Naar de 200 miljoen van de STER kunnen de Nederlandse dagbladen fluiten, afgezien van de 8 miljoen voor het innovatiefonds van minister Plasterk. Naast de instelling van een commissie en het doen van onderzoek zit er voorlopig niet meer in. Eén van die onderzoeken zou de informatievoorziening op lokaal en regionaal niveau betreffen, iets waarover grote bezorgdheid bestond bij vrijwel alle fracties in het recente Kamerdebat en ook bij de minister.

Bij de regionale kranten heeft ‘bezorgdheid’ al plaatsgemaakt voor iets dat het beste als ‘paniek’ omschreven kan worden. “Het is niet denkbeeldig dat een regionale krant in deze storm het loodje zou moeten leggen” schrijft Stentor-hoofdredacteur Alex Engbers op 18 december terwijl zijn collega Kees Pijnappels van de Gelderlander zich een dag eerder al onomwonden voor overheidssteun uitsprak: “De minister zou er daarom goed aan doen de maatschappelijke functie van het regionale dagblad te onderkennen en die vervolgens te beschermen.”

Na een paar uur cijfers over de sector te hebben doorgewerkt lijkt het allerminst overdreven om de situatie in termen van een ‘bloedbad’ te kenschetsen: oplages dalen snel, vrijwel nergens is nog keuze uit verschillende titels terwijl de positie van regionale kranten in hun verspreidingsgebied in een rap tempo verzwakt.

De oplage
Vanaf 2000 daalt de totale Nederlandse oplage jaarlijks met gemiddeld 100.000 exemplaren (-2,5% per jaar). De regionale oplage daalt van 2,4 miljoen in 2000 naar 2,1 miljoen in 2005 – daarna wordt het beeld onduidelijk door de fusie tussen AD en zeven regionale kranten.

Nederlandse verspreide dagbladoplage (x 1000)

In 2000 heeft het Algemeen Dagblad een oplage van 347.000; de regionale titels die in 2005 met het AD fuseren: Amersfoortse Courant, Rijn en Gouwe, De Dordtenaar, Goudsche Courant, Haagsche Courant, Rotterdams Dagblad en Utrechts Nieuwsblad verspreiden in dat jaar 425.000 exemplaren. Zowel AD (-80.000) als de zeven regionale titels (-100.000) verliezen in de laatste jaren van hun zelfstandig bestaan. In de periode daarna loopt de oplage nog eens met 130.000 terug. De combinatie gaat in acht jaar tijd ruim 300.000 in oplage terug, een daling van 40%. Van de 461.000 exemplaren zijn er overigens maar 410.000 betaald. Gemiddeld zegden dagelijks ruim 100 mensen hun abonnement op: acht jaar lang, elke dag.

Inclusief AD gaan de regionale kranten in Nederland van een oplage van 2,7 miljoen in 2000 naar 2,1 miljoen in 2008, een daling van 22% in verspreide oplage – de betaalde oplage daalt met 25%. De helft van het verlies komt voor rekening van het AD, de andere titels leveren echter ook ruim 2% per jaar in.

Monopolievorming
De oplagedaling van de regionale pers heeft diepe sporen getrokken in de regio, wat onder meer te zien is aan de toename van het aantal one-paper gemeenten. In 1981 onderzocht De Journalist de pluriformiteit in de regio, en concludeerde dat 36% van de bevolking in een monopolie-gebied woonde. In 1993 deed ik in opdracht van de NVJ dat onderzoek nog eens over. Toen kon al 59% van de Nederlanders niet meer kiezen uit verschillende regionale titels. In 2000 is dat percentage gestegen tot 73 terwijl in 2008 85% van de bevolking in een one-paper city woont.

Bevolking in monopolie- en concurrentiegebieden

Die 85% klopt overigens niet helemaal, eigenlijk is het 83%; 2% van de Nederlanders woont namelijk in een no-paper city waarvan Almere de grootste is. Na pogingen van Het Parool, Wegener en de Gooi- en Eemlander om een krant voor de zevende stad van Nederland te maken geeft De Telegraaf nu een vier maal per week verschijnend huis-aan-huisblad uit in Almere.

Voor 15% van de Nederlandse bevolking lijkt er nog keuze uit verschillende regionale kranten te zijn. Maar eigenlijk wordt er alleen in Friesland echt geconcurreerd, namelijk tussen de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad – een krant die regelmatig bij de lezers komt vragen om een bijdrage, wat overigens best een interessant business model is in een tijd waar de grote uitgevers nogal onvoorzichtig met de hun toevertrouwde miljoenen omspringen. Daarnaast wordt er op last van de Nederlandse Mededinging Autoriteit geconcurreerd in Limburg waar twee Mecom-kranten kopij uitwisselen, waardoor er van echter concurrentie geen sprake is. In Zeeuws Vlaanderen gebeurt iets soortgelijks tussen PZC en BN/De Stem.

Nederland kent 25 plaatsten met meer dan 100.000 inwoners – alleen in de kleinste daarvan, Ede, bestaat concurrentie – tussen de Gelderlander en de Barneveldse Krant. In Maastricht, Leiden, Arnhem, Zaanstad, Enschede, Nijmegen, Rotterdam en Den Haag zijn concurrerende kranten gefuseerd. Nederland wordt een one-paper country op regionaal gebied, waarbij Friesland een status aparte heeft. (Het is niet alleen maar kommer en kwel: de Telegraaf heeft stadsedities voor Amsterdam, Rotterdam en Den Haag terwijl ook Metro Amsterdamse en Rotterdamse versies uitbrengt.)

De aanwezigheid in de regio
De oplage daalt en de concurrentie is zo goed als afwezig. Maar wat betekent dat voor de aanwezigheid in de regio? Hoeveel mensen kopen een regionale krant? Om dat aan te geven wordt vaak het begrip ‘dekking’ gehanteerd: het aantal verkochte kranten per 100 huishoudens. De totale ontwikkeling voor Nederland (dus inclusief betaalde bladen) belooft op dit gebied weinig goeds.

In 2008 werden er 50 kranten verkocht per 100 huishoudens – 20% daarvan wordt overigens samen met de buren gelezen. Nederland is een zuinig land, en regionale kranten worden vaker doorgegeven dan landelijke (bij de PZC en De Gelderlander gaat ruim 30% na lezing naar de buren) wat goed is voor het lezen maar slecht voor de inkomsten. In 2000 was het dekkingspercentage nog 65 en in 1990 nog 79. In 1983, toen het dekkingspercentage voor het eerst gemeten werd zoals dat nu gebruikelijk is, werden er 87 kranten per 100 huishoudens verspreid.

Wanneer we 2000 vergelijken met 2008 lijkt het erop dat in de grote steden regionale kranten op weg zijn naar een marginaal bestaan. In Eindhoven daalde de dekking van 38 naar 29, in Tilburg van 39 naar 29, in Groningen van 35 naar 19, in Breda van 47 naar 35 en in Nijmegen van 32 naar 21. Amsterdam daalde ‘slechts’ van 16 naar 14 – maar Het Parool had al het laagste dekkingspercentage in 2000.

In 2008 wordt Amsterdam voorbijgestreefd door de nieuwe AD/regio-titels. In Den Haag worden nu 12 exemplaren per 100 huishoudens van AD/Haagsche Courant verspreid. In 2000 waren dat er nog 23 van de Haagsche Courant alleen. In Rotterdam gaat het om een dekkingspercentage van 14 van AD/Rotterdams Dagblad – in 2000 was dat 19 van Rotterdams Dagblad alleen, het AD verspreide destijds 16 exemplaren per 100 huishoudens (totale teruggang van 35 naar 14). In Utrecht werden er acht jaar geleden 25 exemplaren van het UN per 100 huishoudens verkocht, nu zijn dat er 14. In de laatste acht jaar daalde de dekking van regionale kranten in de 25 grootste steden van Nederland met gemiddeld 32%.

De malaise blijft niet beperkt tot de grote steden. Een willekeurige greep: Appingedam van 41 naar 34, Achtkarspelen van 44 naar 38, Aa en Hunze van 60 naar 54, Assen van 48 naar 35, Almelo van 46 naar 33, Aalten van 57 naar 37, Amstelveen van 14 naar 12, Anna Paulowna van 56 naar 50, Alkemade van 41 naar 36, Alphen a/d Rijn van 35 naar 23, Asten van 48 naar 43, Aalburg van 29 naar 24, Alphen-Chaam van 62 naar 55, Arcen en Velden van 64 naar 51.

Het lijkt erop dat in kleinere plaatsen regionale titels per jaar bijna 1% dekking verliezen, minder dan bij de grote steden het geval is, maar die daling lijkt vooral de laatste twee jaar sneller te gaan. Dat kan op korte termijn al fatale gevolgen hebben, niet zozeer vanwege de abonnementsinkomsten maar vooral omdat een te lage dekking een medium onaantrekkelijk maakt voor adverteerders die dan op zoek gaan naar alternatieven als huis-aan-huisbladen, internet, regionale omroep of direct mail. En dat is een probleem dat uitgevers er in de recessie net niet bij kunnen hebben.

Dat de overheid niet staat te springen om de sector met tientallen miljoenen te hulp te schieten hebben de uitgevers aan zichzelf te danken. Je krijgt niet de indruk dat je centen bij hen in goede handen zijn. PCM heeft zich voor minstens 300 miljoen laten piepelen door Engelse ‘durf’-kapitalisten, de Telegraaf heeft bijna 200 miljoen met ProSieben-opties verspeeld terwijl Wegener en de Limburgse dagbladen in handen zijn van het Britse Mecom dat met de Nederlandse opbrengsten problemen in Noorwegen, Denemarken, Polen en Duitsland probeert op te lossen.

De kleine uitgevers die beter op de familiejuwelen hebben gepast – NDC, BDU, Friesch Dagblad en Het Parool – lijken nu de dupe te worden van dit beleid. Een paar innovatie-miljoenen als doekje voor het bloeden zullen de sector niet redden. Daar is meer voor nodig: structurele maatregelen maar ook harde ingrepen en ingrijpende innovaties bij de uitgevers zelf.

________________________

bronnen
Stentor: http://www.destentor.nl/algemeen/binnenland/4224659/Opinie-Het-begin-van-de-journalistieke-voedselketen.ece

Gelderlander: http://www.gelderlander.nl/voorpagina/4217298/Steun-aan-krant-goed-voor-t-land.ece

oplages: www.cebuco.nl; http://www.oplagen-dagbladen.nl & www.hoi-online.nl

oudere oplages: Cebuco Oplage Specificaties

Al 40 reacties — discussieer mee!