Acht filmpjes op YouTube, 38 foto’s op Flickr, 372 liveblogposts en een hoop leermomenten. Dat heeft het live verslag op De Nieuwe Reporter van het mediadebat opgeleverd. Coördinator Katrien de Klein van de Stichting MediaDebat lijkt het leuk en zinvol het live verslag een vast onderdeel te laten uitmaken van de door de stichting georganiseerde debatten. Theo Dersjant van De Nieuwe Reporter is al op zoek naar de volgende gelegenheid waarvan een live verslag gemaakt kan worden. De liveverslaggevers zelf zijn dolenthousiast en staan te trappelen om dit vaker te doen.

Het experiment met liveblogging heeft aangetoond dat deze vorm van verslag veel toevoegt aan een bijeenkomst zoals die plaatsvond in de Amstelkerk. De toegankelijkheid (internet), het immanente karakter (live, gedetailleerd, opdringerig), gebrek aan respect voor traditionele grenzen tussen mediavormen (beeld, geluid, tekst), de vervaging van grenzen tussen verschillende journalistieke genres (opinie, reportage, beschouwing, interview) en de laagdrempelige mogelijkheid tot participatie (comments) en het rauwe low-fi karakter van het uiteindelijke product maken liveblogging tot de vorm van verslaggeving die past bij de beleving van een nieuwe generatie nieuwsconsumenten.

Zwakke punten
Het experiment heeft een aantal zwakke punten in onze aanpak aan het licht gebracht. Gelukkig mogen we als studenten van Bart Brouwers fouten maken, als we maar bevlogen zijn. En dat zijn we. Zes van de tien zwakke punten zijn van organisatorische, vier van technische aard. De internetverbinding die uitviel gedurende de eerste helft van het debat zorgde voor een gebrekkig verslag van dat deel van het debat, mobiele internetverbindingen zijn de volgende keer geen overbodige luxe. Datzelfde geldt voor een videocamera met externe microfoon, waardoor het geluid bij de filmpjes van een aanvaardbare kwaliteit zou zijn. Daarnaast zal er in de wat verdere toekomst een andere presentatievorm ontwikkeld moeten worden. De Cover-it-live-blog kent een aantal serieuze beperkingen.

De liveblog wordt in een webpagina geplaatst door middel van een iframe. Dat betekent dat er een webpagina in een webpagina wordt geplakt. De geplakte webpagina wordt door zoekmachines niet beschouwd als behorende tot de pagina waarin hij geplakt is. Daardoor wordt de inhoud van die pagina niet op die plaats geïndexeerd door zoekmachines als Google. Maar zelfs op zijn oorspronkelijke locatie wordt de geplakte pagina niet geïndexeerd. Dat komt omdat de inhoud pas te voorschijn komt wanneer een bezoeker op de replay knop klikt. Niet geïndexeerde inhoud is op internet praktisch hetzelfde als geen inhoud.

Foto’s worden in de liveblog in de tijdslijnhiërarchie geplaatst. Audiobestanden ook, maar alleen als linkje naar het bestand. Een (flash)audioplayer zou op zijn plaats zijn. Video’s worden tijdens de liveblog weergegeven in een popupje dat over de liveblog wordt geprojecteerd. Zij hebben dus wel een player en worden wel direct getoond zoals het hoort, maar komen weer niet in de tijdslijn voor. Alle mediavormen in een liveblog zouden op de zelfde manier in of juist helemaal buiten de tijdslijn weergegeven moeten worden. Bovendien zouden ze meteen afspeelbaar moeten zijn. Ook zou bij elke mediavorm een beschrijving te plaatsen moeten zijn, nu is de bestandsnaam de enige plek waarop je de beschrijving van een audio-opname kwijt kunt.

Reacties van volgers worden in de tijdslijn weergegeven op het tijdstip dat ze worden vrijgegeven, niet op het moment dat ze worden ingediend. Daardoor verschijnen de reacties willekeurig tussen de verslaggeving. De chaos wordt nog verergerd doordat reacties niet duidelijk genoeg onderscheiden zijn van de blogposts. Die twee dingen samen maken het moeilijk voor volgers om te participeren. Reacties zouden weergegeven moeten worden in een apart chatvenster buiten de tijdslijn of juist onder de betreffende blogpost, maar dan wel op zo’n manier dat ze duidelijk een andere status hebben dan de posts zelf.

Internet-verslag live n de zaal
Het zou de discussie erg verlevendigen wanneer het verslag en de discussie op internet live te volgen is in de zaal. De thuisblijvers worden zo nog meer betrokken bij hetgeen zich afspeelt op de locatie en de mensen op de locatie beseffen zo dat de wereld over hun schouder meekijkt. Dat kan de kwaliteit van het debat enorm vergroten. In het ideale geval worden de vragen van reageerders in de discussie op locatie meegenomen. Met behulp van een goede gespreksleider vervalt zo de nu nog erg goed merkbare (en bij de volgers op internet cynisme opwekkende) muur tussen vleselijke en elektronische participanten.

Organisatorisch kan er vooral veel kwaliteit gewonnen worden door een andere taakverdeling. Er is op zijn minst één redacteur met laptop nodig om alleen filmpjes, foto’s en geluid te uploaden en te plaatsen. Alleen zo kan dat constant en snel gebeuren. Er is dan misschien ook genoeg tijd om de audiofragmenten om te zetten naar Youtubefilmpjes met een stilstaand beeld van de geïnterviewde. Er zijn een aantal redacteurs nodig om verslag te leggen van het debat. Per twee debaters één redacteur, plus een redacteur voor het publiek. Daarnaast is er één iemand nodig om reacties van volgers te modereren.

Verslaggeving via Twitter kan door mensen in het publiek gebeuren, voor verslaggeving door de redactie gaat het niet snel genoeg. Het is handig om van te voren te vragen wie (misschien) van plan is te twitteren, dan kunnen hun twitterkanalen opgenomen worden in het verslag. Deze keer was de twitterende hoofdredacteur van de Sp!ts, Bart Brouwers, wel opgenomen, maar docent Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden Alexander Pleijter, die uit verveling ook maar begon te twitteren, hebben we het eerste deel van het verslag gemist.

Hoewel ik een lijvig (dertig pagina’s tellend) boekwerk van een draaiboek had geschreven, met namen en foto’s van genodigden, hebben we toch veel gemist. Van veel mensen wisten we gewoon de naam niet. We waren met te weinig om die de hele tijd tijdens het debat te vragen. Ook hadden we te weinig een onderwerpskeuze gemaakt. In plaats van netjes te luisteren naar het übercorrecte gepraat over hoe verschrikkelijk verborgen camera’s wel niet zijn (terwijl Alberto Stegeman er niet eens was) hadden we gewoon aan iedereen kunnen vragen wat ze eigenlijk in de Amstelkerk deden als je het debat ook gewoon thuis vanuit je luie stoel kan volgen.

De uitdaging voor de volgende keer is de liveverslaggeving technisch en organisatorisch beter vorm te geven, zonder het unieke guerrilla-achtige en sociale karakter van deze nieuwe vorm van verslaggeving te verliezen. Sommige oneffenheden moeten gladgestreken worden, andere kunnen beter behouden blijven. Het geluid bij de filmpjes moet beter, de dubbele blogposts, doordat twitterend publiek dezelfde gebeurtenissen opvallend vindt (de buzz) dragen juist bij tot het spontane karakter van de liveblog. Het zou een gemiste kans zijn als we traditionele manieren van verslaggeving gaan naäpen. Ons ultieme einddoel is een compleet nieuw genre.

Al 6 reacties — discussieer mee!