Olaf Koens bereist als ‘Zomerreporter’ voor De Nieuwe Reporter enkele Europese landen. Via Twitter, Flickr en dit weblog doet hij verslag van ontwikkelingen in de journalistiek. Vandaag en morgen dagen zijn laatste bijdragen.

Even kennismaken: Casey Davison O’Brien, een Britse twintiger die op het punt staat een journalistieke carrière te beginnen. Hij heeft vijf jaar werkervaring in de NGO-sector, reisde meerdere malen dwars door verschillende delen van de wereld, spreekt een aardig mondje over de grens en heeft een goed taalgevoel. De vraag is: Waar begin je?

Het antwoord in Engeland is meestal: de ‘National Council for the Training of Journalists’ (NCTJ), een organisatie die cursussen en opleidingen in de journalistiek certificeert en zich opwerpt als hoeder van de kwaliteitspers. En dus overwoog Casey een cursus met NCTJ-goedkeurig te volgen. ‘Op het eerste gezicht lijkt het de beste introductie in de journalistiek, je leert er in een korte tijd alle vaardigheden die je nodig hebt om als journalist effectief te kunnen werken’, legt hij uit. Een heikel punt is echter het kostenplaatje. De cursussen die O’Brien gezien heeft duren ongeveer twaalf weken en lopen zeker in de vierduizend pond. ‘Voor dat geld zou ik net zo goed een master aan een universiteit kunnen volgen. Dan heb je een diploma en niet slechts een certificaat op zak. Ik vraag me af of je bij de NCTJ waar voor je geld krijgt.’

Geen stuiver
Meer mensen vragen zich dat af. De bekende Britse internetjournalist Paul Bradshaw doet de noodzaak van een NCTJ-kwalificatie af als een mythe. Op zijn weblog schrijft hij: “Redacties van de regionale pers vragen nog altijd om dergelijke papieren, ondanks het feit dat de helft van de nieuwe journalisten die ze aannemen geen papieren heeft. Tijdschriften, landelijke pers, omroepen en online media geven geen stuiver om de NCTJ. Bovendien zijn redacties van de regionale pers steeds ontevredener over de kwaliteit van NCTJ-studenten en zoeken ze juist meer naar journalisten met bijvoorbeeld online- of video-kwalificaties.”

Ook Casey O’Brien weet dat een NCTJ-certificaat bij de regionale- en locale pers vaak een must is. ‘Loop er de vacature-sites maar eens op na’, zegt hij. Dat doen we.

Op de site journalism.co.uk staan tientallen vacatures, veel daarvan verleiden Engelse ‘native-speakers’ om als redacteur aan de slag te gaan bij verschillende uitgeverijen in Dubai. Een enkele keer duikt een referentie naar de NCTJ op, maar meestal als voorbeeld wanneer men vraagt naar academische referenties. Ook de website ‘jobs4journalists.co.uk‘, waar zo’n twintig journalistieke vacatures te vinden zijn, maakt geen melding van NCTJ-kwalificaties.

En dus bel ik met de grootste werkgever in de Britse journalistiek: de BBC. Geen gemakkelijke opgave. Hoewel iedereen me vriendelijk te woord staat krijg ik geen duidelijk antwoord. Men verwijst me naar verschillende websites en redactionele uitgangspunten. Na twee dagen krijg ik een e-mail waarin staat dat ik als Nederlandse journalist meer dan welkom ben om te freelancen voor de BBC. Telefonisch blijkt wederom niemand in staat me uit te leggen wat de eventuele voordelen van een NCTJ-kwalificatie zou zijn mocht ik voor de BBC willen werken. ‘Ik kan daar helaas geen antwoord op geven, maar als u kijkt op bbc.co.uk/jobs komt u vast verder.’ Hier en daar wordt op de verschillende websites van de BBC melding gemaakt van de NCTJ, maar nergens staat het expliciet beschreven.

Volgens Bradshaw is dat niet heel verwonderlijk. Op zijn blog geeft hij aan waar de problemen liggen. Het gaat om een aantal zaken, maar het voornaamste punt van kritiek is dat de trainingen van de NCTJ de moderne nieuwsindustrie niet kunnen bijbenen.

Een ‘big deal’
Laura Oliver, redactrice bij de website journalism.co.uk, weet het een en ander te nuanceren. ‘De NCTJ heeft een mix van verschillende cursussen te bieden, het is zeker niet zo dat alle universiteiten of onderwijsinstellingen er bij aangesloten zijn. Voor omroepen is er bijvoorbeeld de Broadcast Training Council (BTC). Ze legt uit dat het inderdaad de grote uitgeverijen die de regionale pers domineren zijn die vaak om NCTJ-papieren vragen. ‘Toen ik zelf mijn opleiding deed moest ik een keuze maken, of een opleiding met accreditatie, of zonder. Uiteindelijk is het de opleiding zonder NCTJ-accreditatie geworden, maar ik kan me nog goed herinneren dat het een bijzonder moeilijke keuze was, een ‘big deal’.’ Tegelijkertijd laat ze weten dat de NCTJ wel degelijk veranderingen doorvoert. ‘Ze passen hun programma’s aan, maar omdat het om grootschalige projecten gaat zit daar waarschijnlijk wat meer tijd achter. Maar ze vernieuwen en reageren op kritiek.’

Casey laat zich niet gemakkelijk overtuigen: ‘Ik heb in Londen en Brighton vaak met vrienden en collega’s gesproken die zelf een NCTJ cursus doorliepen. Je krijgt de indruk dat er een ‘one size fits all’ aanpak gaande is. Misschien kun je beter in het diepe springen, als vrijwilliger schrijven voor een aantal publicaties en zo een portfolio aanmaken. Dat, of een master in de journalistiek volgen.’

Emma Harpley van de NCTJ reageert op de kritiek. Telefonisch legt ze eerst uit dat het NCTJ zelf geen cursussen geeft, maar slechts andere instellingen certificeert en in die hoedanigheid waakt over kwaliteit. Zijn ze een commerciële instelling? ‘Nee, we zijn een ‘charity’, [een goed doel zonder winstoogmerk] en we worden grotendeels door de nieuwsindustrie gefinancierd.’ Uit de jaarverslagen – die op de website zijn te vinden – blijkt inderdaad dat het om een liefdadigheidsinstelling gaat, die een commerciële dochteronderneming heeft. Tezamen komt er ongeveer evenveel geld binnen als dat er uitgegeven wordt.

Dat de meeste vacatures bij de regionale pers te vinden zijn legt Harpley gemakkelijk uit: ‘Daar is traditioneel gezien het meeste werk te vinden. Maar werkgevers vragen vaak naar onze diploma’s, ze weten dan zeker waar ze aan toe zijn. Beide partijen kunnen met vertrouwen aan de slag.’

Stemt de NCTJ haar cursussen af op nieuwe media? ‘Nee, we gaan niet mee met de grillen van de dag. We richten ons niet specifiek op het internet. We leiden journalisten op, onafhankelijk van waar ze gepuliceerd zullen worden.’

Voor Casey Davison O’Brien maakt het niet veel meer uit. ‘Zou een papiertje uit Engeland de hoofdredacteur van de ‘Bangkok Post’ of ‘New York Times’ overtuigen me aan te nemen? Of zouden ze meer onder de indruk zijn van een portfolio dat door simpelweg hard te werken in elkaar is gezet. Ik denk het laatste.’

Al één reactie — discussieer mee!