vlageuDe traditionele financiering van kwaliteitsjournalistiek – advertenties op papier – valt deels weg door de komst van het internet. Welk economisch model garandeert dat journalisten hun maatschappelijke functie kunnen blijven vervullen? In een driedelige serie schetste Hélène Schilders eerder dit jaar welke nieuwe mogelijkheden er in de VS ontstaan. De artikelenreeks trok ook de aandacht in de VS en werd daar gepubliceerd op de website van het Pulitzer Center on Crisis Reporting. In onderstaand artikel gaat ze in op de situatie in Europa.

In Europa bestaat nauwelijks een filantropische traditie onder vermogende inwoners en de beperkte donor-gemeenschap die er is, is aanzienlijk minder kapitaalkrachtig. Journalistieke non-profits in West-Europa draaien daarom voor een groot deel op overheidssubsidies (het DNR-budget bestaat in het lopende jaar voor een derde uit subsidie, de rest is privaat geld). Europese journalisten zien daarin minder een conflict met de waakhondrol van de media dan hun Amerikaanse collega’s. Die houding is aan het veranderen: diverse non-profits proberen het particuliere financieringsmodel, dat in Amerika in opkomst is, te kopiëren.

The Entity
Het project van Gavin MacFadyen, directeur van het Centre for Investigative Journalism (CIJ) in Londen, komt het dichtst bij dat model. MacFadyen is “een complex plan” aan het opstellen voor een Europese versie – met de werktitel The Entity – van de Amerikaanse onderzoeksredactie ProPublica. Twee filantropische stichtingen in Engeland, waaronder een van de meest kapitaalkrachtige, hebben al interesse getoond.

“Overheidssubsidie gaat doorgaans samen met censuur en officiële propaganda”, vindt MacFadyen. “Particuliere donateurs stellen juist voorwaarden die te maken hebben met vrijheid van meningsuiting en een vrije pers.”

ProPublica ontvangt dertig miljoen dollar, verspreid over drie jaar, van ex-bankiers Herb en Marion Sandler. Omdat zo’n groot bedrag ondenkbaar is in Engeland, zegt MacFadyen, zal The Entity geen vaste redactie hebben. Een redacteur en researchers van The Entity zullen freelance-journalisten bijstaan. Een van grootste moeilijkheden voor MacFadyen is dat redacteuren met uitgebreide ervaring in grote onderzoeksprojecten dun gezaaid zijn in Engeland. “En het moet een redacteur uit dit land zijn omdat dit een specifieke plek is met heel specifieke journalistieke tradities”, zegt MacFadyen.

Het Centre for Investigative Journalism heeft ervaring met inventieve financieringsmethodes voor onderzoeksprojecten: het voert deze projecten nu uit in samenwerking met universiteiten en non-governmental organizations als Amnesty International en Human Rights Watch. Ironisch genoeg is het centrum bezig met een onderzoek naar fraude in de liefdadigheidswereld – dezelfde wereld waarin The Entity donateurs zoekt.

Institute for War and Peace Reporting
In Engeland is ook het Institute for War and Peace Reporting (IWPR) op zoek naar particuliere geldschieters. De non-profit voorziet lokale journalisten in conflictgebieden van training en technologie en probeert ze een stem te geven in westerse media. De tien miljoen Engelse pond die het IWPR daarvoor jaarlijks ter beschikking heeft, zijn hoofdzakelijk afkomstig van overheden in Amerika en Europa. Het instituut is zijn netwerk van particuliere sponsors aan het uitbreiden omdat “dat ons in staat stelt flexibeler te werken”, zegt IWPR-directeur Anthony Borden.

Amerika geeft het IWPR bijvoorbeeld geen geld om het International Criminal Court in Den Haag te volgen “omdat Amerika ertegen is”, zegt Borden.

De journalist vindt het logisch dat Engelse organisaties het voortouw in Europa nemen wat betreft het vinden van nieuwe financieringsmogelijkheden voor de journalistiek. “In Engeland en Amerika zien mensen de noodzaak in van alternatieve, frisse berichtgeving. Daarbij begint filantropie meer gevestigd te raken in Engeland, al zijn deze stichtingen bij lange na geen Carnegies, Fords, Rockefellers of Gateses. De rest van Europa zal op den duur wel volgen.”

Waarschijnlijk zal het IWPR makkelijker particuliere donateurs vinden dan het CIJ omdat het IWPR deels in Midden- en Oost-Europa opereert. Daar worden onafhankelijke media al sinds de val van de Berlijnse Muur, in 1989, met particulier (en overheids)geld gefinancierd. Amerikaanse filantropen willen zo de fragiele democratieën in de regio versterken.

Volgens een rapport van het Center for International Media Assistance schonken Amerikaanse donateurs in 2006 ruim zestig miljoen dollar. Het Open Society Institute van George Soros was met veertig miljoen dollar verreweg de gulste gever. De Knight Foundation en de Bill & Melinda Gates Foundation gaven allebei zo’n zeven miljoen dollar.

Hoewel de financiële steun voor ontwikkeling van onafhankelijke media in de regio nog nooit zo hoog is geweest als nu, wijst onderzoek uit dat deze investeringen niet bijster veel vruchten afwerpen. Wegens gebrek aan coördinatie blijven de projecten kleinschalig en ad-hoc. Een volwassen media-sector komt niet van de grond. Bijna twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur zijn onafhankelijke media in Midden- en Oost-Europa niet eens in staat zelf geld in te zamelen, blijkt uit een onderzoek van de Amerikaanse Knight Foundation.

“Je werkt voor de Amerikanen”
Als het om journalistieke initiatieven in West-Europa gaat, schrijven Amerikaanse filantropen daarentegen zelden cheques uit. Een uitzondering is The William and Flora Hewlett Foundation, die doneerde aan Farmsubsidy.org. Dat project houdt bij wie agrarische subsidies van de Europese Unie ontvangt. “Maar Europanen zijn er gevoelig voor dat je hier onderzoek doet met Amerikaans geld. Dan is de reactie: je werkt voor de Amerikanen”, zegt Brigitte Alfter, mede-oprichter van Farmsubsidy.org.

Alfter is tevens manager van de Deense onderzoeksnon-profit Scoop. Om de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van haar projecten te garanderen, is ze selectief wat haar sponsors betreft, zegt ze. In het verleden ontving Scoop geld van drie Deense particuliere stichtingen, waaronder de Carlsberg Foundation van de gelijknamige bierbrouwer, en van het Open Society Institute. Dat steunt westeuropese organisaties als Scoop die journalisten in Midden- en Oost-Europa professioneel bijstaan.

Het Open Society Institute sponsorde ook een evenement voor het nieuwe Europese stimuleringsfonds voor onderzoeksjournalistiek dat het Fonds Pascal Decroos in België wil opzetten. (Het instituut van Soros financiert wel training en netwerk-activiteiten, maar geen journalistiek onderzoek.)

Het stimuleringsfonds, waarin journalisten in meerdere EU-landen samenwerken, moet de waakhond worden van de EU. Ides Debruyne, directeur van het Fonds Pascal Decroos, is op zoek naar particuliere geldschieters die daarin willen investeren. Via het Network of European Foundations (NEF), waarin een groot aantal particuliere stichtingen is verzameld, heeft hij 50.000 euro gekregen van de Noorse stichting Fritt Ord. Volgens Debruyne is het de eerste keer dat een NEF-stichting geld aan de journalistiek schenkt.

In Europa is echter “niet genoeg particulier geld om het stimuleringsfonds op lange termijn te financieren”, vermoedt Debruyne. Hij probeert daarom tevens een EU-subsidie krijgen. Het fonds is al opgenomen in de EU-begroting voor 2009, maar deze moet nog worden goedgekeurd. “Het fonds heeft minstens een half miljoen euro per jaar nodig”, verklaart Debruyne. “EU-subsidie is beter voor de continuïteit dan donateurs elk jaar proberen over te halen.”

Nationalistisch denken
Niet alleen het geringe aantal filantropen in Europa is een obstakel voor journalistieke non-profits. “Europese stichtingen denken heel nationalistisch”, weet Henrik Kaufholz, mede-oprichter van Scoop. “Ze sponsoren alleen projecten in eigen land.”

Is het ondanks deze praktische argumenten journalistiek geloofwaardig dat Debruyne met geld van de EU dezelfde EU wil onderzoeken? “Het is niet ideaal”, vindt Charles Lewis, oprichter van het Center for Public Integrity in Amerika en bekend met Debruynes plannen. “Maar als ze het zo niet doen, hoe dan wel? Vergeleken met de status quo kan dit beter zijn. Want nu houdt niemand de EU in de gaten.”

Debruyne wil risico’s op belangenverstrengeling vermijden met behulp van een firewall: niemand binnen de EU weet waaraan de journalist werkt totdat het resultaat is gepubliceerd. De eerste helft van volgend jaar is het eerste project gefinancierd, hoopt hij. Debruyne wil zich verder inzetten voor belastingvoordelen voor sponsors van onderzoeksjournalistiek. Dit in navolging van de Verenigde Staten, waar belastingmaatregelen filantropie aantrekkelijk maken.

“De financiële prikkels in andere landen halen het niet bij die in Amerika”, zegt Lewis. “Vandaar dat heel weinig onderzoeksorganisaties in de wereld zoveel rijke donateurs hebben als Amerikaanse onderzoeksorganisaties.”

Al 2 reacties — discussieer mee!