businessman_20carrying_20briefcase_1133143929Als journalisten willen overleven, moeten ze veel meer als ondernemers gaan denken en handelen. Verschillende journalistiek-scholen in Amerika zijn daarom al begonnen met opleidingen entrepreneurial journalism, ondernemende journalistiek. “Iedereen die nu de jounalistiek ingaat moet begrijpen dat hij zijn eigen baan moet creëren”, zegt Dan Gillmor, directeur van het één jaar oude Knight Center for Digital Media Entrepreneurship van Arizona State University. “Iemand die daar anders over denkt, leeft in een fantasiewereld.”

Het Knight Center biedt een cursus Digital Media & Entrepreneurship aan, evenals een apart programma voor studenten die hun eigen project willen ontwikkelen. De Medill School of Journalism van Northwestern University in Chicago geeft een Introduction in Interactive Publishing en runt The Innovation Project, waarin teams hun eigen bedrijfjes leren opzetten. En Jeff Jarvis leert zijn studenten aan de Graduate School of Journalism van de City University of New York hoe ze interactieve media-projecten van de grond kunnen krijgen. De beste ideeën worden beloond met een startsubsidie.

“Eigen merk opbouwen”
Maar ook ervaren journalisten kunnen een opleiding in ondernemerschap wel gebruiken nu vaste banen verdwijnen en redacties moeten inspelen op een snel veranderend media-landschap. De Medill School of Journalism begint na de zomer dan ook met een master’s-studie ondernemende journalistiek voor journalisten die minstens zeven jaar ervaring hebben. Arizona State University heeft al een master’s-opleiding voor doorgewinterde journalisten.

De studenten leren belangrijke principes van het ondernemerschap, zoals een zakenplan opstellen, de concurrentie in kaart brengen, de informatiebehoefte vaststellen waarin de journalist voorziet, een product ontwikkelen en marketen, kennis opdoen over juridische kwesties en de media-economie en strategieën bedenken om je snel aan te passen aan een veranderende markt.

“We leren hun om hun eigen merk op te bouwen. Door het digitale platform zijn daarvoor meer mogelijkheden dan ooit”, zegt Rich Gordon, directeur digitale innovatie aan de Medill School of Journalism. Hij spreekt van ‘solo-artiesten’.

Maar journalisten kunnen al deze vaardigheden leren, waarschuwt Gillmor, “als ze niet op een andere manier gaan denken, heeft het geen zin”. Journalisten moeten verandering en chaos volgens hem verwelkomen en accepteren dat “falen een belangrijk deel van het proces is”.

De overgang van journalist-in-dienst tot ondernemer verloopt niet vloeiend, merkte Vikki Porter, directeur van het Knight Digital Media Center. Dat hield in mei het News Entrepreneurship Boot Camp in Los Angeles. Toen Porter uit 120 inschrijvers de deelnemers moest selecteren, vroeg ze de 26 halve finalisten een scriptie –geen nieuwsartikel- te schrijven over een zakelijk mentor en wat ze van die persoon konden leren. “Dat viel hun heel zwaar”, zegt Porter.

Het moeilijkst voor de geselecteerde vijftien deelnemers, die er allemaal al jaren in de journalistiek op hadden zitten, was echter het financiële aspect. “Journalisten hebben er nooit aan willen denken waar het geld vandaan komt omdat ze bang zijn dat ze anders hun ziel verkopen”, zegt Porter. “Vanwege dat idealisme begrijpen ze die kant van de nieuwssector niet, zoals ze ook hun publiek niet snappen en hoe ze daarop moeten reageren. Ze hebben altijd in hun eigen wereld gewerkt. Met als resultaat dat de industrie nu uit elkaar valt.”

“Ondernemerschap vervangt je vaste baan niet”
Het bootcamp schudde de journalisten stevig wakker. Op de laatste dag moesten ze hun plan presenteren aan venture capitalists, die de ideeën van commentaar voorzagen. “Venture capitalists financieren geen levensstijl”, zegt Porter, “dus je begint geen startup met te bepalen hoeveel geld je direct nodig hebt om je levensstijl te behouden. Ondernemerschap vervangt je vaste baan niet. Je moet uitrekenen hoeveel tijd je in je bedrijf moet steken om dat bedrag te verdienen.”

Arizona State University heeft een andere originele methode om de blik van journalisten te verfrissen. Journalistiek-studenten die hun eigen product ontwikkelen werken in teams samen met studenten van studierichtingen als business, computerwetenschappen en design. “Die hebben andere interesses en kennis”, legt Gillmor uit.
Uit die mix rollen verrassende initiatieven. Studenten journalistiek en business hebben bijvoorbeeld een informatiedienst in Phoenix opgezet voor de bewoners die langs de route van de nieuwe snelle tram wonen. Een ander team is een website begonnen voor indianen die naar Phoenix verhuizen en niet bekend zijn met de stad.

Eigen baas zijn brengt echter veel extra werk met zich mee. De vraag is of dat niet afleidt van het verhaal dat de journalist aan het schrijven is en de kwaliteit van de journalistiek ondermijnt. Of levert ondernemerschap juist betere journalistiek op? Zoekt iemand die constant moet innoveren en scherp moet blijven juist naar originelere verhalen? “Ik geloof zeker dat het laatste het geval is”, zegt Gillmor.

Locative journalism
Gordon van de Medill School of Journalism is het met hem eens. Hij verwijst naar enkele spraakmakende projecten van zijn studenten. Eén team publiceerde met behulp van GPS en interactieve kaarten een serie verhalen over Chicago’s bod op de Olympische Spelen 2016. De studenten gaven er de naam ‘locative journalism’ aan. Een andere groep bedacht Minnescapes, een regionale reissite voor de Star Tribune in Minneapolis, die zich destijds op verre reizen richtte.

Afgelopen herfst presenteerden Gordons studenten News Mixer, een site die het Facebook Connect-systeem gebruikt om jongeren meer bij het nieuws te betrekken.

Porter waarschuwt dat ondernemende journalisten in plaats van alles zelf willen doen partners moeten vinden in lezers en andere sites. Ze is enthousiast over alle vijftien voorstellen van de deelnemers aan het bootcamp, waaronder ideeën voor non-profits, niche-verslaggeving, hyperlokale sites en software om data uit te spitten. Maar ze tekent erbij aan: “Ik zou blij zijn als een kwart echt van de grond komt”.

Het bootcamp was in elk geval zo’n succes dat het centrum het twee tot drie keer per jaar wil houden. Behalve voor journalisten worden de bootcamps toegankelijk voor redactiechefs. “Dan kunnen ze leren om meer innovatief en ondernemend te worden binnen het bedrijf waar ze werken, zodat ze hun eigen redactie kunnen omvormen tot een multi-platform redactie”, verklaart Porter.

Als journalisten hun pessimistische houding over de toekomst van hun vak laten varen en voortvarender gaan optreden, valt er nog steeds geld te verdienen in de journalistiek, blogt Robert Niles, een van de bootcamp-sprekers. Hij voelt zich in die opvatting gesterkt door de opmerking van investeerder Bob Aholt, die de deelnemers adviseerde. “Voordat ik hier kwam, maakte ik me zorgen om de toekomst van de journalistiek. Maar nu ik deze presentaties heb gezien, geloof ik dat het lot van de journalistiek in goede handen is.”

Al 4 reacties — discussieer mee!