Elk jaar verschijnt er een kloek boekwerk met daarin de verzamelde uitspraken (de ‘Spruchpraxis’) van de Presserat – de Duitse evenknie van de Raad voor de Journalistiek – van het voorafgaande jaar. Bij het jaarboek 2008 zit een CD-ROM met alle uitspraken vanaf 1985. Elk jaarboek opent met een aantal artikelen over een bepaald thema. Dit jaar is dat de online journalistiek. Dat is een heet hangijzer voor de Presserat.

Anders dan de Nederlandse Raad voor de Journalistiek kan de Duitse Presserat niet zonder meer uitspraken doen over online journalistiek. Er kwamen in 2007 wel klachten binnen op dit gebied, maar de Presserat kon er niet veel mee. Volgens de statuten moet het namelijk gaan om redactionele producten die “zeitungs- oder zeitschriftenidentisch” zijn. Dat betekent dat die teksten geheel of gedeeltelijk afkomstig zijn uit kranten of tijdschriften of dat ze artikelen in kranten of tijdschriften aankondigen. Producten die alleen online zijn gepubliceerd, vallen hier dus niet onder. Deze regeling was vooral voor klagers niet goed te volgen: waarom zou Der Spiegel zich houden aan de Pressekodex en zich verantwoorden voor de Presserat en Spiegel-Online niet of maar voor een klein gedeelte? Waarom kunnen mensen wel klagen over teksten op papier en niet over digitale teksten?

Kwaliteitskeurmerk
Om aan die situatie een einde te maken, verklaarde de Presserat zich onlangs bevoegd om voortaan klachten in behandeling te nemen over journalistiek-redactionele content van ‘Telemedien’. Hieronder vallen ook websites. Een woordvoerder van de Presserat benadrukt dat journalistieke sites zichzelf een kwaliteitskeurmerk kunnen verschaffen door op de site zelf kenbaar te maken dat de redactie zich houdt aan de normen van de Pressekodex. Dat kan ook door een link naar die Pressekodex op te nemen of door in het colofon te melden dat users zich met klachten over journalistiek-ethische kwesties tot de Presserat kunnen wenden. Het plaatsen van het logo van de Presserat op de site kan ook als keurmerk voor betrouwbare en geloofwaardige journalistiek gelden. “Ein souveränes Auftreten der Qualitätsmedien stärkt die Glaubwürdigkeit der Online-Produkte eines Hauses und nutzt gleichzeitig auch dem Renommee der Printausgabe. In diesem Sinne können die Medienhäuser nur gewinnen, wenn sie sich zu der Selbstkontrolle für ihre Internetauftritte bekennen.“

Foto van gewonde soldaat
In 2007 behandelde de Presserat 328 klachten. Daarvan werden er 135 ongegrond verklaard. Bij die getallen moet worden bedacht dat de Presserat, anders dan onze Raad voor de Journalistiek, alleen klachten behandelt over de printmedia. Met klachten over journalistieke uitzendingen op radio en televisie moet men bij de omroepen zelf zijn. Bovendien kan in Duitsland iedereen een klacht indienen. Je hoeft niet, zoals in ons land, direct betrokkene te zijn. Zo werden zes klachten ingediend over één publicatie: enkele kranten in Duitsland drukten een foto af waarop een gewonde soldaat in Afghanistan duidelijk herkenbaar te zien was. Bij een zelfmoordaanslag waren enkele Afghanen en drie Duitse soldaten om het leven gekomen. Enkele soldaten waren zwaargewond. Lezers en soldaten protesteerden tegen deze foto. De woordvoerder militaire zaken van de Bondsdag diende een klacht in tegen alle kranten die de bewuste foto hadden geplaatst. Hij vond dat de privacy van de soldaat werd geschonden en dat er bovendien sprake was van een te veel op sensatie gerichte foto.

De klachtencommissie van de Presserat had het er maar moeilijk mee. Enkele leden waren het met klagers eens, terwijl anderen het toelaatbaar vonden dat de media ‘aan oorlog en menselijk leed een gezicht geven’. Na een pittige discussie kreeg de laatste opvatting de overhand, zodat de klacht ongegrond werd verklaard. Ook hier is er een duidelijk verschil met ons land: onze Raad spreekt in zijn overwegingen en oordeel met één mond, voor ‘dissenting opinions’ is geen plaats. In Duitsland worden klachten behandeld door een uit acht personen bestaande klachtencommissie (‘Beschwerdeausschuss’). Die commissie vergadert viermaal per jaar. In een meerdaagse zitting worden tientallen klachten behandeld. Klager en betrokken medium zijn daarbij in beginsel niet aanwezig. Het secretariaat heeft waar nodig voorbereidende gesprekken gevoerd en bemiddeld, zodat de klachtencommissie alle zaken op de stukken kan afdoen. Ook dat is een duidelijk verschil met onze Raad voor de Journalistiek.

‘Redaktionsdatenschutz’
Een van de commissies houdt zich uitsluitend bezig met de thematiek van de ‘Redaktionsdatenschutz’. Gaan redacties zorgvuldig om met persoonsgegevens van burgers? Bij deze commissie klagen mensen die vinden dat kranten hun naam niet hadden mogen noemen. Of dat bij een ingezonden brief geen adresgegevens vermeld hadden mogen worden. Of dat media geen melding hadden mogen maken van gegevens over inkomens of uit medische dossiers. Een ex-gedetineerde klaagt bijvoorbeeld dat hij jaren na zijn detentie nog steeds in verband wordt gebracht met die zwarte bladzijde uit zijn leven. Ouderen klagen omdat media ongevraagd aandacht besteden aan jubilea en omdat in die stukjes namen en adressen van de jubilarissen worden genoemd. Vaak worden deze mensen na publicatie een dankbare prooi van reclamemakers of van oplichters. Belangrijk argument voor de Presserat om zich met dit thema bezig te houden is het op afstand houden van de overheid.

Een ander thema dat in de uitspraken opvallend vaak terugkeert, is sluikreclame, vooral in vakbladen. Hier is de regel overtreden, dat redactionele en commerciële informatie strikt gescheiden moeten worden en dat reclame duidelijk als zodanig herkenbaar moet zijn. Een van de klachten in dit verband ging over een nieuw geneesmiddel dat genezing zou brengen voor Parkinson-patiënten. De Presserat vond de onderbouwing met onderzoeksgegevens te dun en meende dat hier sprake was van reclame voor een bepaald geneesmiddel. De fabrikant daarvan werd met naam en adres genoemd.

Over dit ‘Schleichwerbeverbot’ gingen in 2007 72 klachten. Daarvan waren er maar 19 ongegrond! Wanneer een klacht gegrond wordt verklaard, heeft de Presserat een aantal mogelijkheden: gegrondverklaring zonder maatregel, een aanwijzing (‘Hinweis’) geven, een publiekelijke afkeuring (‘Misbilligung’) uitspreken of een al dan niet publiekelijke ‘Rüge’ (berisping) uitdelen.

Meer informatie over het jaarboek is hier te vinden.

Nog geen reactie — begin de discussie!