googleGoogle wordt te machtig. Dat vinden journalist Henk Blanken en econoom Willem Buiter los van elkaar. Hun argumenten verdienen aandacht.

Henk Blanken behoort tot de journalisten met de meeste kennis van het internet. Zijn ex-collega’s bij de Volkskrant boden hem de gelegenheid zijn nieuwe boek te pushen met een opinieartikel (ook hier). Ik vind het qua vorm en inhoud niet goed: te langdradig, het waaiert naar alle kanten uit en is niet onderbouwd. Inhoudelijk: het zou gaan over Google, maar het gaat wederom over journalistiek. Bovenal poogt het Google te koppelen aan de Mediawet, maar die wet komt in het geheel niet ter sprake.

Kent u die wet? Ik niet, heel eerlijk gezegd. En Henk Blanken wel? Ik vrees van niet. Laten we die wet er even bijpakken. Tachtig pagina’s, wel taai, maar leuk om eens te lezen. Het eerste dat opvalt: de wet is veel te gedetailleerd, echt een restant uit de vorige eeuw met als uitgangspunt dat Den Haag iedere millimeter moet regelen, anders vervallen Hilversum en Amsterdam tot een Sodom en Gomorra met zendmasten. Het is in die zin ook humoristisch. Wat hiervan te denken: “Het Commissariaat kan eens in de vijf jaar kerkgenootschappen (…) aanwijzen voor het verzorgen van media-aanbod…”

Ja, ja, we leven in 2009 en de wetgever moet Google gaan inperken. Misschien is Google wel te betitelen als een kerkgenootschap.

Kranten vallen er niet onder
Want verder inhoudelijk samengevat: de wet gaat over de omroep, in het bijzonder de publieke omroep met centraal de Nederlandse Omroep Stichting. Kranten vallen er niet onder – pas als ze een Wakker Nederland oprichten – tijdschriften en vakbladen niet. De wet beoogt greep te houden op het ‘Media-aanbod’ (ook ‘Friestalige producties’), de reclame (Ster) en andere vormen van financiering, de Wereldomroep en natuurlijk commerciële omroepen.

En ik ‘muis’ langs paragrafen over het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties, Stimuleringsfonds voor de Pers en ook mediaplichten bij ‘de noodtoestand’ en onder de Oorlogswet. Een natuurlijk het archaïsche orgaan dat toezicht moet houden op naleving van al die malle bepalingen waarin internet geen rol speelt.

Met de beste wil van de wereld kan ik geen enkel aanknopingspunt ontdekken om Google onder deze wet te brengen. Of het zou om YouTube moeten gaan, maar dat argument noemt Blanken nu juist niet.

Boek promoten
Hij heeft van zijn ex-collega’s dus gewoon een derde pagina van de Volkskrant gekregen om zijn boek te promoten. En dat betalen wij ook met ons abonnementsgeld, om maar eens wat taal van de neo-verongelijkte zuil te bezigen.

En dan nog wat: waarom louter Google? Wat komt er na de dominantie van Google? Waarom Hyves niet, bijvoorbeeld? Of die mobiele diensten die ons straks overal weten te vinden en observeren? Of kijk liever eens met welke absurde argumenten Den Haag recent nog voorkwam dat media- en telecomtoezicht bijeen kwamen!

Willem Buiter
Dan het pleidooi van Willem Buiter, het lekker bekkende Gagging on Google (betekenis). Blanken zei in een reactie op deze site: “Ik denk dat hij geweldig doordraaft”.

In elk geval heeft Buiter wel zinnige argumenten. Buiter noemt de privacy, die op zijn minst op gespannen voet staat met een aantal diensten van Google. Ik heb daar zelf regelmatig over gepubliceerd, onder meer in 2006 en in 2008. Ik kreeg hooglopende bonje met de Engelse Google p.r. en een vraag over stiekeme privacyschending werd na veel soebatten na 1,5 jaar (!) beantwoord.

Dat betoog uit 2008 ging over opt-in eisen aan Google voor opslag van data. Al in 1997 op de opiniepagina van NRC: “We moeten de baas blijven over onze privacy”. Dat ging al over opt-in, toen ook met cookies. Google moest nog geboren worden.

De laatste zin toen: “Gebruik van nieuwe technologie was altijd een wankel evenwicht tussen goed en kwaad. Dat zal nog decennialang spelen, want vandaag noch morgen zijn de economische, culturele en maatschappelijke gevolgen van individuele beeldschermcommunicatie te bevatten.”

Anno 2009 is het nog verdomd moeilijk. Ik weet het eerlijk gezegd allemaal niet zo zeker, maar heb wel eens een boze droom over Google’s kennis in handen van een verkeerd regime in China, Nederland of de VS. Google misleidde ons al door te beweren dat ze data moet opslaan van Justitie, net als providers verplicht zijn. Dit is niet waar: Google verzamelt geen data omdat het moet, maar omdat ze er geld mee verdient. In hoeverre dit kwalijk is moeten we politiek wel bepalen.

Bij de Raad voor de Journalistiek ga ik privacy met wat andere leden nader onder de loep nemen, want discussie is nodig. Google bedreigt privacy, maar wij journalisten doen dat ook voortdurend. Wellicht is dat juist goed, één van onze taken en moeten we daar soepeler mee omgaan. Of juist niet? Vraag het eens aan de ouders van Karst Tates, of aan Richard Tates. Google en journalisten samen bedreigen de privacy nog veel meer. De grote vraag is dus of je die dreigingen moet en kunt inperken, en zo ja, hoe dan.

Ook auteursrecht is zo’n mijnenveld. Buiter gaat hier volgens mij te kort door de bocht, want ik kijk er iets anders naar. Ook heeft Buiter – en dat is de enige overeenkomst met Blanken – geen idee hoe je Google wettelijk moet aanpakken.

Maar Willem Buiter vuurt een ruw schot voor de boeg af, dat zinnig is. Het pleidooi voor Google onder onze nationale Mediawet van Henk Blanken is dat niet, hoewel zijn promotiestuk in De Journalist (de p.r. draait goed) over Google News wel juist geformuleerd is. Dat neemt de nieuwe realiteit met het citaatrecht als uitgangspunt.

Al 6 reacties — discussieer mee!