belgieBelgische lezers en kijkers zijn ‘lui, gierig en dom’. Dat beweer ik niet, maar dat liet een journalist van Het Belang van Limburg zich ontglippen tijdens de Staten-Generaal van de Media, afgelopen donderdag in Antwerpen. Die grootscheepse mediadag over de “crisis” in de Vlaamse media, was georganiseerd door de Vlaamse ministerpresident en mediaminister Kris Peeters.

Voor zover waarneembaar was ik – uitgenodigd iets te zeggen over nieuwe media – de enige Nederlander tussen een paar honderd Belgische journalisten en uitgevers. Een eigenaardige positie: voorheen werd je als Hollander in België, terecht of niet, versleten voor arrogant, maar sinds Christian van Thillo (De Persgroep) eigenaar is van vijf van de belangrijkste Nederlandse kranten zouden de Belgen geen last meer moeten hebben van een minderwaardigheidscomplex en liggen de rollen een tikje anders.

Vlaamse media zijn winstgevend. Vlaanderen kende eerder commerciële televisie dan Nederland (per februari 1989, waar RTL Veronique in Nederland in oktober 1989 begon). En Vlaamse kranten hebben zich niet laten uitkleden door Britse opkoopfondsen als APAX of megalomane uitgevers als David – Mecom – Montcomery. Roularta (onder veel meer Knack) is daarentegen succesvoller op de Franse tijdschriften- dan de Telegraaf op pakweg de Duitse televisiemarkt.

De Staten-Generaal van de Media waren niettemin opgezet als brainstorm over de mediacrisis. Bedoeld als reactie op hardhandige saneringen bij De Morgen en De Standaard, en reorganisaties bij zowel de publieke omroep VRT als de commerciële VTM. En dat allemaal uiteraard tegen een achtergrond van multimedialisering, en een verschraling en vervlakking van de kwaliteitspers.

What crisis?
Maar is er van een crisis in Vlaanderen wel sprake? Niet als je luistert naar Rik De Nolf, topman van Roularta, de Vlaamse uitgever van vooral tijdschriften. De totale oplage van dagbladen in Vlaanderen is tamelijk stabiel, al moet je dan wel de gratis krant Metro meerekenen (die wordt uitgegeven door het Vlaamse Concentra, en niets te maken heeft met het Zweedse Metro-concern).

De Vlaamse premier zei het zijn Franse ambtgenoot Sarkozy na, naar wiens voorbeeld de Vlaamse Staten-Generaal werd georganiseerd: “verpaupering bedreigt de media”. Maar twee zinnen later meldde Kris Peeters opgewekt dat het aantal journalisten bij Vlaamse dagbladen sinds 2000 met 25 procent is gestegen (al werkt 10 procent van hen voor digitale producten).

Volgens voorzitter Mark Van de Looverbosch van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) misbruiken mediabedrijven de huidige kredietcrisis – 10 tot 40 procent minder reclamebestedingen – als “alibi” om al langer gewenste bezuinigingen door te voeren. Wie weet wat er in VS aan de hand is (de ene na de andere krant sluit), of in Nederland (waar kranten al langer reorganiseren), vindt die opstelling misschien wat wereldvreemd.

De crisis die nog komt
Als er al sprake is van crisis in de Vlaamse media, is dat de crisis die nog moet komen. Vlaamse kranten hebben zich later dan de Nederlandse ontworsteld aan de verzuiling. En Vlamingen zijn traditioneel minder fervente krantenlezers, waardoor er tot voor kort nog groeikansen waren. “Wij werden niet geacht de krant te lezen, wij zijn als katholieken langer dom gehouden,” aldus een kenner.

De crisis die nog komt wordt uiteraard getriggerd door internet. België is een raar land. Zichtbaar vanaf de maan, vanwege zijn verlichte snelwegen, maar onzichtbaar voor Google sinds een rechter de zoekmachine verbood Belgische kranten te ontsluiten via Google News.be. De vraag is hoe lang die vorm van splendid isolation nog houdbaar is.

Belgische uitgevers en journalisten moeten weinig hebben van nieuwe media. Hun branche oogt daardoor wat archaïsch. De uitgever is een meneer, journalisten worden uitgeknepen, en als er ontslagen vallen worden die verdeeld over “werklieden”, “bedienden” en “journalisten”.

Tekenend in dit verband was de volgorde van opkomst in Antwerpen. Eerst sprak de minister-president, toen de uitgever, daarna de journalistenvoorman en pas als allerlaatste de ombudsman van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek (pas opgericht in 2002), die het woord voerde “namens de lezers”, lezers die uiteraard niet waren geraadpleegd over hun media, laat staan voor deze dag waren uitgenodigd.

Droog brood
Belgische media hebben grosso modo een ongemakkelijke omgang met nieuwe media. De Morgen ging er lang prat op geen website te hebben en De Standaard houdt dapper een betaalmodel in stand. Roularta-topman De Nolf stelt vast dat op internet geen droog brood te verdienen valt met advertising, terwijl de VVJ wel de inertie van Vlaamse mediabedrijven aan de kaak stelt, maar ondertussen vasthoudt aan de bescherming van beroepsjournalisten die in België sinds 1963 wettelijk is geregeld.

Dat is “geen kwestie van corporatisme”, aldus de bond, maar gewoon een praktische noodzaak: er zijn te weinig persplaatsen in parlement, rechtbank of voetbalstadion om ook “nieuwe” journalisten hun werk te laten doen zonder dat de lezer daar de dupe van wordt, aldus een voetnoot in een manifest van de VVJ.

Instemmend citeert dat “zwart-, wit- en draaiboek” van de VVJ, dat donderdag werd gepresenteerd, de Amerikaanse internet-cynicus Andrew Keen volgens wie “internet dringend (opnieuw) in handen moet komen van echte professionals”. Die beunhazen van burgerjournalisten lopen ons maar voor de voeten, vindt de VVJ.

Om het beeld niet al te zwart te kleuren: ook in Vlaanderen wordt bij de televisie crossmediaal geproduceerd, de onafhankelijke journalisten van Indymedia doen goed werk, en als het om slimme marketing van kranten gaat kunnen Nederlandse uitgevers nog veel leren van Concentra, De Persgroep of Corelio (de drie Vlaamse dagbladuitgevers), omdat België nu eenmaal veel meer dan Nederland een losseverkoopland is.

Dikke kwatsch
In het werkgroepje waarvan ik deel uitmaakte werd enerzijds vastgesteld dat twee miljoen Vlamingen hun weg naar Facebook of een andere social networksite hebben gevonden, maar trok men zich daar anderzijds blijmoedig niets van aan. Het besef dat internet de macht bij de consument heeft gebracht? Dat het algemene nieuws een commodity is, en bijgevolg gratis? Het wil er nog niet in: “Informatie – en zeker kwaliteitsinformatie – mag best iets kosten.” Burgerjournalistiek? “Dikke kwatsch.”

Er zullen altijd journalisten zijn, want lezers zijn lui, vond mijn debatgenoot en notulist Erick Donckier van Het Belang van Limburg. Zoals ze ook gierig zijn, vroeg ik plagerig? Jawel, antwoordde Donckier prompt. En dom? Zeker en vast, knikte hij. Ik liet maar achterwege hoe lui, dom en gierig een journalist is die niet in staat is in tijden van nieuwe media een alternatief te bedenken voor zijn onzekere voortbestaan.

Dit artikel verscheen eveneens op de weblog van de auteur.

Henk Blanken

Schrijver en journalist

Henk Blanken is journalist en schrijver. Hij is als correspondent Dood & Aftakeling verbonden aan De Correspondent, Bijna veertig jaar …
Profiel-pagina
Al 6 reacties — discussieer mee!