“Pronto? Spreek ik met Gianluca Di Feo?”
“Si.”
“Heb je mijn mail gelezen?”
“No, nee, mijn computer is in beslag genomen.”
“Mag ik je wat vragen stellen over de invallen afgelopen vrijdag bij jou thuis en bij je collega Emiliano Fittipaldi, ook thuis, en vervolgens bij de redactie van L’espresso in Rome?”

Het Italiaanse weekblad L’espresso publiceerde vrijdag 12 september een lang artikel door Gianluca Di Feo en Emiliano Fittipaldi, onder de titel ‘Zo heb ik Napels vergiftigd’, waarin delen van verslagen van verbalen waren opgenomen. Verbalen van Gaetano Vassallo, een spijtoptant van de camorra. Vassallo is de uitvinder van de illegale afval-transporten naar en afvalstort rond Napels. De ondernemer die de route voor giftig en gevaarlijk afval creëerde, voor de bedrijven uit het noorden. En hij regelde die zaken voor rekening van de machtige camorra-clan Bidognetti.

Afval-ondernemer Vassallo meldde zich vijf maanden geleden bij de rechtbank van Napels. Sindsdien legt hij aan de magistraten van de antimafia van Napels lange verklaringen af over hoe en door wie, sinds de jaren tachtig, Napels en omgeving fataal zijn volgestouwd en vergiftigd met gevaarlijk afval, vaak uit het industriële Noorden van het land. “Dat Vassallo was gaan praten was al snel bekend. De, net als de schrijver Roberto Saviano zwaar door de camorra bedreigde journaliste Rosaria Capacchione publiceerde er in mei of juni al over, in de lokale Napolitaanse krant Il Mattino”, zegt Di Feo.

“Als Vassallo zich meldt bij de onderzoeksrechters van de Napolitaanse antimafia is het 1 april. Twee weken voor de verkiezingen, veel stond nog te gebeuren. Exact twee maanden later werd Michele Orsi, een van de hoofdpersonen in de verklaringen van Vassallo, door een killer-commando uit Casal di Principe vermoord. En 42 dagen later werd Nicola Cosentino, de belangrijkste parlementair afgevaardigde die in de verklaringen van de spijtoptant genoemd wordt, staatssecretaris in de regering Berlusconi,” schrijft L’espresso.

In Vassallo’s verbalen komt de naam van Cosentino bovendrijven als de ‘politieke man’ van de camorra, de verbindingsman tussen de machtige Casalesi-clan uit Casal di Principe, het dorp van Saviano, en de regering in Rome. En sleutelfiguur achter de illegale afvaltransporten. Cosentino is in de huidige regering Berlusconi staatssecretaris voor Economische Zaken.

Uit de verklaringen van Vassallo, zoals gepubliceerd in L’Espresso: “Ik was persoonlijk aanwezig bij de overhandiging van vijftigduizend euro, contant, door Sergio Orsi aan Cosentino tijdens een ontmoeting bij de laatste thuis, in Casal di Principe. Ik herinner me dat Cosentino het geld in een gele envelop ontving en dat Sergio me informeerde over de inhoud.”

Bevel tot huiszoeking
De antimafia-afdeling van de rechtbank van Napels reageerde onmiddellijk nadat de publicatie donderdagavond online stond met een bevel tot huiszoeking bij de twee schrijvers van het artikel en de Romeinse redactie van het weekblad. Vrijdagochtend vroeg doorzochten zes ‘finanzieri’, (financiële politie, Guardia di Finanza) het huis van Di Feo, zes anderen het huis van zijn collega Fittipaldi, en vervolgens nog eens zes de redactie van L’espresso. Tijdens de zeven uur durende huiszoekingen zijn documenten, de computers en telefonische agenda’s van de journalisten in beslag genomen. Op de redactie van het blad zegt een hoorbaar geschrokken medewerker: “Ik werk hier al jaren, maar dit heb ik echt nog nooit meegemaakt!” Di Feo is ook geschrokken, maar merkt nog op dat de Guardia di Finanza zich bij hem thuis erg vriendelijk gedroeg.

“Hadden jullie rekening gehouden met mogelijke reacties?”

“Bij dit soort artikelen houden we altijd rekening met reacties van camorristen!” Wat verbolgen vervolgt Di Feo zijn relaas: “Sinds een jaar of drie volgt L’espresso de Napolitaanse situatie met constante aandacht. Maar de pers publiceert alleen wat de machtige kaste pleziert en de grote kranten laten Napels vooral buiten beschouwing. Nog vóór de publicatie van ‘Gomorra’, in september 2006, schreef Saviano in L’espresso een artikel over het afvalprobleem, en werd daarna bedreigd. We ondertekenen dit soort artikelen om die reden altijd met twee namen. En nu worden we nota bene beschuldigd van heling en favoreggiamento, wat neerkomt op het helpen van camorristen! Dat is een zware beschuldiging waarop vijf jaar gevangenisstraf staat. Maar de enige grens die ik beslist niet over ga is juist die van favoreggiamento.”

Di Feo vindt dat de magistraten te lang de tijd hebben genomen: “Sinds Vassallo spijtoptant werd, zijn er al maanden verstreken. Maanden verhoren ze hem nu al en iedereen weet het!” Hij voert het aan ter verdediging van de publicatie, in een land waar de persvrijheid onder zware druk staat. En hij ziet een trend: “Deze reactie van de magistratuur zien we steeds vaker. Een paar jaar terug had ik een artikel geschreven voor Dagblad Corriere della Sera over de verkoop van Italiaanse Beretta-pistolen aan Irak, waarna ik ook ineens 15 ‘finanzieri’ op bezoek kreeg.”

Toch ziet Di Feo de Napolitaanse rechtbank als een van de beter functionerende in Italië, met de beste resultaten in de onderzoeken naar en tegen de mafia. Hij erkent dat de rechtbanken, en dat is zacht uitgedrukt, niet in de meest wenselijke staat verkeren: “De rechtbank heeft te weinig middelen. Wanneer er zo’n belangrijke spijtoptant is, moet er sneller gehandeld worden. Zeker gezien de ernstige situatie van de omgeving waar dit over gaat: Caserta.”

Tien doden door geweld
Sinds Vassallo zijn verklaringen aflegt vielen er vanaf mei tien doden door geweld. Een groep van vijf killers elimineert eens per week iemand die ze lastig vinden. Di Feo windt zich steeds meer op: “Het gevolg is dat er helemaal niemand meer wil praten met de magistraten. Is de Italiaanse staat niet bij machte ze te stoppen? Napels is de enige ‘noodtoestand’ die we nu in Italië hebben! Casal di Principe ligt maar 110 kilometer van Rome en de twee gevaarlijkste voortvluchtige camorristen, Zagaria en Iovine komen daar vandaan. Ik snap niet dat ze niet gevonden en gearresteerd worden. Het is niet mogelijk! Sinds het boek Gomorra weet de hele wereld dit!”

Het is waarachtig tijd om de rechter te bellen die opdracht tot de huiszoekingen gaf.

“Mag ik wat vragen stellen in verband met de publicatie van het artikel in L’espresso over de spijtoptant Vassalo?”
“Vragen kan altijd, maar of er ook een antwoord volgt, dat moet je dan maar afwachten.”
“Het gaat er nogal hard aan toe in Napels?”
“Het is een ca…”, Franco Roberti, coördinator van de Napolitaanse antimafia spreekt het Italiaanse woord voor puinhoop, ‘casino’, net niet uit. Hij spreekt meer niet uit: “Op dit type vragen kan ik niet antwoorden”. In zijn stem vibreert een soort afgemeten verslagenheid.
“Het zijn nogal zware beschuldigingen. Heling en favoreggiamento?”
“Het lekken van informatie is heel ernstig. En ook journalisten moeten zich aan de wet houden.”
“Het lek ligt toch waarschijnlijk bij de rechtbank zelf?”
“Dat moeten we onderzoeken, wie er verantwoordelijk is voor het lekken van de documenten.”
Minder terughoudend reageert Roberti op de vraag naar de consequenties van de publicatie van Vassallo’s onthullingen voor de lopende onderzoeken: “Het betekent een enorme schade. Het risico van vervuiling van de bewijzen is enorm. Eigenlijk kunnen we nu wel ophouden met het onderzoek.”

Journalist Di Feo heeft er zo ook steeds minder zin in: “Met dit soort invallen verflauwt de wil om journalistiek onderzoek te doen. Ik denk niet dat we in een dictatuur zitten, maar zonder vrije pers en zonder onafhankelijke magistratuur zijn we verloren.”

Staatssecretaris Cosentino ontkent intussen dat er gerechtelijke onderzoeken naar hem lopen en hij beweert Vassallo niet te kennen.

Al 5 reacties — discussieer mee!