staafdiagram2Robert Buzink bezocht het congres ‘Infographics 2009’ en sprak er onder andere met Gert de Graaff van de Media Academie. Bijgaand zijn verslag.

Iedereen die weleens een cursus presentatie houden met Powerpoint gevolgd heeft, weet het. Het heeft geen zin het verhaal dat je vertelt woordelijk op een slide te zetten. Toch gaat dit juist vaak fout bij het NOS Journaal en RTL Nieuws. Gezeten achter zijn laptop en spelend met een videobewerkingsprogramma laat Media Academie docent Gert de Graaff tijdens zijn presentatie op Infographics 2009 een eindeloze rij voorbeelden voorbijkomen. Nieuwsreportages worden onderbroken door een blauw scherm met daarop een enorme lap tekst. Een voice-over leest de tekst die de kijker ziet letterlijk voor. Gevolg? Verveling aan de kant van de kijker. En erger nog: vergetelheid. Als De Graaff dit stukje journaal aan zijn studenten laat zien, is 90 procent na een halve minuut vergeten wat er gezegd is.

Dat moet dus anders. De Graaff weet hoe en doet het even voor. Uit een reportage over Maxima, Willem-Alexander en Wim Kok, waarbij de naam van de afgebeelde persoon steeds op het moment genoemd wordt waarop die persoon in beeld komt (saai!) knipt hij Kok. Nu valt de naam van de toenmalige Minister President wanneer de kijker Maxima ziet. En meteen wint het stukje televisie aan kracht en frisheid. Hetzelfde is volgens De Graaff mogelijk met infographics.

Lichtend voorbeeld is de BBC. In Engeland zegt de voice-over “bijna een derde”, terwijl de tekst in beeld “36%” luidt. Volgens De Graaff ontstaat er door die kleine discrepantie tussen beeld en tekst een “kortsluiting” in de hersenen, waardoor de informatie beter onthouden wordt. Maar je kunt ook informatie laten zien die je niet vertelt. Weer dient de BBC als voorbeeld: in beeld een diagram met drie staven, inclusief jaartallen en percentages. De voice-over heeft het over een toename van 12 tot 18 procent en slaat de middelste staaf dus over.

De truc? Duiden in plaats van oplezen. Het beeld vertelt het verhaal, de voice-over duidt hetgeen te zien is en heeft dus een ondersteunende functie. Op de Nederlandse televisie gebeurt het vaak andersom. Dat is ook niet gek, volgens De Graaff, want redacteuren in Hilversum komen bijna allemaal van de School voor Journalstiek. Ze zijn opgeleid tot schrijvers, niet tot televisiemakers. En dat leidt tot bizarre taferelen. “Redacties bespreken de uitzending van de vorige dag vaak aan de hand van papier. Daardoor krijgen de beste geschreven verhalen het meeste lof. Maar die hoeven niet per se de beste televisie op te leveren.”

Niet iedereen in de zaal is het eens met De Graaff. Werkt het niet juist verwarrend, het verschil tussen wat je ziet en wat je hoort? De Graaff heeft er geen onderzoek naar gedaan, maar heeft het in de zijn workshops keer op keer geconstateerd. Hij is geen man van theorie, liever laat hij het zien. En dus start hij nog een filmpje van de BBC.

Al één reactie — discussieer mee!