krantenrekNu de economische malaise zorgt voor dalende (online) advertentie-inkomsten is het debat over betalen voor online nieuws weer helemaal terug van weggeweest. Dat is onder meer te danken aan Rupert Murdoch. De mediamagnaat overwoog tot een jaar geleden nog serieus om de betaalde site van The Wall Street Journal gratis te maken, maar inmiddels vindt hij dat de online lezers van al zijn krantensites eigenlijk zouden moeten betalen. Net zoals ze moeten doen als ze de krant op papier lezen.

Murdoch is niet de enige die zijn hoop heeft gevestigd op betalende online lezers. Uit een recent onderzoek van de Associated Press Managing Editors blijkt dat 28 procent van de kranten overweegt geld te gaan vragen voor online content, zo schrijft Michael Liedke van Associated Press.

Stabiel
Hebben kranten wat te winnen bij een betaalhek om hun sites? AP bericht over twee kranten – The Arkansas Democrat-Gazette en de Post Register uit Idaho – die menen dat ze baat hebben bij een betaalde website (hoewel er op de site van The Arkansas Democrat-Gazette nog het nodige gratis valt te lezen). De oplages van de dagbladen zijn stabiel gebleven of zelfs gestegen omdat – zo vermoeden de uitgevers – alleen betalende abonnees toegang hebben tot de complete online versie van de krant.

Hetzelfde geldt voor de succesvolste betaalde krantensite: The Wall Street Journal. Om online toegang te krijgen tot de artikelen van de krant moet sinds jaar en dag worden betaald (al is de opiniesite van de zakenkrant altijd gratis geweest). Deze strategie heeft het financiële dagblad geen windeieren gelegd. De totale oplage van The Wall Street Journal steeg de afgelopen tien jaar van 1,8 miljoen naar 2,1 miljoen. De papieren oplage daalde overigens wel: van de huidige lezers hebben er 383.000 een online-only abonnement.

Ook in Nederland blijkt dat betaalde toegang tot een nieuwssite gunstig kan uitpakken. Kijk maar naar Het Financieele Dagblad. Die krant zag zijn oplage groeien van 55.000 in 1999 tot 65.350 vorig jaar. Geen geringe prestatie in een tijd dat bijna alle andere kranten elk jaar weer een paar procent van hun abonnees zien vertrekken.

Koude kermis
Er zijn goede redenen om geen geld te vragen voor de toegang tot krantensites. Er valt zeker in goede economische tijden meer te verdienen met online advertenties dan met online betalende lezers. Internetgebruikers zijn over het algemeen niet geneigd om hun portemonnee te trekken voor wat dan ook. Op internet is nu eenmaal (bijna) alles gratis. Nee, niet voor de makers van content, maar wel voor de bezoekers.

De online-abonneeaantallen The Arkansas Democrat-Gazette en de Post Register zijn dan ook allesbehalve indrukwekkend. De krant uit Arkansas heeft 3.400 abonnees die maandelijks 5,95 dollar (of jaarlijks 59 dollar) betalen om toegang te krijgen tot de site. Bij de Post Register blijft de teller steken op 625 online-only abonnees (abonnementsprijs: 6 dollar per maand).

De inkomsten uit de internetabonnementen zijn dus karig: iets meer dan 200.000 dollar per jaar voor Democrat-Gazette en 45.000 dollar voor de Post Register. Kranten die hopen een substantiële nieuwe inkomstenbron aan te boren door hun sites alleen open te stellen voor betalende abonnees, zullen kortom van een koude kermis thuiskomen.

Niche
De voorbeelden van The Wall Street Journal, Het Financieele Dagblad, The Arkansas Democrat-Gazette en de Post Register werpen echter wel een interessante vraag op: kan betaalde toegang tot een krantensite ervoor zorgen dat de betaalde (papieren) oplage van het dagblad in kwestie op peil blijft of zelfs stijgt?

Natuurlijk, er zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen bij het succes van de vier genoemde kranten. Zo merkt AP op dat landelijke gebieden als Idaho en Arkansas vermoedelijk niet zijn te vergelijken met andere plaatsen waar meer gratis nieuwsaanbieders op internet actief zijn. En financiële kranten zijn vanwege de niche waarin ze zich begeven, evenmin makkelijk te vergelijken met ‘normale’ kranten. Maar de vraag blijft prangen: hoe groot is de invloed van het online beleid van een krant op het succes van de papieren versie?

Maarten Reijnders

Al 4 reacties — discussieer mee!