Kranten zijn in het internettijdperk kansloze ondernemingen, dat is althans de indruk die gewekt wordt door de bijdragen op naar innovatie hunkerende sites als De Nieuwe Reporter. Het adagium is ‘print is dead’. Ik betrapte mezelf er op hoe achteloos ik in die heersende opvatting mee ga toen ik werd geconfronteerd met de tegenovergestelde bewering: Kranten zijn cash cows. Die stelling las ik in een blad dat volgens de doctrines van de digerati niet eens meer kan bestaan.

Op vakantie kocht ik in een kiosk de Amerikaanse Playboy. Het aloude smoesje ‘voor de interviews’ is inmiddels de enig echte reden geworden om het blad te kopen. Door internet zijn blote vrouwen in zulke schier onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar dat je er geen tijdschrift meer voor nodig hebt. Tenminste dat zou je denken. Het rare aan papier is namelijk dat een dergelijke ijzeren logica niet op gaat.

Zo publiceert Playboy een fotoserie van de ‘meest gedownloade vrouw op internet’. Dat klinkt als ijskasten exporteren naar de Noordpool, of zand naar Saoedi-Arabië. Waarom zou je willen betalen om op papier naar een vrouw – in dit geval Cindy Margolis – te kijken terwijl ze juist op internet gratis populair is? Het klinkt als een YouTube pay-channel op de televisie.

Toch lukt het Playboy er geld mee te verdienen. Vorig jaar nog maakte de onderneming bijna 5 miljoen dollar winst. Die cijfers staan onder druk maar dat is nu pas het geval, in een tijd dat in de VS een economische crisis over de hele breedte toeslaat. Ik verkeerde eerlijk gezegd in de veronderstelling dat het bedrijf door de opkomst van internet al jarenlang verlies maakte.

Egomaniakken
In het juni-nummer van Playboy (US editie) wordt door socioloog Eric Klinenberg de vraag behandeld waarom miljardairs als Jack Welch, Maurice Greenberg en David Geffen, kranten opkopen of daartoe pogingen ondernemen. Over het algemeen wordt beweerd dat dergelijke miljardairs kranten louter als ijdeltuiterig speeltje willen hebben, zoals dat in Nederland wordt gezegd over Marcel Boekhoorn en zijn gratis krant De Pers. De roemruchte internetpublicist Michael Wolff noemt dergelijke investeringen het werk van egomaniakken ‘met een nostalgisch idee over dominantie’.

Klinenberg zet daar een andere reden tegenover: kranten worden opgekocht omdat het krankzinnige winstmakers zijn met marges van dertig procent, een verhouding waar grote delen van het bedrijfsleven jaloers op zijn. Dat is ware de reden dat ze gretig overgenomen worden door zakenmannen die nu eenmaal niets beter kunnen dan geld verdienen.

Sindsdien ben ik er eens op gaan letten. En verdomd. Neem Wegener. Er worden honderden banen geschrapt. Dat wekt de indruk dat het krantenbedrijf in ernstige moeilijkheden verkeert. In de praktijk maakt het bedrijf echter winst. De banen moeten weg omdat de eigenaren nog meer winst willen maken. Voor het Telegraaf-concern waar ook onrust is als gevolg van tegenvallende cijfers geldt hetzelfde: de krant zelf maakt winst. Het verlies komt voornamelijk van de tak die wordt gezien als de toekomst, namelijk internet.

Het papierloze kantoor
Papier lijkt op den duur onvermijdelijk ten dode opgeschreven, zelfs al willen voorspellingen als e-books en het papierloze kantoor al decennialang niet uitkomen. Maar betekent de dood van papier automatisch het einde van de oude media? Of kunnen die beter dan wie ook een omslag maken?

In een Parijs warenhuis zag ik eerder dit jaar een hele afdeling Playboy-merchandise. Het viel me op dat alle spullen bestemd waren voor vrouwen, waarschijnlijk niet toevallig ook de groep die het vaakst tijdschriften leest. Bovendien wordt de onderneming geleid door een vrouw, de dochter van oprichter Hefner. Playboy een vrouwenmerk, het is het soort behendige transformatie waar traditionele media opvallend goed in blijken te zijn.

Luiheid en kortzichtigheid
Oude media zijn in dat soort overlevingstactieken zelfs veel beter dan hun internetconcurrenten. KPN slaagde er niet in van Planet een ander bedrijf te maken, Napster mislukte als nieuwe muziekdienst.

Print is dead? Nederland heeft inmiddels bijna vijftien jaar internet maar de sites die zich kunnen meten met papieren concurrenten zijn op de vingers van een hand te tellen. Je kunt dat wijten aan het medium internet maar het is net zo goed een kwestie van mentaliteit. Het ‘print is dead’-denken wekt de suggestie dat de uitgeefschat vanzelf wel bij internetmedia terecht komt. Dat leidt tot luiheid en kortzichtigheid onder internetmedia.

‘Kill print’ zou een effectiever motto zijn en betere resultaten opleveren.

Al 13 reacties — discussieer mee!