Bestuurders, commissarissen en aandeelhouders: alle essentiële organen die een onderneming nodig heeft om te kunnen functioneren, hebben bij PCM Uitgevers jarenlang gefaald. Als PCM er niet in was geslaagd in het oog van de kredietstorm voor een mooi bedrag de goed renderende onderwijsdochter te verkopen, had het bedrijf misschien wel uitstel van betaling of een faillissement moeten aanvragen. Zelfs de twee pijlers van PCM, de Volkskrant en NRC Handelsblad, die ondanks gestaag terreinverlies betrouwbare geldmachines bleven, hadden de kranten- en boekenuitgever dan niet overeind kunnen houden.

Het is een onthutsend verhaal geworden, het verslag van het onderzoek in opdracht van de Ondernemingskamer naar mogelijk wanbeleid bij PCM. De chaos en stuurloosheid die uit het rapport naar voren komen, roepen sterke herinneringen op aan grote deconfitures uit het verleden als die van Ogem en de Tilburgse Hypotheekbank. Zelfs de Centrale Ondernemingsraad (COR), het enige orgaan dat volgens de onderzoekers tenminste nog een inhoudelijke discussie voerde over de voors en tegens van de keuze voor de Britse investeerder Apax, is niet aan het algehele verrottingsproces ontkomen, zo bleek dinsdag. De voorzitter las e-mails van COR-leden zonder hun toestemming, omdat hij dacht dat zij een coup tegen hem voorbereidden, de directeur Sociale Zaken las over diens schouder mee en moet nu vertrekken.

Nog meer vrijheid
Gezien deze totale afgang is het begrijpelijk dat de journalisten van PCM, die van oudsher toch al nauwelijks door het management worden lastiggevallen, nu nog meer vrijheid van handelen opeisen. ‘PCM bestaat bij de gratie van haar kranten’, zo besloot de hoofdredactie van NRC Handelsblad dinsdag haar commentaar op het enquêterapport. ‘En niet omgekeerd.’ Dat is niet waar, zeker niet in tijden van crisis zoals nu, en redacties een nog vrijere hand geven is niet het juiste antwoord op het onvoorstelbare bestuurlijke geknoei bij PCM.

Een tweede remedie die door journalisten is voorgesteld, om de noodlijdende dagbladen te helpen met geld uit de reclame-inkomsten van de publieke omroep, gaat al meer in de goede richting, maar nog lang niet ver genoeg – al valt dat de indieners van dit plan niet te verwijten, de verzamelde hoofdredacteuren minus Hans Laroes van het NOS Journaal.

In de meeste andere landen, zoals België en het Verenigd Koninkrijk, zijn uitgevers van kranten en tijdschriften al lang geleden combinaties aangegaan met commerciële omroepen. De langdurig groeiende inkomsten uit radio- en tv-reclame compenseerden de dalingen bij de papieren titels en stelden deze concerns in staat te blijven investeren, zowel in oude activiteiten – nieuwe drukkerijen, andere krantenformaten – als in nieuwe, het internet voorop. De nieuwe combinaties brachten ook nieuwe dynamiek in de organisaties: zij boden meer kansen en uitdagingen aan jonge talenten en konden daardoor de kwaliteit van hun management beter op peil houden. Natuurlijk vertonen deze mediareuzen ook een onbedwingbare neiging tot monopoloïde wangedrag. Maar daartegen helpen nieuwe mededingingsregels en waakzame toezichthouders beter dan het op slot gooien van een complete sector.

Patstelling
Dat laatste is precies wat de Nederlandse politiek heeft gedaan, door enerzijds combinaties van uitgevers en omroepen te verbieden, en anderzijds de publieke omroep toe te staan geld te verdienen met reclame, naast haar omvangrijke subsidies. Die politieke keuze fnuikte de ontwikkeling van zowel de ‘papieren’ uitgevers als de commerciële omroepen. De oneigenlijke concurrentie op de reclamemarkt door de publieke omroep drukt al jaren de tarieven en liet nieuwkomers te weinig ruimte hun aanvangsverliezen terug te verdienen. Als deze patstelling niet snel wordt doorbroken, zal het te laat zijn. Het structurele verval van de dagbladuitgevers staat ook de omroepen te wachten, door toedoen van internet en digitale televisie. Een deel van de STER-gelden overhevelen naar de kranten- en bladenmakers is een druppel op een gloeiende plaat. De acht miljoen extra die minister Plasterk beschikbaar stelt voor de pers, nog minder dan dat. De enige politieke maatregel die zal helpen, is een structurele liberalisering van de Nederlandse mediasector.

Zelfs als die morgen zou worden gerealiseerd – en daar ziet het niet bepaald naar uit – zal het verval van de traditionele media voorlopig doorgaan. Nogmaals: niet alleen bij de papieren uitgaven, maar binnen afzienbare tijd ook bij de gevestigde omroepen. Leuk is anders, en gemakkelijk is het evenmin, maar in zo’n krimpende markt zijn verdere fusies, saneringen en schaalvergrotingen een keiharde noodzaak. Alleen kundige en doortastende managers kunnen daarvoor zorgen. De Belgische Persgroep, een van de zeer weinige krantenuitgevers op aarde die de laatste vijftien jaar oplage-stijgingen wist te realiseren, koos onlangs juist voor een sterke centrale aansturing van zijn journalisten vanuit de concernzetel in Kobbegem, waar nu ook de resterende redacteuren van De Morgen moeten aanschuiven. In Engeland gaat het net zo. De redactie van The Independent trekt in bij de door haar gehate Daily Mail om op de kantoorkosten te besparen, en de uitgever van de Daily en Sunday Telegraph heeft na drie keer diep slikken de druk van deze kranten uitbesteed aan zijn even gehate concurrent, News International van Rupert Murdoch.

De Nederlandse uitgevers zijn nog niet eens begonnen aan zulke banale, voor de hand liggende ingrepen. Als ze niet heel snel iets ondernemen, komt het voortbestaan van hun titels in gevaar. Redacties die nog meer vrijheid krijgen dan ze toch al hebben, frustreren dat proces alleen maar.

Joost Ramaer is freelance journalist, oud-redacteur van de Volkskrant en werkt aan een boek over PCM Uitgevers dat zal verschijnen bij Prometheus/Bert Bakker.

Al 2 reacties — discussieer mee!