Heeft minister Plasterk een boeiende kijk op positie en toekomst van de Nederlandse pers? Gisteravond, op een bijeenkomst van het Commissariaat voor de Media, hield de bewindsman de spanning er wat dat betreft nog even in. Terwijl vrijdag zijn nieuwe Persbrief (lees: nota over het persbeleid) in het Kabinet aan de orde komt, volstond hij in zijn toespraak met de mededeling dat hij de “zorg” deelt die in de politiek en de samenleving bestaat rond de belangrijke krantenondernemingen: “Zorg over de schade die grootaandeelhouders kunnen aanrichten met sterk verhoogde rendementseisen en wat dat uiteindelijk voor de journalistiek betekent. Het zou kunnen leiden tot samenvoeging van titels, gedwongen ontslagen, schade aan kwaliteit en pluriformiteit van de nieuwsvoorziening in het land. Mede daarom zullen pers en omroepen moeten innoveren.”

Portemonnaie trekken
Verwijzend naar plannen van president Sarkozy om de Franse pers te hulp te schieten, maakte hij vast duidelijk dat er bij ons geen structurele financiële ondersteuning voor de Nederlandse pers gaat komen. Plasterk: “Sarkozy heeft plannen om de journalistieke kwaliteit voor de gedrukte pers veilig te stellen. Hij wil dat de overheid daar verantwoordelijkheid voor neemt. De gedachte is: als informatie gratis op de markt wordt gebracht, lijdt de kwaliteit van die informatie daaronder. En de consument betaalt het niet, dus is er nog maar één mogelijkheid over en dat is dat de overheid de portemonnaie trekt.”
“Maar”, vervolgde hij, “de overheid is niet almachtig en dat moeten we, denk ik, ook niet ambiëren. Er zijn trends gaande die zich niet of moeilijk laten keren: de daling van de betaalde oplage, de daling van de advertentie-inkomsten en de schaalvergroting door fusie van titels. Ik kan uitgevers niet verplichten om verliesgevende exploitaties op de markt te houden. Ik zie ook geen heil in structurele financiele ondersteuning voor de pers. In de Persbrief die ik binnenkort naar de kamer stuur, zal ik daar verder op ingaan.”

Beperkingen van gratis informatie
Vervolgens somde Plasterk in sneltreinvaart op wat de Nederlandse overheid al doet (“we helpen de publieke omroep om nieuws en informatie op nieuwe platforms aan te bieden en verruimen de regelgeving waardoor bedrijven zich multimediaal kunnen ontplooien. Op tijdelijke basis steunen we persorganen via het Stimuleringsfonds voor de Pers; en we ondersteunen de zelfreguleringsinitiatieven van de journalistiek: de Stichting Raad voor de Journalistiek, Stichting Mediadebat en steun aan de Nieuwsmonitor”).
Maar hij sprak geen seconde over de vraag hoe belangrijk het gedrukte woord voor een democratie is, hoe onmisbaar sterke kranten vanwege hun analyse en onderzoeksjournalistiek kunnen zijn, waar de beperkingen van “gratis informatie” liggen, en hoe een verzwakkende pers de democratie kan raken of schaden.

Onwetendheid
Plasterk kreeg de lachers op zijn hand met de anekdote dat zijn zoon, die net de 6de klasse van het VWO heeft afgerond, ten tijde van de Amerikaanse verkiezingen geen idee had wie er daar tot wat gekozen werd. Maar hij liet na de kwestie naar een hoger plan te tillen en de vraag te behandelen hoeveel onwetendheid een parlementaire democratie kan verdragen.
Men kan twisten over de mate waarmee overheden zich met de exploitatie van kranten moeten bemoeien. Maar één ding moet Sarkozy worden nagegeven: hij denkt met visie en passie over het probleem en heeft inmiddels vier task forces aan het werk gezet die binnen enkele maanden met eerste voorstellen moeten komen op het gebied van de ontwikkeling van het beroep van journalist, het industriële proces, het economische model en de relatie tussen pers en samenleving.
We wachten de Persbrief van minister Plasterk met spanning af.

Zie ook de resultaten van dit tijdens de bijeenkomst gepresenteerde onderzoek

Al 9 reacties — discussieer mee!