Deze week passeerde ik in Rotterdam een gevel waar hoog boven de grond een glazenwassersbak vervaarlijk bungelde. Er waren kabels losgeschoten. Twee mannen in de gondel schreeuwden om hulp. In de verte klonk het geluid van een aanstormende brandweerwagen.
Onmiddellijk kwam de burgerjournalist in me naar boven. Ik pakte m’n iPhone, startte de speciale app voor Twitter en drukte op de optie ‘foto’. Het overschakelen van de ene functie naar de andere verliep tergend langzaam. Kostbare seconden tikten weg. Ik hoorde de mannen schreeuwen Schiet op! Schiet op!
Dat was niet voor mij bedoeld.

Toen stond het er: Take Picture. Ik richtte de camera. Deze gebeurtenis zou live te zien zijn voor honderden ‘followers’, zoals contacten op Twitter devoot worden genoemd. Nu was het nog slechts een kwestie van letterlijk een druk op de knop. Het voelde als de gedroomde digitale toekomst: Iedereen journalist en met een enkele klik het nieuws de wereld in sturen.
Klik.
Ik keek naar het schermpje. ‘Error. Could not connect to server.’
Natuurlijk, juist nu.
Ik probeerde een andere applicatie AirMe, die foto’s met ook een klik naar Flickr stuurt. Dat werkte gelukkig wel. Wel jammer dat de kwaliteit van iPhone opnamen zo matig is, bedacht ik me.

De ladderwagen arriveerde en de redding begon.
Achter me stond een jongen met een goede digitale camera met zoomfunctie. Gelukkig, nog een burgerjournalist. ‘Die foto moet je naar de krant sturen,’ suggereerde ik.
Denk je? reageerde hij.
‘Ja, naar het AD. Zijn ze blij mee.’
Hij keek een beetje beteuterd. ‘ik heb geen kabeltje bij me om straks op kantoor de foto’s over te zetten.’ De techniek is vaak een ophaalbrug tussen droom en daad.

Japanse toerist
Ik was ondertussen zo druk bezig met live verslag doen dat ik amper nog tijd had om waar te nemen wat er precies gebeurde. Als de spreekwoordelijke Japanse toerist die in razend tempo foto’s maakt van wat hij zou kunnen zien.

De hype van burgerjournalistiek lijkt na de teloorgang van de speciale site voor burgerjournalisten Skoeps helemaal verwaaid. Dat ligt niet aan het verschijnsel zelf want het is voor iedereen makkelijker geworden gebeurtenissen vast te leggen. En die beelden vinden hun weg steeds sneller naar professionele media.

Het verstommen van de discussie ligt aan de theoretici, voorspellers en hijgerige media die zo’n verschijnsel opblazen. Het debat gaat daardoor louter over de vraag of burgerjournalistiek de gewone journalistiek gaat verdringen. Want iets is kennelijk pas echt nieuw als er iets anders door afsterft. Het enige wat zo’n houding echt doodslaat is het debat zelf. De onzinnige stellingen leiden tot zinloze debatten, waarna het onderwerp afgevoerd wordt.

Hekel
Dat zelfde lot treft weblogs. Ook daarbij moest en zou er een onoverbrugbare tegenstelling zijn met de reguliere journalistiek. “Journalisten hebben een hekel aan bloggers. Bloggers hebben een hekel aan journalisten,” poneerde Henk Blanken begin dit jaar nog. Ik weet niet wat zijn ervaring is maar de mijne is anders. De enige keer dat ik er iets van merkte was tijdens debatten waar weblogs worden opgeworpen als de killers van andere media. Sommige webloggers kunnen er slecht tegen als je daar niet in mee gaat. Dat is meer een kwestie van prestige dan praktijk want dezelfde webloggers zijn vaak mediaveelvraten die ook wel weten dat ze niet zonder kunnen. En iedere journalist leest weblogs.

De laatste dagen duiken er – opnieuw – verhalen op dat webloggen zinloos is. Alleen komen ze uit opmerkelijk hoek. In Wired werd onomwonden het advies gegeven te stoppen met bloggen. Want: “Het is bijna onmogelijk nog opgemerkt te worden, behalve door ordeverstoorders. En waarom zou je het nog doen? De tijd die het kost om scherp, geestig weblog proza te schrijven kun je beter gebruiken om jezelf uit te drukken via Flickr, Facebook of Twitter.”

De raad komt van Paul Boutin een journalist die werkt voor Valleywag, inderdaad een van de grotere Amerikaanse weblogs. Volgens hem valt er niet tegen professionele media op te boksen.

Het is een wreed proces. Eerst mensen de illusie geven dat ze de nieuwe Truman Capote zijn en vervolgens constateren dat ze toch geen schijn van kans hebben. In Nederland was dat ook een beetje de teneur tijdens de weblogconferentie Blog08. De organisatoren riepen vooraf dat webloggers de nieuwe rocksterren zijn en de bijeenkomst eindigde, zo begreep ik uit de verslagen, met een klaagzang over gebrek aan inkomsten. Alweer frustratie.

Fanfare
Beter is om te constateren dat webloggen zoiets is als muziek maken. Miljoenen, miljarden mensen doen dat zonder de verwachting dat ze morgen of volgend jaar rocksterren zullen zijn. Ze zijn er ook niet op uit om al die rocksterren te verdringen, ze willen gewoon muziek maken en hooguit de troubadour spelen. Omdat het prettig is en je leven verrijkt. De weblogwereld is meer een fanfare dan een rockgroep.

Het rivaliteitsdenken belemmert zicht op het idee dat weblogs een geheel eigen plek in het medialandschap innemen. In The New Yorker las ik een reconstructie van de benoeming van Sarah Palin tot kandidaat vice-president. Ze blijkt door een paar vooraanstaande conservatieve webloggers bewust naar voren geschoven. Zo invloedrijk kunnen weblogs zijn. Dat is veel interessanter dan de vraag of ze journalistiek zijn. Hoe werkt die invloed? daar kom je niet achter als je gaat zitten wachten op de dood van de krant of weblogs.

Skoeps mislukte omdat er geen massa’s burgerjournalisten zijn en ook nooit zullen komen. Wat misschien wel werkt is voor het AD een speciale app maken waardoor je de krant op de iPhone kunt lezen, zoals de New York Times die ook heeft. En daar dan de optie inbouwen ‘stuur je foto naar de krant’.

Aan het einde van de middag, uren na het incident, zag ik dan eindelijk de foto van mijn mede-voorbijganger op de site van het AD staan. Dat had veel eerder gekund want the medium is the message maar de kink is de kabel.

Morgen op De Nieuwe Reporter: Henk Blanken reageert op de column van Francisco van Jole.

Al 6 reacties — discussieer mee!