geldHet moet maar eens worden gezegd: dat de kranten hun artikelen online gratis weggeven, is de domste beslissing die ze ooit hebben genomen. Een overhaast besluit, niet alleen genomen uit angst het onderspit te delven in de concurrentie met andere kranten, maar ook uit de misschien nog wel grotere angst niet met de tijd mee te gaan. Want: information wants to be free!

Inmiddels beseffen wij, min of meer idealistische journalisten, dat krantenuitgevers geen liefdadigheidsorganisaties zijn, maar commerciële ondernemingen met aandeelhouders die maar in één ding geloven: winst. Ooit bij Shell gratis benzine getankt? Bij Unilever gratis waspoeder gekocht? Dacht het niet.

Evenmin een onbelangrijk feit: de promotors van het informatie-wil-gratis-zijn-credo – zoals Google-CEO Eric Schmidt, jawel, die van de zoekmachine die bakken geld verdient aan gratis nieuws – hoor je er nooit over dat toen Stewart Brand de uitdrukking in 1984 gebruikte tijdens de eerste Hackers’ Conference, hij dat deed in de context van een paradox. Informatie, zo zei Brand, wil behalve gratis ook “duur zijn omdat het zo waardevol is. De juiste informatie op de juiste plek verandert je leven”.

Alan Mutter, voormalig adjunct-hoofdredacteur van de San Francisco Chronicle, noemt op zijn blog Reflections of a Newsosaur het weggeven van nieuwsverhalen The Original Sin. Een zonde die –zo weten we nu- de financiële ondergang van veel kranten heeft versneld. Niet dat dagbladen ooit konden overleven op abonnementen (ho maar, critici), maar “als een krant lezers verliest aan internet, daalt de gedrukte oplage, daardoor daalt de advertentieomzet, dan daalt de oplage weer, et cetera”, zegt Paul MacArthur, hoogleraar PR en journalistiek aan Utica College in de staat New York.

Een stel idioten
MacArthur noemt het weggeven van nieuws op Internet, terwijl voor de gedrukte krant moet worden betaald, “fundamenteel een van de zwakste zakelijke beslissingen in de laatste 25 jaar. Kranten zeiden in feite tegen hun betalende lezers dat de informatie geen enkele waarde had, dat zij een stel idioten waren om er geld voor neer te tellen”.

Achteraf klagen is nutteloos. Maar het is niet te laat om dat uitgekauwde informatie-wil-gratis-zijn-mantra te vervangen door de strijdkreet ‘informatie wil duur zijn, althans geld kosten, omdat het zo waardevol is’. Not all information is created equal, tenslotte. Het produceren van kwaliteitsinformatie kost tijd, ervaring, expertise en soms lef, en journalisten zouden dat veel beter duidelijk moeten maken aan de lezer. Een marketingcursus zou aan ons goed besteed zijn.

iTunes
Over het betalen van nieuws, en hoe dat aan te pakken, begint in Amerika eindelijk een discussie op gang te komen. Duidelijk is wel dat Walter Isaacsons veelbesproken pleidooi voor micro-betalingen à la iTunes niet de oplossing is: de methode is in de praktijk onwerkbaar en daarbij, krantenartikelen hebben niet dezelfde levensduur als liedjes. Het valt ook te bezien hoe succesvol de dagbladen zullen zijn die van plan zijn weer geld te vragen voor (delen van) hun sites: San Francisco Chronicle, Newsday, Dallas Morning News en Christian Science Monitor, vanaf 12 april als eerste nationale krant geheel online. “Het kan alleen als de grote krantenjongens, inclusief AP en Reuters, het allemaal tegelijk doen”, zegt MacArthur. (Eerdere pogingen van de Los Angeles Times en de New York Times mislukten.)

Het bundelen van een paar kwaliteitskranten voor een enkele prijs heeft wellicht meer kans van slagen. Hoopgevend zijn ook de gespecialiseerde sites van individuele Amerikaanse journalisten. Vier wegbezuinigde verslaggevers van The East Valley Tribune volgen sinds begin januari de staatspolitiek in Arizona op de voet op The Arizona Guardian. Nadat de lezers de artikelen zes weken als lokkertje gratis mochten lezen, verdwenen ze in hun geheel, afgezien van de koppen, achter een abonnementsmuur. Reguliere lezers betalen nu 30 dollar per maand, professionele lobbyisten 150 dollar per maand (inclusief premium content).

Als gevolg raakte de site veel lezers kwijt, geeft verslaggever Paul Giblin toe. “Ze zeiden dat ze de content graag gratis willen. Maar ik wil ook graag een gratis hypotheek.” Rubrieksadvertenties hebben het nieuws jarenlang gesubsidieerd, zegt Giblin. “Er is nu een fundamentele verandering in de sector gaande, waardoor lezers moeten gaan betalen voor de nieuwsgaring zelf.” Giblin en zijn collega’s “werken zich over de kop”, zegt hij, en er staat “een mager inkomen” tegenover. “Maar het is minder arbeidsintensief dan een non-profit runnen en donateurs zoeken.”

Coöperatief
Lokaal en regionaal nieuws leent zich bij uitstek voor abonnementen omdat het dichtbij de lezer staat en gemeentepolitiek het leven van mensen direct beïnvloedt. Werkloze journalisten van de Rocky Mountain News, die in maart over de kop ging, zoeken daarom 50.000 lezers die 60 dollar per jaar willen uittrekken voor InDenverTimes. De nieuwssite, gesteund door drie investeerders, moet 4 mei van start gaan. Het nieuws wordt gratis, maar de abonnees betalen voor achtergrondinformatie en interactie met de journalisten.

“Er is niks mis met het non-profitmodel”, verklaarde redactiechef Steve Foster in het blad Westword de strategie, “maar als we een nieuw, breed toepasbaar verdienmodel voor de journalistiek willen, moet er een winstaspect aan vastzitten.”

Twintig journalisten van de Seattle Post-Intelligencer, ook in maart overleden, willen hun werk voortzetten op een site met de werknaam Seattle PostGlobe. Deze zal als eerste Amerikaanse krant als een coöperatief worden gerund. Voor aandelen van 250 dollar per stuk krijgen de lezers medezeggenschap. Met een kwart miljoen dollar (duizend leden) kan het coöperatief drie verslaggevers aanstellen, met 2,5 miljoen dollar (tienduizend leden) twintig. Tot nu toe hebben vierhonderd lezers gereageerd, zegt John Burbank, directeur van een non-profit die de verslaggevers helpt met de overgang. De content wordt echter gratis, “anders kunnen ze niet concurreren”, volgens Burbank.

Ondernemerstijdperk
Andere sites die het zich kunnen veroorloven geld te vragen publiceren gespecialiseerde informatie die niet met een paar muisklikken ergens anders gratis is te halen. The Wall Street Journal en de Financial Times bijvoorbeeld hoefden nooit hun online content voor nop weg te geven. Omdat ze een vast, kapitaalkrachtig publiek hadden, konden ze ook weer hogere tarieven vragen voor online advertenties. “Interessant dat kranten die berichten over het bedrijfsleven en financiën meteen doorhadden wat het juiste verdienmodel is”, zegt MacArthur.

Het is ook cruciaal dat een nieuwssite journalisten van naam heeft, legt John Harris, medeoprichter van Politico.com, uit in Columbia Journalism Review. Journalisten die uitblinken in hun vak, die invloed hebben en die daardoor het debat weten te vormen. Politico.com, dat zich in twee jaar wist te vestigen, helpt zijn journalisten “met het opbouwen van hun franchise”, schrijft Harris. “Dit is een ondernemerstijdperk, geen institutioneel tijdperk.” De investering betaalt zich volgens Harris terug in advertenties en lezers (de site is gratis, maar de krant kost 200 dollar per jaar).

Lidmaatschappen
Nog zo’n niche-site: GlobalPost, dat sinds januari internationaal nieuws in een Amerikaanse context publiceert. De site introduceerde eind maart jaarlijkse Passport-lidmaatschappen van 199 dollar, een van de drie inkomstenbronnen. Passport-leden krijgen toegang tot diepgaandere informatie en mogen meedenken over verhalen die de correspondenten gaan maken. Woordvoerder Rick Byrne wil niet bekendmaken hoeveel Passport-omzet GlobalPost moet binnenhalen, alleen dat lezers zich al aanmeldden voordat de service begon.

Journalisten moeten hier lessen uit trekken. Als ze een gewild en uniek nieuwsproduct leveren – denk ook aan onderzoeksjournalistiek – houden ze straks wellicht zelfs hun vorige werkgever, de krant, overeind: de New York Daily News besteedde in januari buitenlandverslaggeving uit aan de correspondenten van GlobalPost.

Al 5 reacties — discussieer mee!