Als internetjournalist van het eerste uur introduceerde Craig Stoltz midden jaren negentig twee nieuwe krantenniches: een digitale nieuwsbrief en Fast Forward, een tijdschrift over ICT. Maar ondanks deze wapenfeiten is de Washington Post-medewerker van weleer geen fan van de krantenwereld. Op zijn blog Web 2.Oh…really? verwondert hij zich over de, in zijn ogen, ouderwetse werkwijze van diverse Amerikaanse traditionele media. Interessant persoon voor een paneldiscussie, dacht de organisatie van the 5th Annual Digital Media Conference dus.

De Washington Post verzond ICT-magazine Fast Forward lange tijd ook via de mail. Hier kondigt The Washington Post het einde aan van deze digitale nieuwsbrief. De reden: ICT-verslaggevers berichten nu via blogs, en RSS houdt lezers op de hoogte van nieuwe posts.

Bij het forum, dat over de toepassing van sociale media ging, verlegde de tegenwoordig veelgevraagde webconsultant dan ook niet verrassend het accent naar de dagbladenwereld. Zijn boodschap: zo lang kranten lezers niet serieus nemen en conservatief controle houden over de inhoud, zal hun markt verder inkrimpen. “Een goed voorbeeld is de New York Times. Ze sturen journalisten naar huis, omdat de bedrijfsresultaten tegenvallen. Maar intussen huren ze wel mensen in die niet-gewenste commentaren van de website moeten verwijderen. Dat is een duidelijk exces van merkbescherming, ten koste van de inhoud en conversatie. Je moet lezers laten zeggen wat ze willen, zelfs in een New York Times-omgeving. De Times strijdt tegen het tij door te moderaten, in plaats van de mensen dat zelf te laten doen.”

Voor Stoltz’ vooruitblik op zijn panelrol bij de conferentie, zie deze link.

Stoltz deelde zijn ergernis over het beleid van de New York Times ook in een blogpost. Volg deze link.

“Pistool tegen hun hoofd”
Zonder een oordeel over Europa uit te spreken (daar zegt hij onvoldoende verstand van te hebben), stelt Stoltz dat Amerikaanse traditionele media nog altijd hun eigen graf graven door het oude model te omarmen. “Ze blijven hun eigen content het belangrijkste vinden”, vertelt hij na afloop verder. “Dagbladen dulden geen andere conversatie om hen heen dan hetgeen zijzelf in de wereld brengen. Pure online media zijn zich intussen wel zeer bewust van de technologie en het bijbehorende gebruikersgedrag. Traditionele media zijn in serieuze problemen. Ze zetten een pistool tegen hun hoofd.” En de tijd voor verandering wordt alleen maar urgenter, ziet Stoltz. “Toepassingen van user-generated content worden met de maand gemakkelijker te hanteren, zoals bijvoorbeeld het uploaden van een fotogalerie. En adoptie van user-generated content is aan het versnellen. Eerst waren het alleen de kids op MySpace en Facebook, maar nu beginnen oudere generaties zich te realiseren dat ze achter lopen. Kranten doen dat intussen niet. Ze zien niet in dat andere websites voorgoed het platform van nieuwsconsumenten kunnen gaan worden. They push a rising generation of people away.

Als het zo doorgaat, denkt Stoltz zelfs dat pure online media de verslaggeving van hard nieuws kunnen gaan overnemen: webloggers die toegang krijgen tot politieke instituties ,,Nu zien de meeste organisaties het als een risico, maar in de toekomst misschien niet. Dat Yahoo! News een online interview met president Bush regelde, vond ik al een hele prestatie. Blijkbaar zoekt het Witte Huis directer contact met het publiek.”

Auteursnaam weglaten
Bij de bijeenkomst, die werd overheerst door vertegenwoordigers van online-only media, krijgt Stoltz veel bijval. Op zijn blog is dat niet altijd het geval. Bijvoorbeeld als hij voorstelt om de auteursnaam voortaan bij artikelen weg te laten. Voor Time juist een reden om zijn site op te nemen in haar ‘blog top-25’: “The suggestion resulted in a flood of protests from — surprise — newspaper journalists, but the howls are proof that Stoltz is on to something.” En zo zijn er meer prikkelende posts: Stoltz merkt ook op dat journalisten beter geen bloggers kunnen worden. Onder andere omdat ze hun verhaal alleen maar met alinea’s tekst vertellen, ze zonder woordlimiet oeverloze lange teksten gaan maken en omdat ze denken dat lezers van hun wijsheid genieten. “Journalisten vergeten vaak wat voor lezer ze op het internet voor zich hebben”, reageert hij. ,,Als ze wel bloggers zouden worden, moeten ze door iemand geleid worden die de mogelijkheden en onmogelijkheden van het medium goed begrijpt.”

Weblogs worden sowieso onderschat, vindt de webconsultant. “Ze zijn voor kranten heel erg belangrijk omdat ze voor verkeer via de achterdeur zorgen. Verkeer dat anders nooit hun site had bereikt. Lang dacht men bij de krant dat hun portaal de frontpage van veel surfers vormt, waar ze hun gehele nieuwsexperience beleven. De statistieken zeggen echter dat veel mensen via blogs op krantensites uitkomen. Omdat blogs belangrijk nieuws bieden aan bepaalde communities, bezoeken deze internetters deze sites als eerste.” De boodschap is duidelijk: elk dagblad zou blogs moeten beheren. “Maar dus op de juiste manier. De meeste kranten hebben ook wel een blog die populair is, maar dat is dan meestal het resultaat van één individu die het snapt. Een interessant model zie je bij de LA Times. Hoewel nu met wisselend succes, de krant gebruikt alleen maar bloggers om verhalen te vertellen. Dat zie je aan de inhoud af.”

Laagwaardige journalistiek
Een gebrek aan investeren in begaafde bloggers en bezoekersparticipatie zal volgens Stoltz uiteindelijk tot laagwaardige journalistiek leiden. “Premium content wordt nu nog gemaakt door de media die financieel worden ondersteund door traditionele adverteerders. Maar in de toekomst komen reclame-uitingen misschien meer op andere websites. En als je er dan van uitgaat dat inkomsten verder afnemen en er nog minder geïnvesteerd wordt, dan zal dat de kwaliteit, en ook de kwantiteit, niet ten goede komen. Verstorend daarbij is ook de rol van sites als Yahoo! News. Ze distribueren premium content, maar nemen daarmee ook reclame-inkomsten weg van de media die het maken. Het ondermijnt hun bedrijfsmodel.”

Is het dan allemaal ellende binnen de Amerikaanse dagbladwereld? Nee, Stoltz weet toch een aantal media te noemen die veelbelovend innoveren. Hoewel zo nu en dan criticaster van de krant, schaart hij ook The Washington Post bij dat rijtje. “Naast tekst visualiseren ze verhalen zeer goed met data. Maar CNN is daar misschien nog beter in.” Verder doet USA Today volgens hem een hele goede job. “Zij hebben bijna alle digitale toepassingen omarmd. Overal is ruimte voor interactie en participatie, en ze doen aan realtime-verslaggeving.”

Binnen de traditionele mediasector bekritiseert Stoltz vooral kranten. Maar hij ziet ook de tv-wereld met conservatisme kampen. ,,Ik consulteer een tv-station dat world class – journalistiek maakt, maar waar de werknemers zich verzetten tegen publieksparticipatie. Managers moeten daar ingrijpen en zeggen: ‘we gaan het nu anders doen, anders gaat ons publiek ergens anders heen’.”

Al 2 reacties — discussieer mee!