googleDe waarde van Google als informatiebron is betrekkelijk, signaleerde Henk van Ess al eens op deze site. Onderzoekers als José van Dijck hebben aan de mysterieuze totstandkoming van Google rankings kritische analyses gewijd (zie slot van dit artikel). Desondanks rukt de zoekgigant steeds verder op. Duitse wetenschappers claimen nu ‘s werelds omvangrijkste studie te hebben verricht naar de manier waarop journalisten hun informatie verzamelen en de rol die Google daarin speelt. Honderden beroepsbeoefenaren werden dagenlang in hun professionele doen en laten geobserveerd. Een van de intrigerende onderzoeksvragen daarbij was of het gebruik van de Google zoekmachine de research domineert en we misschien van een Googleisering van het vak moeten spreken.

De uitkomsten geven genoeg stof tot nadenken. Al maken journalisten ook veelvuldig gebruik van email en telefoon, de sluipende Googleisering is volgens de onderzoekers wel degelijk gaande. “Journalisten”, waarschuwen ze, “maken zich voor een groot deel afhankelijk van de selectie- en ranking criteria van slechts één aanbieder. Daarmee riskeren ze het zicht op de werkelijkheid te verliezen.”

Er wordt ter redactie uiteraard niet alléén maar “gegoogled”. De telefoon blijft het meestgebruikte researchinstrument, en bij het zoeken naar onderwerpen spieden redacteuren als vanouds rond bij kranten, persbureaus, radio en televisie. Maar zo gauw er aanvullende informatie opgespoord moet worden, schuift de zoekgigant onweerstaanbaar naar voren: gemiddeld 44% van alle zoekaktiviteiten loopt dan via Google. Daarbij scoren internetjournalisten relatief hoog (54%) en televisiejournalisten van de publieke omroep relatief laag (38%).

Google zoekmachine oppermachtig
Duitse journalisten zien het internet als hun belangrijkste jachtgebied. Ons werk is zonder het internet niet meer denkbaar, zegt 94% van de redacteuren. Uit hun antwoorden op de vraag welke vijf webpagina’s voor hun werk de meeste waarde hebben, ontstaat het volgende hitlijstje:

1. Google (74,9%)
2. Der Spiegel Online (53,4%)
3. Wikipedia (37,4%)
4. Suddeutschen Zeitung (9,8%)
5. Tagesschau.de (9,5%)

Toegespitst op de vraag welke zoekmachine de voorkeur geniet, stijgt de populariteit van Google tot extreme hoogte:

1. Google (98,6%)
2. Yahoo (1,0%)

Omdat zulke globale populariteitspercentages niet alles zeggen, wilden de onderzoekers ook weten waarvoor Google nu precies gebruikt wordt. De vraag voor welke journalistieke taak de Google zoekmachine “belangrijk tot zeer belangrijk” is, levert de volgende percentages op:

Contactgegevens personen vinden: 90,5%
Checken van feiten: 83,2%
Thema’s diepgaand rechercheren: 80,9%
Checken van bronnen: 70,4%

Door de mand gevallen
In deze tijden van bezuinigingen komt Google als geroepen, signaleren de onderzoekers. Door de lage kosten en het schijnbare bedieningsgemak heeft de zoekmachine zich in korte tijd een belissende invloed op het totale onderzoeksverloop verworven.
Daarmee zou misschien te leven zijn als journalisten het Googelen volleerd in de vingers hadden, maar het afsluitende deel van het onderzoek – een “hands-on” experiment – toont aan dat dat nog niet het geval is. De meeste journalisten vielen door de mand als “middelmatige” Googelaars. Ze bleven vaak in de bovenste tien zoekresultaten steken en stelden zich daarmee bloot aan de manipulaties die achter de Google-ranking schuil gaan. Operatoren om Google-zoekvragen te specificeren, werden zelden of op de verkeerde manier gebruikt. En de ingevoerde zoektermen waren dikwijls semantisch niet goed doordacht.

Om kort te gaan: het experiment wees uit dat journalisten qua zoekvaardigheden niet beter dan de gemiddelde Duitse burger scoren. Journalisten bij de kwaliteitsbewuste en goed in de financieën zittende publieke omroep, scoorden op alle fronten overigens net iets hoger. “Goede journalistiek”, concluderen de wetenschappers, “heeft klaarblijkelijk zijn prijs.”

Het zou de moeite waard zijn om te onderzoeken of de situatie in de Nederlandse journalistiek – waar reeksen cursussen “Zoeken via internet” door met name de cracks Van Ess en Dasselaar zijn verzorgd – wezenlijk beter is. Waarschijnlijk is dat evenwel niet; ook de Duitse pers kent talloze “profi”-trainingen, en qua primeur lijkt het vooralsnog onwaarschijnlijk: Nederlanders gaan grondiger te werk dan hun oosterburen.

Alexander Pleijter geeft – met veel dank – de volgende aanvulling:

Soortgelijk onderzoek is in 2002 en 2006 ook in Nederland gedaan: http://www.villamedia.nl/niels/index.php/onderzoek/journalistiek-en-internet-samenvatting.
Het beeld uit de Nederlandse onderzoeken is vergelijkbaar met dit Duitse onderzoek:

* Ook in Nederland vond in 2006 94% van de journalisten internetvaardigheden onmisbaar voor een goede uitoefening van het vak.

* In 2006 bleek driekwart van de journalisten nooit een cursus voor internetgebruik te hebben gevolgd. Kans is dus groot dat vaardigheden voor zoeken op internet bij journalisten niet bovengemiddeld is.

* Google was ook veruit de meest genoemde zoekmachine die Nederlandse journalisten gebruiken.

* En ook in Nederland bleek de telefoon nog altijd het belangrijkste middel om contact te hebben met bronnen en informanten.

José van Dijck stuurt me een artikel van haar hand toe waarin ze analyseert hoe Googlisering (er zijn meerdere spellingen van dit woord mogelijk) werkt en waar de gevaren zitten. Ik citeer een paar punten:

* Een zoekmachine maakt geen weging op kwaliteit

* We weten niet welke factoren Google hoe zwaar laat meewegen in de ranking van zoekresultaten; het algoritme dat Google toepast is bedrijfsgeheim. Van Dijck verwijst naar een onderzoek van UvA-collega Richard Rogers die systematische scans uitvoert op de ranking van zoekresultaten. Het onderwerp “9/11” is zo’n issue waarvan hij de rankings sinds april 2007 automatisch inventariseert. Tot zijn verbazing bleek dat de website van 911truth.org (een organisatie die alle overheidsonderzoeken over de gebeurtenissen op 11 september 2001 kritisch volgt) op 19/20 september 2007 opeens een merkwaardige duikeling maakt in de Google rankings. De site was niet meer te vinden in de top 5 van Google’s zoekresultaten zoals in de maanden ervoor, maar stond plotseling ver beneden de 1000. De degradatie van deze website naar de onderkant van de Google-ladder leidt ertoe dat mensen de site nauwelijks nog zullen bezoeken. “Wie of wat debet is aan deze manipulatie van zoekresultaten blijft giswerk”, schrijft Van Dijck.

* De constante updates door zoekmachines zorgen ervoor dat de timestamps van oudere documenten vervangen worden door nieuwere, waardoor een besef van tijd verloren gaat. Zoekmachines als die van Google herschrijven als het ware ongemerkt de historiciteit van documenten

* Zoals bekend weten bedrijven en andere belanghebbenden hun eigen ranking door middel van allerlei slimmigheden te beinvloeden. Google laat dit niet over zijn kant gaan en heeft tegenmaatregelen getroffen. Hoe dit spel precies verloopt weet echter niemand.

* Google genereert aanzienlijke inkomsten uit de advertenties die rechts naast de zoekresultaten verschijnen, maar ook dit proces speelt zich binnen een black box af: niemand weet hoe de belangen van adverteerders de ranking van de zoekresultaten op de linkerhelft van de pagina beinvloeden.

Het volledige artikel van Van Dijck is in dit ICT Jaarboek te vinden.

Al 6 reacties — discussieer mee!