nrcDe redactie van NRC Handelsblad sprak zich op 18 februari jl. uit om een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden om zelfstandig voort te bestaan. Daarmee stelt zij feitelijk, na haar geboorte op 1 oktober 1970, opnieuw de strategische vraag: ‘Welke krant willen wij zijn?’ Want de governance-structuur is, net zoals bijvoorbeeld de keuze voor de zetel van de redactielokalen, signatuur van de hoofdredacteur en formaat van de krant, maatgevend voor een antwoord op die vraag.

Daarbij moet het uitgangspunt zijn dat partners die niet wezenlijk hetzelfde doel nastreven (commercieel en ideëel) samen niet een krant moeten maken. Is het doel niet congruent, dan worden belangen geschaad: van aandeelhouders, journalisten, adverteerders, lezers en zelfs van hen die de mening van de krant niet delen. De eigen geschiedenis vertelt het verhaal.

In 1967 was er een technisch samenwerkingsverband met het Telegraafconcern die weliswaar geen journalistieke implicaties had, maar toch op zoveel verzet bij lezers stuitte dat zij na enkele maanden moest worden beëindigd; en, ingrijpender, is daar de recente verhouding met de Engelse private equity provider Apax, die PCM financieel ontredderd achterliet. Daarbij is de Stichting Democratie en Media, toenmalig verkoper van de aandelen in PCM aan Apax en thans wederom grootaandeelhouder, door de Ondernemingskamer verweten dat de besluitvorming primair geleid werd ‘door de eigen agenda van SDM om middelen ter beschikking te krijgen voor haar eigen basisverbreding’.

Vereniging
Gelijk de actuele economische situatie ons nu leert dat (hyper-)kapitalisme en collectiviteit elkaar niet goed verdragen, geldt dat ook voor de belangen van een louter commercieel gedreven eigenaar van een krant en die van de lezers. Dat geldt bij uitstek voor NRC Handelsblad, waarvan het ‘dna’ wordt gevormd door een vrijzinnige, onafhankelijke en ondogmatische structuur.

Terugkijkend zou NRC Handelsblad thans moeten onderzoeken of het mogelijk is abonnees, lezers en andere vrienden eigenaar te maken. Zoals de wetgevende macht, het parlement, van niemand is, zo is het ook met de zesde macht gesteld: NRC Handelsblad duldt geen exclusieve private eigendom. De voorgestelde gedachte verdraagt zich bovendien harmonisch met de nieuwe tijd, waarin een ‘community of interest’ individueel en gezamenlijk een stem heeft in de ontwikkeling van het platform waaraan zij hun steun betuigen. Een (nieuwe) ‘dagbladonderneming NRC Handelsblad’ heeft baat bij een eigenaar waarvan de belangen samenvallen met die van de krant en haar lezers. Natuurlijk moet daarbij het primaat van de journalistieke professionaliteit en autonomie onvervreemdbaar uitgangspunt blijven.

Aldus is het denkbaar dat de nieuwe eigenaar een (coöperatieve) vereniging wordt met de lezers als leden. Het bestuur wordt gevormd door redactie en uitgever en wordt op afstand gecontroleerd door de ledenraad (de lezers), het uiteindelijk hoogste orgaan binnen de vereniging.

Omroep
NRC Handelsblad en nrc.next hebben thans gezamenlijk een betaalde oplage van circa 250.000 exemplaren. Stel, het doelvermogen is 100 miljoen euro. Wanneer de helft van de betalende ontvangers van de krant bereid is om eenmalig, gemiddeld 319 euro te fourneren (de prijs van een jaarabonnement) leidt dat tot een opbrengst van 40 miljoen euro. Verondersteld dat 25 miljoen euro door fondsen, bedrijven en instellingen kan worden opgebracht, en SDM bereid is een achtergestelde lening van 35 miljoen euro ter beschikking te stellen, dan is het doelvermogen gerealiseerd.

Met het doelvermogen worden drie zaken gedaan. In de eerste plaats wordt de buy-out gefinancierd. Voorts wordt per kandidaat-verenigingslid 5,72 euro afgezonderd waarmee zij kandidaat lid-abonnee worden gemaakt van de nieuw op te richten omroep ‘Vrij Zinnig Nederland’; een intelligente nieuwszender langs de lijnen van het redactiestatuut. En ten derde wordt een start gemaakt met fondsvorming voor bijzondere journalistieke projecten. Eventuele reserves vallen uiteraard in de kas van de vereniging, de eigenaar.

Deze eigendomsconstructie past de krant, die in het hoofdredactioneel commentaar van 7 januari j.l. schreef: ‘[…] en krant heeft maar één bondgenoot. […] Die bondgenoot is de lezer.’

Dit artikel verscheen ook op nrc.nl.

Al 9 reacties — discussieer mee!