In zijn afgelopen week verschenen ‘Persbrief‘ articuleert minister Ronald Plasterk zijn beleidsvoornemens op het terrein van media en pers. Een stuk met minstens een opmerkelijke opening. Omdat Plasterk zijn schrijven aftrapt met wat Martin van Amerongen zou noemen: ‘een misser uit de grote herenmaten’.

“Ik sta niet in voor de betrouwbaarheid van dit verhaal….”, meldt Plasterk na een inleiding, waarin hij de ontstaansgeschiedenis van het Britse persbureau Reuters schildert. Immers: Julius Reuter zou er volgens de anekdote tijdens de Slag van Waterloo (1815) met postduiven voor hebben gezorgd dat het thuisfront sneller geïnformeerd werd over de afloop van de strijd dan via de tot dan toe gebruikelijke nieuwsroute: via schepen. Daarmee was de basis gelegd voor wat de minister in zijn brief ‘de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van nieuwsvoorziening’ noemt.

Julius Reuter? Maar die werd op 21 juli 1816 geboren, iets meer dan een jaar na afloop van de Slag bij Waterloo. En waarom schrijft de minister dat hij niet kan instaan voor de betrouwbaarheid van de anekdote? Die informatie is toch opzoekbaar en controleerbaar? Of wil de minister ‘een mooi verhaal niet kapotchecken’?

Wie in Google zoekt op ‘Julius Reuter’, komt verschillende levensbeschrijvingen tegen van de man die in 1850 net even over de grens bij Maastricht (in Aken) een postduivendienst begon tussen Aken en Brussel als ontbrekende schakel in de nieuwsvoorziening van Berlijn naar Brussel. Een jaar later verhuisde hij naar Londen en richtte daar het inmiddels beroemde Britse persbureau op. De rest is geschiedenis en wie die historie nog eens wil nalezen, kan ruimschoots terecht in het boek ‘The Power of News, The History of Reuters 1849 – 1989‘.

Kortom: een ministeriële misser, waarbij een ambtenaar – of de minister zelf – wellicht heeft zitten slapen. Maar hoe moeten we belerende opmerkingen van de minister zien als hij zelf liever niet zeker weet of een verhaal ook waar is? Misschien een ‘correcties en aanvullingen’ van de bewindsman, in het kader van transparantie?

Nou is het flauw de brief van de minister alleen af te doen met een snerende jij-bak over een onjuistheid. Daarom enkele vaststellingen over de inhoud van het stuk:

1. Politieke documenten zijn vaak interessanter vanwege wat er NIET in staat. Zo bezien kan de Stichting Media Ombudsman Nederland (MON) de koffers gaan pakken. De minister noemt de club die over de mores van de pers wil waken, niet eens in zijn brief. Sterker: hij steunt de gedachte dat de huidige Raad voor de Journalistiek een ‘ombudsfunctie’ moet gaan vervullen. De Raad stelt zelf voor zich toe te willen leggen op ‘de ontwikkeling van de beroepsethiek’. En laat dat nou net de terreinen zijn die MON wil bespelen. Het pleit lijkt dus beslecht. Wel curieus is het dat de Raad tot een aantal verbetervoorstellen komt op basis van een vergelijkend onderzoek naar zelfregulering (Raden van Journalistiek) in Europese landen. Dat onderzoek, waarvoor de Raad 50.000 euro ontving van het toenmalige Bedrijfsfonds voor de Pers, is nooit gepubliceerd. Het is althans niet de vinden op de website van de Raad. (*)

2. Wie inhoudelijk de voorstellen ter verbetering van de Raad ziet, moet vaststellen dat het allemaal nogal bleekjes is. Er moeten convenanten komen waardoor partijen weer de uitspraken gaan publiceren. Een herhaling van zetten, want nog maar acht jaar terug werd al zo’n zelfde poging ondernomen. Met nogal wisselend succes. Van de voorgestelde verbeteringen (de mogelijkheid uitspraken te herzien, een mogelijk tot hoger beroep, klagen per e-mail) lijkt alleen de beroepsmogelijkheid wezenlijk tegemoet te komen aan kritiek uit de beroepsgroep zelf. Aan een ferme stap als algemeen klachtrecht – zoals in Duitsland – waagt de Raad zich al helemaal niet. De minister wil niettemin drie jaar lang de helft van de kosten van de Raad betalen om de vernieuwingen mogelijk te maken.

3. Opmerkelijk in de brief van Plasterk is de vaststelling dat initiatieven als Mediadebat en Nieuwsmonitor maar weinig bijdragen aan de doelstellingen het debat in de beroepsgroep op gang te krijgen. De resultaten van de Nieuwsmonitor, zo heet het in de brief, vallen zelfs op ‘droge aarde’, Mediadebat speelt nog te weinig een rol in de discussies over journalistieke kwaliteit.

4. Daarmee biedt het ‘drieluik van de zelfregulering’ (Raad, Mediadebat, Persmonitor) waar de minister op wenst te varen in feite een treurige aanblik. En zwaait Plasterk nog maar eens met de portemonnee, in de hoop dat het allemaal nog wel goed komt.

5. Het verdere document ademt vooral de sfeer van ‘veel gespin en weinig wol’. In een tijd waarin diverse mediasectoren windkracht 10 moeten trotseren om het vege lijf te redden, wil de minister vooral graag ‘meedenken’ en als de minister al ergens voorstander van is, wil hij uitvoering vooral overlaten aan de sector zelf. Zo ontstaat een ‘lassez faire’ die niet spoort met de grote woorden die de minister in het begin van zijn document schrijft: Een gezonde journalistiek is onontbeerlijk voor een democratische samenleving. Misschien had de minister kunnen vaststellen dat de journalistiek momenteel niet zo gezond meer is. En daarmee democratie niet zo gezond meer is. En er alle reden is de stormbal te hijsen. Zo zijn er verdergaandere mogelijkheden denkbaar om de dagbladsector te steunen, zoals het nul-tarief voor de btw (eerder bepleit door NUV en NVJ). Of een werkelijke poging de copyrights van de dagbladen te beschermen. En als de minister echt baanbrekend wil zijn, kan hij de zeven miljoen Nederlandse huishoudens een abonnement op dagblad (eventueel digitaal) geheel of gedeeltelijk vergoeden of aftrekbaar maken van de belasting. Dat kost de staatskas hooguit anderhalf miljard euro (per jaar). Of om in het moderne jargon te blijven: geef burgers een ‘democratisch rugzakje’, waarin jaarlijks een vast bedrag zit dat ‘vrijelijk’ besteed mag worden aan democratie (krant, partijlidmaatschap, omroep). Democratie mag wat kosten.

6. De Persbrief ademt aan alle kanten (de bescherming van) ‘oude media’. Het is terecht dat daar momenteel de meeste zorg naar uitgaat. Maar nieuwe ontwikkelingen komen er in de beleidsvoornemens van de minister nogal bekaaid vanaf.

7. Ten faveure van deze minister: de persbrief zorgt voor behoorlijk minder reuring dan die van zijn voorganger. Want wie herinnert zich nog de olifantspoten waarmee D66-staatssecretaris Medy van der Laan door de Hilversumse porseleinkast wilde stampen? Dat ligt nog maar een paar jaar achter ons. In die zin zorgt Plasterk in ieder geval voor rust. Al is het maar de vraag of deze tijd om rust vraagt.

Met de nalatenschap van Julius Reuter gaat het intussen ook al niet meer zo goed. Bij Thomson Reuters vliegen de journalisten de laan uit in een poging maar liefst 750 miljoen dollar te besparen. Ten bewijze van Plasterk’s stelling dat betrouwbaarheid en onafhankelijkheid geen vanzelfsprekendheden zijn.

(*) Latere toevoeging (21 nov. 2008): De Raad heeft inmiddels alsnog besloten het stuk te publiceren. Het is te vinden op: http://www.rvdj.nl/katern/35

Theo Dersjant

Theo Dersjant is een Nederlandse journalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek.
Profiel-pagina
Al 9 reacties — discussieer mee!