enc_headerBent u dagbladjournalist? Dan doen we even een test. Weet u wat de best verkopende video-game in Nederland is? Tien tegen een dat u dat niet weet. En dat is het probleem volgens Juan Antonio Giner, Spanjaard, betrokken bij de restyling van tientallen kranten in de wereld en bedenker van het 30/30-concept: een dagblad in de vorm van een tijdschrift. Volgens Giner geven jongeren veel meer geld uit aan games dan aan film. Waarom, aldus de Spanjaard op het tiende European Newspaper Congress in Wenen, weten dagbladjournalisten wel welke film goed loopt, maar niet welke games het goed doen? Ofwel: ze kennen hun publiek niet goed.

Giner was een van de topsprekers op de eerste dag van het twee dagen durende jubileumcongres waar zo’n vijfhonderd uitgevers en (hoofd)redacteuren visies en denkbeelden over de toekomst van het dagblad aanhoorden. Op zich is dat al een klein wonder. Want de Oostenrijkse organisator en uitgever van media-vakbladen, Johann Oberauer, zag met afgrijzen hoe eerst de Amerikaanse organisaties van hoofdredacteuren het traditionele jaarcongres annuleerden (“Hoofdredacteuren hebben momenteel wel wat anders aan hun hoofd”), waarna ook de World Association of Newspapers de jaarvergadering in de ijskast plaatste.

In Wenen echter een bomvolle zaal. Wellicht ook omdat het besef in de sector is doorgedrongen dat er slechts één recept is om uit de malaise te komen: handelen. Of, zoals Juan Antonio Giner verwoordde: “No more blabla! No memo’s but demo’s!”

Want de krant heeft toekomst, betoogde Giner. En na hem herhaalde ook top-designer Mario Garcia (onder andere Het Parool) die stelling. Weliswaar niet de krant zoals we die nu kennen, maar wel een gedrukt medium. Want papier blijft emotie.

Hoe een krant om zeep te helpen
Om die toekomst succesvol tegemoet te gaan, dienen uitgevers en redacties wel in actie te komen. Daartoe presenteerde Giner een provocerende actielijst: twintig manieren om een krant om zeep te helpen:

1. Als je je krant kapot wilt maken, vind dan journalistiek niet belangrijk! Zonder goede journalisten heb je ‘boring newsrooms’ en die produceren ‘boring newspapers’. Goede journalistiek is de sleutel. En die goede journalistiek wordt bedreigd.

2. “Change slowly.” Dan is de kans groot dat je het niet redt. Ofwel: wie een kans wil maken in de toekomst, moet nu snel handelen.

3. Publiceer het nieuws van gisteren. Het herverpakken van oud nieuws is niet waar kranten goed in zijn. Sterker: ze gaan eraan kapot.

4. Vermijd risico’s. Ook dat is een goede garantie om over tien jaar niet meer te bestaan.

5. Verwacht resultaten zonder inspanningen. Wie niet beweegt, gaat er onherroepelijk aan.

6. Beledig je lezers. Bijvoorbeeld door niet te weten wat er onder hen leeft. Door niet te weten wat de best verkopende video-game is.

7. Blijf als uitgever liegen tegen adverteerders over bereik en dergelijke. Ze zijn niet gek.

8. Please politicians.

9. Schrijf over gebouwen en structuren. Saai!

10. Ga geen interactie aan met je lezers!

11. Zoek een drukfabriek, bij voorkeur in de VS, waar ze een slechte drukkwaliteit hebben!

12. Druk slechte kleuren.

13. Schrijf lange en slechte artikelen.

14. Bekommer je niet om de vormgeving van je krant.

15. Huur vooral geen nieuwe talenten in. Want het succes van innovatie zit in het talent.

16. Slechte redacteuren moet je niet ontslaan.

17. Betaal je medewerkers slecht.

18. Innoveer niet.

19. “Cash the cow.” Probeer zoveel mogelijk geld te verdienen met de krant, zonder de winst weer in de krant te stoppen.

20. Wacht op wonderen. Die zullen niet komen.

‘News caviar’
Daarna schakelde Juan Antonio Giner naadloos over op een propagandaverhaal voor ‘zijn’ 30/30. Hij ontwikkelde een krant op tijdschriftformaat. “News caviar”, noemt hij het (zie hier een powerpoint over 30/30). Waarbij goede journalistiek voorop staat. Niet meer de dagelijkse haast, maar gedegen werk: “It is more important to be the best than to be the first.” Ofwel: in een internettijd kunnen journalisten het wel vergeten de eerste te willen zijn. Ze moeten eraan wennen niet het eerste woord te hebben, maar wel het laatste, definitieve woord. Dan is een krant voor de nieuwe generatie mogelijk.

Zijn betoog werd ondersteund door vormgever (“Maar ik ben van huis uit journalist”) Mario Garcia. “Het is echt onzin dat mensen niet meer van papier zouden willen lezen. Neem Harry Potter. Zevenhonderd pagina’s papier. Veertienjarigen lazen het in twee dagen ademloos uit. Zonder te eten en zonder te slapen. Hoezo geen leescultuur meer?”

Garcia hielp tientallen kranten aan een nieuwe look. En belangrijker: hij probeerde daarbij het denkproces over de veranderende functie van de krant te stimuleren. De krant is er volgens hem niet meer voor het nieuws. Uit een onderzoek bij de Wall Street Journal bleek volgens hem dat lezers bij zestig procent van de artikelen op de voorpagina iets meegedeeld kregen dat ze al wisten. Via internet of via andere kanalen. De krant wilde echter een ‘paper of record’ zijn. Maar dat bleek niet langer houdbaar. Nu is er het internet en dat is buitengewoon geschikt voor ‘alerts’. Ofwel: kort en puntig nieuws. Volgens de ‘nieuwsstroom’ van Garcia moet die eerste nieuwsalert worden gevolgd door een eerste versie van het artikel. Ook op het web dus. Pas de dag erna staat in de krant een verdiepende versie. En de dag daarna kan dat verdiepende stuk dat weer het web op.

Op die manier meldt de krant dus geen nieuws meer dat al bekend mag worden verondersteld. Het lijkt volgens Garcia een kleine stap, maar in de cultuur op een redactie kan het een enorme ontwikkeling zijn.

Routekaart
Overigens blijkt volgens hem uit eyetracking-onderzoek dat het niet waar is dat langere artikelen beter worden gelezen wanneer ze in de papieren krant staan. Uit een vergelijking tussen krant en internet bleken lezers bereid veel op het internet te lezen, ook van een lang artikel. Daarbij speelt de psychologie een rol. Op het internet kan een lezer op het eerste scherm niet zien hoe lang een artikel is waar hij of zij aan begint. In de krant is dat visueel veel helderder en dus beginnen veel lezers er niet aan.

Dat leidt er bij Mario Garcia toe dat hij geen lange leesstukken op de voorpagina’s van kranten meer wil. Het publiek is gewend aan navigatie. En dus moet de voorpagina een ‘routekaart’ zijn voor de inhoud van een krant.

Het steeds verder wegdrijven van het dagelijkse nieuws, leidt er volgens Garcia toe dat over tien jaar de meeste kranten alleen nog in het weekeinde op papier uitkomen. Doordeweeks moeten de websites het nieuws brengen. Dat komt ook tegemoet aan de emotionele waarde die mensen nog steeds toekennen aan papier en aan een computerscherm. Elektronisch lezen wordt nog altijd als ‘werk’ gevoeld terwijl lezen van papier meer de waarde van ‘ontspanning’ heeft. Daar past een weekendkrant beter bij.

Mario Garcia is ook actief op Twitter. Hij geeft er dagelijks enkele tips voor krantenmakers. Volg: http://twitter.com/tweetsbydesign

Theo Dersjant

Theo Dersjant is een Nederlandse journalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek.
Profiel-pagina
Al 9 reacties — discussieer mee!