Hel en verdoemenis riepen persfotografen twee en een half jaar geleden af over een experiment van regionaal dagblad De Gelderlander om verslaggevers van de stadsredactie Nijmegen uit te rusten met een digitale camera. Sindsdien is het stil rond het onderwerp. Maar niet omdat er niets meer zou gebeuren. Want intussen doet Nokia-fotografie snel intrede bij regionale kranten. In een enkel geval is al eenderde van de foto’s op de regio-pagina genomen door de verslaggever zelf. Een rondgang langs Wegener-redacties laat een beeld zien van worstelende redacties en ambitieuze hoofdredacteuren. En het oprukken van de Nokia-foto.

Het idee achter de proef van twee en een half jaar gelden bij De Gelderlander was dat ‘unieke fotomomenten’, die anders verloren zouden zijn gegaan omdat de fotograaf niet snel genoeg op de plaats van bestemming kon zijn, toch een plekje kregen in de krant en op de website. Een uitslaande brand ’s avonds om elf uur bij een journalist op de hoek, of de eerste ontwikkelingen na een ernstig auto-ongeluk waar een verslaggever toevallig voorbijrijdt. Voorbeelden van fotogenieke situaties die volgens de hoofdredactie van De Gelderlander in kracht zouden inboeten als er gewacht moest worden tot de fotograaf was gearriveerd.

Maar het experiment schoot in het verkeerde keelgat van menig persfotograaf. In een tijd dat bezuinigingen bij krantenuitgevers vaak de persfotografie als eerste troffen, leidde dit plan volgens de fotografen tot verdere bezuinigingen op fotografie bij kranten. Bovendien beschouwden zij deze zet van De Gelderlander als een verdere ondermijning van hun beroep, nadat eerder de positie van persfotografen al was ‘aangetast’ door de toegenomen invloed van amateurfotografie in de krantenjournalistiek.

De kwestie liep binnen de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten (NVF) hoog op. Op een discussieavond, in januari 2006, georganiseerd door de Stichting Mediadebat, werd de destijds waarnemend hoofdredacteur van De Gelderlander, Louis van de Geijn, flink onder vuur genomen.

Rondgang langs redacties
Sindsdien is het echter opvallend stil geworden rond het destijds uiterst gevoelige onderwerp in de Nederlandse journalistiek. Hoe is de situatie nu te omschrijven? Zijn de kranten gezwicht voor de destijds luide protesten van de fotografen? Of worden er juist in toenemende mate foto’s gepubliceerd van verslaggevers? Een rondgang langs de redacties en hoofdredacties van de zeven regionale dagbladen van uitgeverij Wegener laat een beeld zien van worstelende redacties en ambitieuze hoofdredacteuren. Maar wat vaststaat, is dat schrijvende journalisten in toenemende mate foto’s maken voor zowel de website als de papieren krant.

“Je komt als journalist in situaties terecht waar een fotograaf niet op tijd voor is”, zegt Harold Schuil, verslaggever van het regiokatern De Vallei van De Gelderlander. “Laatst was er bij mij in de buurt een uitslaande brand. Dan is het uit journalistiek oogpunt beter om mij die foto te laten maken. Als de fotograaf arriveert, is de omgeving al vaak afgezet door hulpdiensten en krijg je toch een minder pakkende foto.”

De apparatuur waar Schuil en zijn collega’s bij De Gelderlander mee werken, bestaat uit een Nokia N95 met 5.0 megapixelcamera. Schuil: “Een tijdje terug is er bij alle Wegener-kranten een proef gestart met deze Nokia’s. Wij konden onze oude Nokia inleveren voor de N95. Inmiddels zijn dertig collega’s op de redactie in Ede (waar de editie De Vallei wordt gemaakt red.) in het bezit van een telefoon met camera. Kom je iets bijzonders tegen, dan maken we zelf een plaatje. Maar het is bij ons geen schering en inslag dat er foto’s van journalisten prominent in de krant staan. Fotografie blijft een vak. Alleen de techniek staat niet stil. Kijk naar de moord op Theo van Gogh. De foto die de volgende dag op alle voorpagina’s van de kranten stond, was gemaakt met een mobieltje. Het is een lastige kwestie.”

“Af en toe nijd”
Ook op de redactie van BN/De Stem in Roosendaal wordt er gewerkt met de N95 van het Finse telecomconcern. “Van de elf journalisten zijn er twee in het bezit van zo’n telefoon”, vertelt eindredactrice Paula Pols. “Iedere dag staan er in onze editie gemiddeld twee foto’s die door journalisten zijn geschoten. Het is nu zo dat voornamelijk de kleinere foto’s door verslaggevers worden gemaakt. Een plaatje bij een rubriek of een zomerserie bijvoorbeeld. Maar het gaat zich wel uitbreiden denk ik, helemaal nu de financiële positie van Wegener niet bijzonder rooskleurig is. Het is daarnaast ouderwets om te stellen dat alleen professionele fotografen goede foto’s kunnen maken. Sommige journalisten op onze redactie hebben er echt lol in om te fotograferen en ze leveren kwalitatief goede foto’s af. Voor de fotografen is deze ontwikkeling minder leuk. Zij weten wat er gebeurt en dat levert af en toe wel wat nijd op tussen beide partijen.”

Bij het Brabants Dagblad is men vooralsnog redelijk terughoudend met het inzetten van verslaggevers als fotograaf. “Het komt wel eens voor”, legt Ruud Denissen, eindredacteur op de redactie in Tilburg, uit. “Maar als de situatie zich voordoet dat een journalist een foto maakt voor de krant, dan sturen we altijd nog een professionele fotograaf naar de plaats van bestemming om zo te kunnen vergelijken of de foto van de verslaggever echt zoveel meerwaarde heeft. Hoe de toekomst er uit ziet? Dat is afhankelijk van de grote baas, Wegener.”

Waar bij De Gelderlander, BN/De Stem en het Brabants Dagblad vooral de kleinere foto’s door journalisten zelf worden gemaakt, is men bij De Stentor al verder gevorderd. “Ik denk dat eenderde van de foto’s uit de regionale katernen van onze krant gemaakt is met een Nokia N95”, stelt de chef van de Apeldoornse editie Berend van de Sanden. “Niet alleen de kleinere foto’s worden veelvuldig gemaakt door verslaggevers, het is ook al voorgekomen dat op de voorpagina van de krant een foto stond die geschoten was door een journalist.”

“Journalistiek levert het voordelen op”
Op het kantoor van De Stentor in Apeldoorn werken twaalf journalisten, waarvan de helft in het bezit is van een mobiele telefoon met camera. Daarnaast zijn er nog twee verslaggevers uitgerust met een digitale camera. Van de Sanden: “Wat de professionele fotografen hier van vinden? Dat moet je aan de fotografen zelf vragen. Natuurlijk krijgen wij signalen door van fotografen die kritiek hebben op deze ontwikkeling. Op de kwaliteit van de foto’s is inderdaad nog wat af te dingen, maar dat geldt ook voor foto’s die gemaakt zijn door freelance- fotografen. Ik ben er zelf voorstander van om alle verslaggevers uit te rusten met een kleine digitale camera. Journalistiek gezien levert dat enorme voordelen op.”

Ook bij de Zeeuwse regionale krant PZC zijn de ambities op dit terrein hoog. “Als het aan de hoofdredactie ligt dan zouden we iedere verslaggever uitrusten met een digitale camera”, bepleit adjunct-hoofdredacteur Kroon. “Maar dat kost tijd en geld. Wanneer we daadwerkelijk deze stap maken dan moet iedere journalist wel een degelijke fotografieopleiding hebben gevolgd.” Op dit moment verschijnen er in de regiokaternen van de PZC per dag één of twee foto’s van verslaggevers.

Ger Dijkstra, adjunct-hoofdredacteur van de Twentsche Courant Tubantia, geeft aan dat er bij zijn krant eveneens volop geëxperimenteerd wordt met fotograferende journalisten. Dijkstra: “Wij zijn daar druk mee bezig, ja. Maar alles gaat bij ons stapsgewijs. We willen eerst inzicht krijgen in de voor- en nadelen van het publiceren van foto’s gemaakt door verslaggevers. Om daar een goed beeld van te krijgen hebben we tijdens het afgelopen EK Voetbal in Zwitserland en Oostenrijk een groot experiment uitgevoerd. Alle foto’s van de wedstrijden en de Oranjefeesten zijn gemaakt door onze eigen verslaggevers. De professionele fotografen zijn thuis gebleven. Na de vakantieperiode gaan we dit project grondig evalueren.”

Volgens Dijkstra zijn de huidige ontwikkelingen een gevolg van de niet stilstaande techniek en de bezuinigingen bij Wegener. “Journalisten worden generalisten. Dat laat de hedendaagse techniek toe. Journalisten kunnen schrijven, foto’s schieten en ook beeldreportages maken voor op de website, terwijl ze bezig zijn met één onderwerp. Daarnaast staan fotografen onder druk vanwege de bezuinigingen. Steeds minder fotografen moeten steeds meer foto’s maken. Om de druk te verlichten worden nu ook verslaggevers uitgerust met fotoapparatuur. Op den duur zullen de fotojournalisten daar ook wel het voordeel van gaan in zien.”

“Fotografie is een vak”
Kritiek vanuit de krantenwereld op deze ontwikkeling binnen de journalistiek is er ook. “Het is zeker niet de bedoeling dat schrijvende journalisten tevens fotograferende journalisten worden”, stelt Lucas van Houtert, chef op de streekredactie van het Eindhovens Dagblad. “Fotografie is een vak. Ik merk dat sinds de proef met de nieuwe Nokia’s loopt, een aantal collega’s het erg leuk vindt om te fotograferen. Daar moet wat mij betreft een rem op komen. Dit is niet de bedoeling. De kwaliteit van de foto’s is bovendien zeker niet denderend.”

Concluderend kan gesteld worden dat waar journalistiek Nederland zich anderhalf jaar geleden enorm druk over maakte, nu sluipenderwijs gebeurt. Fotograferende journalisten lijken een normaal verschijnsel te worden in de krantenwereld, ondanks de worstelingen van sommige redacties. Zo laat de kwaliteit van de foto’s nog te wensen over en vragen de redacties zich af of het wel de taak is van een verslaggever om plaatjes te schieten.

Bij de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten (NVF, onderdeel van de NVJ) was de afgelopen dagen wegens vakanties niemand bereikbaar voor een reactie. Bianca Rootsaert, die deze zomerperiode de woordvoering verzorgt bij de NVJ, kon wel een reactie geven namens de journalistenbond. “Ik weet niet precies waar we staan in deze golf. Ik heb vernomen dat de NVF binnenkort een uitgebreide inventarisatie gaat maken om een goed beeld te krijgen van hoeveel foto’s er nu daadwerkelijk door verslaggevers worden gemaakt. Dat lijkt me een uitstekend plan. Ik begrijp dat redacties worstelen met deze kwestie. Door de talloze bezuinigingen is het verleidelijk geworden om journalisten ook in te zetten als fotografen. Maar ik blijf erbij dat fotografie een vak is, net zoals journalist zijn ook een apart beroep is. Ik vind het niet kunnen dat je een ongeschoold iemand foto’s laat maken voor de krant. Je vraagt toch ook niet aan je moeder of ze een artikel wil schrijven?”

Leestip: Columbia Journalist Review heeft over hetzelfde onderwerp een artikel
(‘Flickring out – What will become of fotojournalist in an age of bytes and amateurs?’).

Al 16 reacties — discussieer mee!