Met de nieuwe Best of the Blogs in aantocht blijf ik ervan overtuigd dat weblogs nog maar aan het begin van een grootse ontwikkeling staan, al was het maar omdat de individualisering en ontwikkelingen op de mediamarkt ze volledig in de kaart spelen (zie ook de 2008 update van Technorati).

Toch stagneert het Nederlandse bloggerswereldje. We kennen allemaal de blogs die het niveau van het visitekaartje of ego-document ontstijgen, die continu in de waakstand staan en originele, degelijke content produceren. Dat zijn de ongeveer twintig blogs die jaarlijks onderling de nominaties en prijzen verdelen. Daaromheen cirkelen nog enkele tientallen rijzende sterren; ik schat hun aantal op hooguit vijftig.

Het geheel overziend komen er drie vragen bij me op. Waarom zijn er zo weinig top- en subtop-blogs? Hoe komt het dat die ondanks hun kwaliteit niet overdreven goed bezocht worden? En waarom is het resterende blog-veld zo pretentieloos en plat? Dat de meeste mensen wel andere dingen aan hun hoofd hebben, snap ik goed, maar dit moet toch beter kunnen.

Pessimistisch volk
Idealisme speelt een belangrijke rol in bloggen, en op dat punt loopt het niet helemaal lekker in ons land. Vorige week wees een onderzoek van TNS Nipo uit dat Belgen en Duitsers “groen” beleggen om een betere wereld dichterbij te brengen maar dat Nederlanders dat doen om rendement te halen. Nederlanders staan, zeggen de onderzoekers, te boek als een “nuchter en misschien ook wel wat pessimistisch volk”, dat minder geinteresseerd is in de verslechtering van het milieu dan in het spekken van de eigen portemonnaie.
Dat pessimisme wordt door ander onderzoek bevestigd. Bijna twee op de drie Nederlanders vinden dat het met Nederland ‘meer de verkeerde dan de goede kant op gaat’.
Projecteer die nuchterheid en somberte op de bloggersmarkt en een mogelijke oorzaak van de stagnatie wordt zichtbaar. De doorsnee-Nederlander stelt droogjes vast dat er weinig of niets met bloggen te verdienen valt en mist het optimisme dat het maatschappelijk gesproken tot iets moois kan leiden. Dat gebrek aan positief idealisme verklaart ook waarom GeenStijl zo populair is, een weblog dat zich ten doel stelt andermans idealen het nekschot te geven.

Blogs worden sterke merken
Uitbouw van de Nederlandse bloggerswereld vraagt om een andere mentaliteit. Financieel gezien blijft bloggen in hoge mate een kwestie van “geven”. Je verzamelt dag en nacht informatie, geeft die gratis aan vreemde bezoekers weg en steekt er meer tijd in dan je ooit vergoed zult krijgen.*
In de VS, waar inmiddels toch ook het nodige pessimisme heerst, is dat “geven” de normaalste zaak van de wereld. Hetzelfde idealisme dat Amerikanen motiveert om de Obama-campagne financieel te steunen of in historische kledij in een optocht mee te lopen, stuwt ze voort op de paden van user generated content, blogging en burgerjournalistiek. De arts doet zijn best om op zijn site angstige vragen van landgenoten te beantwoorden, Al Gore roept Current in het leven, Diana Huffington verbouwt een blog tot massamedium – allemaal uit ijdelheid of iets anders zelfzuchtigs maar óók uit plichtsbesef, omdat de Amerikaanse samenleving of democratie er in hun ogen om vraagt.
Dezelfde drive zie je terug in de manier waarop veel Amerikaanse sitebezoekers hun comments verwoorden: ze doen er hun best op in de overtuiging dat dat goed en belangrijk is, ook al kan niemand dat in effect op de eigen portemonnaie vertalen. Het effect is eerder abstract: door het niveau van die reacties komen debatten tot leven, rijpen ideeën en krijgen weer andere initiatieven vorm. Ook blogs varen daar wel bij: ze worden sterke merken en verwerven gezag.

Koppig optimisme
Het is met dat idealisme de bekende kip-en-ei kwestie. Als weblogger kun je invloed uitoefenen op het idealisme van je publiek. Maar die invloed krijg je alleen door zeeën van tijd in het verrijken van je informatie te stoppen, en waarom zou je dat doen? Die moeite getroost je je alleen als er “iets” is dat je de moeite van het beïnvloeden waard vindt en als je gelooft dat jouw nietige inbreng ertoe doet. Dat koppige optimisme vind ik terug in een stuk of dertig weblogs – van Sargasso en Hoeiboei tot GeenCommentaar, van Onze Man in Teheran tot het Vlaamse LVB.net, van Mijn kind heeft Down’s syndroom tot File Under. En bij eenlingen als Stan van Houcke en Stan de Jong.
Weblogs bestrijden het pessimisme en de kortzichtige “what’s-in-it-for-me?” skepsis in ons land het beste als ze laten zien dat ze zelf factoren van betekenis zijn. Ze kunnen gezag verwerven, citeerbaarder worden, sterke merken bouwen. Als dat gebeurt, wordt die grootse toekomst van het weblog vanzelf realiteit.

——————————————-
* Dat extra investeren geldt ook voor De Nieuwe Reporter, dat geld van sponsors ontvangt maar daaruit niet alle kosten kan betalen – om maar niet te spreken van de tijd die het kost om dat sponsorgeld te verwerven. Voor in vaste dienst bloggende journalisten ligt het weer anders: zij worden betaald maar hebben het drukker gekregen.

Al 17 reacties — discussieer mee!