janmaatWaarom heeft Geert Wilders een betere pers dan Hans Janmaat? “Wilders is veel slimmer dan Janmaat. Hij weet als geen ander hoe hij de media moet bespelen”, stelt Ad van Liempt (hoofdredacteur geschiedenis bij de NPS). Wilders heeft bovendien de tijdgeest mee. “Hij profiteert ervan dat de journalistiek Fortuyn niet zo correct heeft behandeld als had gemoeten”, meent Hugo Schneider, adjunct-hoofdredacteur bij HDC Media. “Daarom geven de media hem alle ruimte.”

Donderdagavond besteedt het geschiedenisprogramma Andere Tijden (Nederland 2, 21.30 uur) aandacht aan de opkomst en ondergang van de Centrumpartij. Dinsdagavond was er al een voorvertoning van de uitzending in Felix Meritis. Na afloop daarvan gingen Ad van Liempt, Hugo Schneider, Hubert Smeets, Ab Pilgram en Syp Wynia onder leiding van Hans Goedkoop met elkaar in debat over de manier waarop de media destijds Hans Janmaat benaderden en nu omgaan met Geert Wilders.

“Van de Centrumpartij hoorden we niet meer dan het hoogst noodzakelijke, van Wilders horen we veel meer”, constateert presentator Hans Goedkoop aan het begin van het debat. Hij laat beelden zien van Jaap van Meekren die vond dat de media Janmaat “zolang mogelijk” moesten “doodzwijgen”. Als de Tweede Kamerleden van de PVV nu weglopen bij een debat is dat voor vrijwel alle media groot nieuws. Hetzelfde geldt voor Wilders’ vergeefse bezoek aan Londen. “Wat is er veranderd in 25 jaar”, vraagt Goedkoop. “Waar is het cordon sanitaire gebleven?”

Spreekbuis van de anti-Janmaatbeweging
Kreeg Janmaat inderdaad weinig aandacht in de jaren tachtig? Bestond er een cordon sanitaire van de media rondom Janmaat? Een in de zaal aanwezige onderzoeker die de berichtgeving over de CP in 1982 had vergeleken met de verslaggeving over de PVV nu, nuanceert dat beeld. Hij constateert dat er destijds wel degelijk de nodige aandacht was voor de Janmaat. Met name de Volkskrant schreef uitgebreid over de Centrumpartij. “Dat gebeurde wel heel negatief. Er werd bijvoorbeeld altijd bij vermeld dat het een ‘fascistische partij’ was. NRC Handelsblad berichtte feitelijker.”

Hoewel er dus wel over de Centrumpartij werd bericht, waren er op redacties wel degelijk discussies over de vraag of ze wel aandacht moesten besteden aan de CP. Hugo Schneider, destijds politiek verslaggever bij de VARA (volgens eigen zeggen “de spreekbuis van de anti-Janmaatbeweging”), kan zich nog goed herinneren dat er op de redactie twee scholen waren: eentje die vond dat Janmaat moest worden doodgezwegen en eentje – waartoe hijzelf behoorde – die meende dat er wel aandacht moest zijn voor de CP.

Dat botste af en toe flink. Schneider riep bijvoorbeeld de hoon van zijn VARA-collega’s over zich af toen hij op Prinsjesdag Janmaat vroeg om – net als de andere politieke partijen – zijn mening te geven over de rijksbegroting. “Ik werd beschouwd als pseudo-fascist.”

Het was allesbehalve vanzelfsprekend om Janmaat aan het woord te laten. Van Liempt vertelt dat hij in drie radioprogramma’s ter verantwoording werd geroepen na een interview met de leider van de Centrumpartij. En NRC Handelsblad plaatste geen interview met Janmaat. Hubert Smeets: “Dat wilden we niet. In plaats daarvan gingen we op zoek naar de motieven van de grassroots van die partij.”

Tweelingbroer
Als Janmaat werd geïnterviewd was het zaak dat zo kritisch mogelijk te doen. Van Liempt verhaalt van Henk van Hoorn die Janmaat weliswaar een vraag stelde, maar halverwege het antwoord terugschakelde naar de studio. “Die is nog tijdenlang de held geweest in het café.”

Volgens Van Liempt zou Ab Pilgram tijdens een begin jaren negentig door de NVJ georganiseerd debat hebben verteld dat hij een voorbehoud in zijn contract had laten opnemen dat hij geen fascisten hoefde te interviewen. Pilgram kan het zich niet herinneren. “Dat moet mijn tweelingbroer zijn geweest.”

Wel geeft Pilgram, destijds verbonden aan de actualiteitenrubriek Echo, grif toe dat hij een ‘negerende houding’ tegenover de CP voorstond. “We vonden het heel normaal om journalistiek die roert in de onderbuik, zoveel mogelijk te mijden. We wilden ook niet meewerken aan het verspreiden van verwarrende onzin. Vaak was er immers geen touw vast te knopen aan wat Janmaat zei.”

Onder een dergelijke terughoudende houding heeft de PVV niet te lijden. Integendeel. De rollen zijn omgedraaid. Het zijn niet de media die Wilders boycotten; het is Wilders die weigert op te draven in programma’s als Pauw & Witteman. Het is een strategie die de PVV geen windeieren legt. Over media-aandacht heeft de partij allerminst te klagen. “Wilders speelt de media virtuoos tegen elkaar uit”, constateert Van Liempt.

Smeets kijkt het af en toe hoofdschuddend aan. “Het is pupillenvoetbal. Als hij naar Engeland vliegt, staat het hele vliegveld vol met journalisten.” Zelf ontkomt Smeets er ook niet aan. Zo was er bij NRC Handelsblad de afspraak dat de krant pas een hoofdredactioneel commentaar over Fitna zou plaatsen nadat de filmrecensent de video van Wilders zou hebben besproken. “Toen Fitna ’s avonds uitkwam, hebben we die afspraak nog eens bevestigd. Drie kwartier later zat ik toch een commentaar te tikken.”

Salonversie
Ook in andere opzichten is er veel veranderd. Vrijheid van meningsuiting is een belangrijk maatschappelijk onderwerp geworden, terwijl discriminatie juist aan belang heeft ingeboet. Wilders profiteert van de weg die Frits Bolkestein en Pim Fortuyn voor hem hebben geplaveid. “Wilders wordt veel opener tegemoet getreden”, stelt Schneider.

Wilders en de PVV zijn bovendien “heel anders” dan Janmaat en de Centrumpartij, meent Smeets. Hoewel de uitzending van Andere Tijden misschien anders doet vermoeden – CP-oprichter Henry Brookman en voormalig raadslid Wim Vreeswijk doen in de uitzending uitspraken die in het moderne politieke discours redelijk mainstream zijn – waren de CP’ers een stuk extremistischer.

Smeets: “Ze waren meer aangestoken door het fascistische gedachtegoed dan in de salonversie die we nu zien.” Vooraanstaande leden van de CP vonden geweld tegen allochtonen bijvoorbeeld gerechtvaardigd en waarschuwden voor het “judeo-kapitalistische kosmopolitisme in Nederland”.

Wilders heeft het voordeel dat hij afkomstig is uit het politieke establishment, denkt Schneider. Hij was jarenlang fractiemedewerker en Tweede Kamerlid voor de VVD. “Dan is het makkelijker om je een positie te verwerven onder de parlementaire pers.”

Achterlijke aap
Dat de Tweede Wereldoorlog geen moreel ijkpunt meer is, speelt volgens Smeets eveneens een belangrijke rol. “De verwerking van de Tweede Wereldoorlog is in de jaren zestig begonnen. In de jaren zeventig en tachtig was de Tweede Wereldoorlog nog altijd een politieke splijtzwam. Denk aan de debatten over Menten, over de vrijlating van de drie van Breda of over het pensioen voor de weduwe Rost van Tonningen.”

Dat is nu anders. “Als je nu een vergelijking maakt met de Tweede Wereldoorlog word je weggezet als een achterlijke aap.” Van Liempt: “Toen Fortuyn in de Volkskrant pleitte voor het afschaffen van artikel 1 van de Grondwet, werd Anne Frank er in de reacties bij gehaald, maar dat maakte geen indruk meer.”

Nieuw taboe
En ja, ook de media zijn veranderd sinds de jaren tachtig. “De benepenheid van sommige soorten journalistiek is voorbij”, stelt Smeets. Pilgram is minder gelukkig met de veranderingen. “De cultuur van de straat bestond vroeger niet in de media. Nu heb je dat dag-in-dag-uit.” Syp Wynia (Elsevier) cynisch: “Ja, het was een veel betere tijd toen we de wijken niet ingingen.”

Wynia denkt dat de komst van de commerciële omroep ook belangrijk is geweest. “Daardoor is marktwerking ontstaan. Barend & Van Dorp kregen extra hoge kijkcijfers als Fortuyn daar zat.”

Volgens de bij het debat aanwezige René Danen van Nederland Bekent Kleur is er een nieuw taboe ontstaan: racistische uitspraken en politici als zodanig benoemen. Terwijl buitenlandse media – zoals CNN, de BBC en Britse kranten – er niet voor terugdeinzen om Wilders ‘extreem-rechts’ of ‘racistisch’ te noemen, laten Nederlandse media dat na.

Wynia is daar niet rouwig om. “Beschuldigingen van racisme zijn veertig jaar gebruikt om mensen de mond te snoeren. Het is goed dat dat voorbij is.”

Maarten Reijnders

Al één reactie — discussieer mee!