Een uit Zwitserland gekopieerd idee bleek een regelrechte kijkcijferhit voor de website van het vakblad Boerderij. Boerderij besloot een kalender uit te brengen met boerenmeiden. De voorbereidingen voor de kalender waren vanzelfsprekend te volgen via de website van het blad. Boeren, burgers en buitenlui kwamen massaal kijken.

“Ik schroom niet om te zeggen dat we dat deden om veel bezoek te genereren”, vertelde Boerderij-hoofdredacteur Marcel Henst donderdagavond tijdens een NVJ-bijeenkomst over het gebruik van internet door vakbladen. “Die kalender heeft veel traffic opgeleverd. Toen we klaar waren, bleef het bezoek structureel 15 procent hoger dan voor we begonnen met de kalender.”

Per bezoek genereert Boerderij.nl een opmerkelijk hoog aantal pageviews – 10 volgens Henst. Dat is voor een belangrijk deel te danken aan foto’s. Nee, niet alleen van boerenmeiden maar ook van nieuwe tractors en de weg die een biet aflegt van het land naar de eettafel. Andere zaken waarmee de met een LOF-innovatieprijs onderscheiden website van Boerderij scoort, zijn een strip over een bejaarde boer (‘Opa’) en een trekkerspel.

De nieuwe media-activiteiten van Boerderij.nl beperken zich niet tot de website. Het vakblad is ook actief met een sms-dienst die boeren op de hoogte houdt van de laatste prijzen voor agrarische producten (“sms ‘big aan’ naar 2211”). Inmiddels hebben 2700 mensen zich voor deze dienst (70 cent per ontvangen bericht) aangemeld. Boerderij.nl trekt 100.000 unieke bezoekers per maand die samen 1,3 miljoen pageviews genereren. Het bereik van Boerderij wordt dankzij internet flink vergroot. De overlap tussen de papieren lezers en de online lezers is 56 procent.

Is er dan helemaal geen slecht nieuws te melden? Toch wel. Henst: “We schrijven dit jaar nog altijd geen zwarte cijfers met onze website.” De remedie? “Uiteindelijk moet je ook op internet naar betalend publiek zien te streven.” Bij sites die zich richten op een groot publiek is dat tot nu toe een heilloze weg gebleken, maar mogelijk zijn er voor niche-sites meer mogelijkheden.

Inhoudelijke kennis
Het rendabel maken van de website is voor het ict-tijdschrift Computable geen probleem. “We zijn voor onze inkomsten inmiddels voor meer dan 50 procent afhankelijk van online en de producten rondom online”, aldus hoofdredacteur Alex Beishuizen. Het gaat daarbij niet alleen om de standaard banners en buttons, maar ook om sponsor deals en het genereren van zogeheten leads voor bedrijven. Beishuizen: “Dat is een lucratieve activiteit.”

De magazineredactie van Computable is omgevormd tot een webredactie. En volgens Beishuizen werpt dat niet alleen zijn (financiële) vruchten af. Omdat de site dagelijks actueel nieuws brengt, moeten de redacteuren van Computable actiever worden. “Ze moeten zich vastbijten in zaken. Daar wordt het blad beter van.” Ook de productie is flink omhoog gegaan. “We schrijven veel meer nu. De productie is verdrievoudigd.”

Behalve bijdragen van de redactie verschijnt op de site van Computable ook ‘content uit de markt’. Dat zijn stukken die worden geschreven door zogeheten ‘Computable-experts‘: mensen die werkzaam zijn in de IT. Beishuizen: “Lezers waarderen inhoudelijke kennis meer dan journalistiek vakmanschap. Dan reageert een lezer bijvoorbeeld met ‘goed stuk’, terwijl de schrijver alleen zijn mening geeft over het product van het bedrijf waar hij werkt.”

Als de website zo’n succes is, wordt het dan niet tijd om de papieren uitgave op te doeken? Volgens Beishuizen is dat nog niet aan de orde. “Het blad zal nog heel lang nodig blijven. Veel mensen, waaronder ik zelf, vinden het gewoon nog prettig om van papier te lezen. De lezers van ons blad zijn gemiddeld ook wat ouder dan de bezoekers van onze website. We verdienen nog steeds geld met het blad.”

Anoniem
De lezers van Adformatie hoeven het voorlopig zeker niet zonder papieren uitgave te doen. Sterker nog: volgens hoofdredacteur Leon Bouwman hechten de lezers en redacteuren nog altijd meer waarde aan het wekelijkse tijdschrift dan aan de website. “De status van print is nog altijd veel groter. Als we iemand interviewen voor de site krijgen we steevast de vraag: ‘maar het komt toch ook nog wel in het blad?'”

Terwijl Computable alles eerst online publiceert, kan Adformatie het zich permitteren om scoops vast te houden voor de papieren uitgave. “Onze lezers verwachten ook dat we eigen nieuws brengen. Het liefst heb ik in het tijdschrift dan ook op elk vakgebied waarover we schrijven een goede primeur.”

Bouwman geeft ruiterlijk toe dat niet alle online initiatieven van Adformatie een even groot succes zijn. Een online tv-programma dat het blad maakte in samenwerking met Microsoft werd gestaakt. “Dat ging moeizaam. Het kostte veel tijd en geld om te maken en leek nog te veel op gewone tv”, zegt Bouwman. En ook het in 2006 begonnen – en toch niet geheel onsuccesvolle – Adfoblog werd eerder dit jaar opgedoekt. “Het bleek moeilijk de kwaliteit te handhaven op Adfoblog.”

De discussies op de site van Adformatie komen ook nog niet echt goed van de grond, vindt Bouwman. Veel bezoekers reageren anoniem. “Als die mogelijkheid niet zou bestaan, zou de interactie helemaal nul zijn.”

Maarten Reijnders

Al één reactie — discussieer mee!