Onderzoek Gaan burgerjournalisten anders te werk dan traditionele journalisten? Zvi Reich, onderzoeker aan de Ben-Gurion Universiteit in Israël, deed een vergelijkende studie naar de verschillen tussen burgerjournalisten en traditionele journalisten. Zijn conclusie: burgerjournalisten hebben een beperktere toegang tot bronnen, maar maken wel meer nieuws op eigen initiatief.

Met de komst van nieuwe technologieën zoals camera’s op mobiele telefoons, communicatiemiddelen zoals YouTube, Twitter en nieuwsblogs, kan iedereen wat hij/zij als nieuws ervaart vastleggen, vormgeven en verspreiden onder een (potentieel) groot publiek. Sommige wetenschappers zijn er erg positief over. Dan Gillmor zegt bijvoorbeeld: ‘Het publiek leert hoe het een betere, snellere manier van verslaggeven kan hanteren. Het leert dan ook hoe het proces van journalistiek gaat, en is daar in sommige gevallen beter in dan de professionals.’ Anderen vinden het maar niets. In het geval van een burgerjournalist met een scoop, is dat te danken aan de omstandigheid dat deze persoon zich toevallig ‘in the wrong place at the right time’ bevindt, aldus Stuart Allen.

Aanvullen
Burgerjournalisten kunnen professionele journalisten niet vervangen, stelt Reich, maar ze kunnen elkaar wel op verschillende punten aanvullen. Hij baseert zijn conclusies op interviews met 47 mensen die voor de Israëlische burgerjournalistiek-site www.scoop.co.il werken en 30 professionele journalisten die werkzaam zijn bij drie grote Israëlische nieuws websites.

De onderzoeker borduurt in zijn studie voort op de zogenaamde ‘news access’ theorie, die inhoudt dat burgerjournalisten slechtere toegang hebben tot nieuwsbronnen dan professionele journalisten. De laatstgenoemden putten echter vaker uit een exclusieve pool aan bronnen die (te) uitgebreid zijn en waarvan de berichtgeving soms zelfs bevooroordeeld is.

Reich’s artikel is in oktober 2008 gepubliceerd in Journalism Studies onder de naam ‘How citizens create news stories’.

Slechte toegang tot bronnen
Door hun beperkte toegang tot bronnen is te zien dat burgerjournalisten vaak berichten op basis van (slechts) een enkele bron, slechts in beperkte mate ‘hoor en wederhoor’ toepassen en geen langdurige relatie opbouwen, maar veelal ad hoc contact zoeken met hun bronnen.

Uit dit onderzoek en bestaande andere literatuur over burgerjournalistiek blijkt dat een aantal punten tot beperkingen van het werk van een burgerjournalisten leiden.

De reden voor de slechte toegang tot bronnen is dat burgerjournalisten vaak werken voor kleine, onbekende organisaties. Ze vallen daarom buiten de boot van persconferenties, persberichten en updates. De bronnen die ze daarom gedwongen zijn te gebruiken zijn vaak zwak, en niet gecontroleerd. Met als gevolg dat de journalistieke eindproducten niet sterk zijn, zeker door het gebrek aan een gedegen opleiding om het nieuws vorm te geven. Het contact tussen journalist en bron is meestal maar kort en oppervlakkig en vaak blijft deze relatie niet behouden. De journalisten krijgen zo niet een specifiek vakgebied.

Bovendien schort er ook wat aan de organisaties waarvoor burgerjournalisten werken. Deze organisaties werken vaak met vrijwilligers, waardoor het uitvalpercentage door ziekte of overwerktheid vaak hoog is. Doordat de werknemers buiten hun echte werk om de journalistieke producten maken is het moeilijk om echte deadlines te stellen. Hierdoor schrijft iedereen over van alles, op het tijdstip wanneer hij/zij maar wil.

Eigen initiatief
Toch passen burgerjournalisten zich aan de beperkte toegankelijkheid van bronnen aan. Ze maken veel meer nieuws op eigen initiatief en maken dus geen artikelen over onderwerpen die ze opgelegd worden. De inzet van burgerjournalisten zou daarom vooral toegepast kunnen worden bij het maken van verhalen die niet gebaseerd zijn op officiële bronnen, maar op technische bronnen, als het internet, of persoonlijke bronnen uit de eigen kring van de burger.

Ook zouden ze ingezet kunnen worden bij het maken van verhalen over eenvoudige kwesties, die niet te veel onderhandelingen of ondervragingen vereisen en bij journalistieke stukken zonder te veel beladen informatie. Het is namelijk onwaarschijnlijk dat een bron hele belangrijke informatie geeft aan een burgerjournalist die hij niet kent en waarschijnlijk maar één keer zal zien.

De conclusie van het onderzoek is dat burgerjournalistiek een aanvulling kan zijn op de traditionele journalistiek, maar deze niet volledig kan vervangen. Een combinatie van deze twee zou een goede optie zijn. Dit gebeurt al bij de burgerjournalistieke websites Ireport van CNN en Ohmynews uit Korea. Laatstgenoemde organisatie heeft een viertal professionele journalisten in dienst genomen om de berichten van de burgers onder de loep te nemen en te herzien of aan te vullen.

Nog geen reactie — begin de discussie!