“Kranten leveren veel interessante informatie, maar vaak te veel overtollige feiten. Televisie is veel beter in het overbrengen van informatie”, schijnen Vlaamse jongeren te beamen. Het aantal jeugdige krantenlezers neemt af in Vlaanderen. Want doordat hun ouders ook steeds minder lezen, missen zij de stimulans om af en toe een dagblad open te slaan. Daarom subsidieert de Vlaamse overheid het Newspapers In Education (NIE) project. Met goede resultaten als gevolg. Na het volgen van deze speciale lesmethode staan jongeren op korte én op lange termijn positiever tegenover het lezen van kranten. De beschrijving van NIE en de resultaten van het project staan in Journalism Practise van oktober 2008. Het artikel is niet vrij toegankelijk, de link verwijst naar de abstract.

In Vlaanderen zegt een derde van de jongeren tussen de 10 en 18 jaar nooit een krant te lezen. 17 procent leest de krant minder dan vijf minuten per dag, waarschijnlijk om wat koppen te snellen, of te bekijken wat de TV die avond te bieden heeft. Het aantal jongeren dat tien tot dertig minuten per dag een krant leest varieert van 15 tot 32 procent.

Het gebrek aan interesse voor dit medium lijkt toch niet aan een slechte bereikbaarheid te liggen. Want maar liefst 80 procent van hun ouders haalt regelmatig een krant in huis en 40 procent heeft zelfs dagelijks een krant op de mat liggen.

Werkboek met quizzen
De Vlaamse overheid heeft als doelstelling dat elk individu toegang moet krijgen tot de informatiemaatschappij, of het nu gaat om nieuwe of traditionele media. Daarom wil de overheid jongeren weer stimuleren de krant te lezen. In 2004 is het NIE project gestart met 16 tot 18-jarigen. Maar inmiddels is de doelgroep uitgebreid en worden er nu jaarlijks 1,8 miljoen kranten aan 150.000 kinderen en jongeren tussen de 10 en 18 verdeeld. Ook wordt er een bijbehorend werkboek geleverd met daarin leeftijdsgebonden opdrachten, quizzen en klassencompetities. Tijdens zo’n lesprogramma leren leerlingen hoe ze informatie moeten zoeken, ontwikkelen ze een kritische blik en vergelijken ze nieuwsartikelen en journalistieke aanpakken.

Scholen vinden het NIE project een geweldig succes. Dit blijkt uit een stijgend aantal aanmeldingen van docenten. Maar hoe staat het daadwerkelijk met het effect op het krantenleesgedrag van jongeren op korte en lange termijn?
(Karin Raeymaeckers), (Tim Hoebeke) en (Laurence Hauttekeete) van de (Universiteit Gent), werden door de overheid ingeschakeld om de effecten van het NIE-project in kaart te brengen. Hiervoor deden zij in het schooljaar 2006-7 onderzoek naar 2470 leerlingen tussen de 10 en 18 jaar. De jongeren moesten voor én na het krantenproject van 15 statements beoordelen of ze het er mee eens waren of niet. De statements varieerden van “Ik vind het leuk om kranten te lezen” tot “Kranten zijn ouderwets” en van “Alles wat er in een krant staat kan ik ook op tv of internet vinden” tot “Ik hou niet van krantenlezen”.

Uit de beoordeling van de statements vóór de aanvang van het krantenproject bleek dat ‘jongeren met een krant thuis’ positiever tegenover dit medium staan dan ‘jongeren zonder krant’. Over het algemeen zijn jongeren van mening dat alle informatie die in de krant staat ook op internet of tv te vinden is. Ze vinden echter niet dat “kranten lezen zonde van de tijd is”.

Met de leeftijd groeit de interesse en waardering voor kranten. 10 tot 12-jarigen waarderen kranten minder dan 16 tot 18 jarigen. Met als uitzondering jongeren tussen de 14 en 16 jaar, die passen niet in dit plaatje. Zij staan van te voren erg negatief tegenover het lezen van kranten. Waarschijnlijk door puberkuren, volgens de onderzoekers.

Nukkige mening veranderd
Na het project werden de statements in alle leeftijdscategorieën positiever beoordeeld. Zelfs de groep in de leeftijd van 14 tot 16 jaar heeft zijn nukkige mening ten positieve veranderd. Bovendien blijkt dat het project de sterkste invloed heeft op jongeren die thuis geen krant hebben en de krant normaliter weinig, of niet, lezen.

Het onderzoek toont ook aan dat het NIE project effect op de lange termijn heeft. Leerlingen die al meer dan eens aan een project hebben deelgenomen zijn aan het begin van een nieuw project positiever gestemd dan leerlingen die voor het eerst meedoen. Ervaren leerlingen zijn het bijvoorbeeld minder eens met het statement “dat kranten ouderwets zijn”. Bovendien maken zij een sterker onderscheid tussen krant en televisie en ze begrijpen dat krantenlezers breder geïnformeerd worden.

Uit het dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat de NIE-projecten veelbelovend zijn voor de krantenmarkt van de toekomst. De houding van jongeren verandert positief ten opzichte van kranten in het algemeen, het lezen van kranten en de informatie die door kranten wordt geleverd. Dit is zeker het geval bij jongeren die geen of weinig kranten binnen hun bereik hebben. Waren het traditioneel de ouders die hun kind stimuleerden de krant te lezen; zijn het nu scholen en haar docenten die hier een belangrijke taak in hebben.

Al 2 reacties — discussieer mee!