldus Raaphorst.

Al 31 reacties — discussieer mee!