In het huidige multimediale tijdperk wordt de snelheid van nieuwsmedia steeds belangrijker. De concurrentiestrijd om het laatste nieuws kan echter ook negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de berichtgeving.

Het gaat dan bijvoorbeeld om nieuwtjes die verspreid worden op twitter. Met deze netwerkdienst kunnen mensen via internet of een mobiele telefoon korte berichten (tweets) over het dagelijkse leven of zelfs nieuwsfeiten publiceren. “Twitter is geen journalistiek”, zei Sp!ts-hoofdredacteur Bart Brouwers woensdag tijdens een MediaDebat over de snelheid van nieuwsmedia. “Twitter is een aanvullend medium, één van de middelen in de gereedschapskist van een journalist.”

Brouwers stimuleert zijn redacteuren bij Sp!ts om zelf ook te twitteren in de concurrentiestrijd voor het als eerste melden van het laatste nieuws. “Het is iets van je journalistieke drive om altijd op de hoogte te willen zijn. Sommige tweets zou je qua nieuwswaarde journalistiek kunnen noemen, maar het meeste is persoonlijk of zakelijk en alles daar tussenin.”

Lara Rense, tot voor kort werkzaam bij BNR (binnenkort Wereldomroep), meldde op 25 februari op twitter als eerste dat luisteraars een vliegtuig bij Schiphol hadden zien neerstorten. “Ik zie twitteraars als een soort ooggetuigen, net als mensen die bellen.”

Fast vs. Slow news
Marcel Broersma, hoogleraar Journalistieke Cultuur en Media aan de Rijksuniversiteit Groningen signaleerde in de discussie over de snelheid van nieuwsmedia een onderscheid tussen fast news en slow news. “Fast news dient zich aan doordat er bijvoorbeeld een vliegtuig crasht. Slow news is nieuws dat een journalist zelf boven water haalt.”

Broersma stelde dat fast news voor overheden goed te behappen is, maar dat dat voor slow news aanzienlijk lastiger is doordat journalisten zuigen en tegels lichten. “Maar mollen kun je moeilijk met een schep slaan.”

Beide vormen van nieuwsverslaggeving zijn volgens Broersma nuttig en noodzakelijk. “De kwaliteit van slow is de tijd nemen voor zorgvuldig onderzoek. Bij fast is de kwaliteit dat het nieuws zo snel mogelijk gebracht wordt.”

Bart Brouwers verklaarde steeds sterker de indruk te krijgen dat wat media publiceren tegenwoordig nooit af is en telkens weer aan de feitelijke ontwikkelingen aangepast kan en moet worden. “Je bent eigenlijk een eeuwig durende rectificatie aan het publiceren”, aldus Brouwers. “Kranten hebben een taak voor slow news. In de krant verwacht ik dat alle nuances meegenomen worden, op internet en met tweets is dat wat anders.”

Nauwkeurigheid en betrouwbaarheid
Aan de hand van een fragment uit de uitzending van actualiteitenrubriek NOVA van 12 maart over de aanhouding van een zevental mogelijke terreurverdachten in Amsterdam, werd ter plekke de valkuil van fast news onder de aandacht gebracht. NOVA, normaal gesproken een medium dat zich richt op verdieping en achtergronden bij het nieuws, werd ruim een uur voor de uitzending overvallen door een persconferentie van justitie, politie en de burgemeester van Amsterdam.

De volgende dag bleek van een concrete terreurdreiging geen sprake te zijn geweest. “Achteraf is er aan de ene kant geen twijfel dat je bij zo’n persconferentie moet uitpakken. Aan de andere kant hebben we te lang vragen gesteld want er kwam niks meer uit”, zei adjunct-hoofdredacteur Hugo van der Parre van NOVA.

Marcel Gelauff, plaatsvervangend hoofdredacteur van NOS Nieuws, stelde vanuit de zaal dat de omroep door de berichtgeving van NOVA in grote verwarring was gebracht. De NOS zond de persconferentie over het verijdelen van de vermeende aanslag live uit via internet, maar hield zich verder op de vlakte en beweerde niet zoals NOVA dat Amsterdam aan een aanslag was ontsnapt. “Nieuwe technieken hebben meerwaarde in het laten zien van nieuws as it happens”, aldus Gelauff. “Wat is een grotere zege voor de democratie dan dat je zelf kunt oordelen over beelden van een persconferentie?”

De druk van de concurrentie in de strijd om primeurs blijft voor media onverminderd groot. In dit verband noemde Lara Rense een voorbeeld uit 2006 toen BNR Nieuwsradio een bericht op NOS Teletekst overnam dat burgemeester Brouwer van Utrecht overleden zou zijn. Het bericht bleek al snel niet waar te zijn. “Dat was een misverstand tussen twee redacteuren. Een fout die nooit had mogen gebeuren”, zei Gelauff.

Volgens hoogleraar Marcel Broersma is het door de druk van de concurrentie ondoenlijk om ieder opkomend nieuwsfeit volledig door te lichten voor publicatie. “Het is een illusie dat je de absolute waarheid in de snelheid van het moment haalt. Maar niks doen is het enige alternatief. Snelheid voegt iets toe en het is een sociale en economische waarde.”

Checken en filteren
Hugo van der Parre zei ook wel eens op twitter te hebben rondgekeken, maar NOVA gebruikt de dienst verder alleen als virtueel reclamebord om de inhoud van de uitzending aan te kondigen. “Twitter wordt overgenomen door klassieke media waardoor de toegevoegde waarde van het medium afneemt.” Brouwers was het daarmee oneens en zei dat hij het “dwars door elkaar” ziet lopen. Hoogleraar Broersma: “Twitter is in de eerste plaats een sociaal medium. Het is een bron die je moet checken als journalist.”

Van der Parre stelde dat het volgen van de juiste mensen het grote geheim is voor een journalist die via twitter op zoek gaat naar nieuws. “En je moet leren filteren omdat 75 tot 80 procent van de tweets totale onzin is”, vulde Brouwers aan. “Twitter kan journalistiek gebruikt worden, maar staat niet gelijk aan journalistiek en moet je ook niet als zodanig beoordelen.”

Kees Boonman, presentator van radioprogramma TROS Kamerbreed, vroeg vanuit het publiek aandacht voor het gevaar van het herkauwen van één bericht op twitter. “Je hebt dus hele goede journalisten nodig, want voor je het weet wordt er nieuws verspreid dat niet waar is”. Het gevaar bestaat namelijk dat via twitter een vals bericht wordt geplaatst en door honderd andere twitteraars verder wordt verspreid om het voor journalisten geloofwaardig te maken.

“We gaan zeker nog georkestreerde berichtgeving zien die niet waar is en een journalist op het verkeerde been gaat zetten”, vreesde Brouwers. “Een slag om de arm houden” is volgens Rense van BNR het voornaamste wat kan worden gedaan om dit te voorkomen. Brouwers: “Je moet oppassen wanneer in het nieuws een beschuldiging wordt genoemd of over personen wordt gesproken.”

Journalistieke basisprincipes zoals het vermelden van bronnen, het checken van feiten en het vasthouden aan van hoor en wederhoor moeten dus altijd centraal blijven staan. Brouwers: “Je probeert een pakket samen te stellen van bewijs en als dat journalistiek zwaar genoeg is, dan breng je dat.”

Over het debat werd live via twitter live meegepraat, vooral vanuit de zaal, door onder meer NU.nl-hoofdredacteur Laurens Verhagen. Het MediaDebat werd georganiseerd in samenspraak met de Raad voor de Journalistiek.

Al 8 reacties — discussieer mee!