afbeelding-11Sinds Arianna Huffington in 2005 de politiek-linkse Huffington Post-site oprichtte, als wapen tegen het Bush-beleid, is deze uitgegroeid tot een van de belangrijkste sites in zijn genre. Met 8,9 miljoen unieke bezoekers in februari dit jaar –ruim twee keer zoveel als een jaar eerder- werd The Huffington Post de vijftiende best bekeken nieuwssite, beter gelezen dan de BBC-site. Maar er komt steeds meer kritiek op de manier waarop de Grieks-Amerikaanse Huffington dat succes bereikt: over de rug van onbetaalde bloggers en journalisten.

Toen de Newhouse School of Public Communications van Syracuse University in juni Huffington de Fred Dressler Lifetime Achievement Award toekende, spuugde mediacolumnist Simon Dumenco van Advertising Age zijn gal: ‘Excuseer me terwijl ik in de foetushouding onder mijn bureau kruip. Schei uit. De school, die journalisten opleidt, zou beter moeten weten dan eer bewijzen aan een vrouw die vindt dat journalisten gratis moeten werken!’

Een van Dumenco’s bezwaren is dat The Huffington Post, die 55 betaalde personeelsleden heeft maar grotendeels draait op drieduizend bloggers, niet van plan is de laatsten ooit te gaan betalen. “Dat is niet ons financiële model”, zei medeoprichter Ken Lerer eind 2007 in de krant USA Today. In plaats van geld, vervolgde Lerer, biedt de Post zijn bloggers “zichtbaarheid, promotie en distributie in een fantastisch bedrijf”. Let wel: de site draait volgens The New Yorker gelijk en de waarde van het bedrijf wordt inmiddels geschat op 90 miljoen dollar.

“Als The Huffington Post een nonprofit was en zijn onbetaalde bloggers droegen bij aan het algemeen belang door ons beter te informeren, prima”, zegt Dumenco tegen DNR. “Maar deze bloggers creëren waarde voor een kleine kring mensen, te weten Arianna Huffington, de andere oprichters en de investeerders die geld in het bedrijf hebben gestoken. Het is eenvoudig een kwestie van rechtvaardigheid.” Op z’n minst zouden bloggers aandelen moeten krijgen in het bedrijf, dat op termijn veel geld waard kan zijn, zegt Dumenco.

Oliemiljonair
Dat Huffington niet graag de portemonnee trekt, was al bekend in 2003, toen ze zich moest terugtrekken als kandidaat voor het gouverneurschap van Californië: Huffington bleek in de twee voorafgaande jaren slechts 771 dollar in staatsbelasting te hebben betaald, terwijl ze is gescheiden van oliemiljonair Michael Huffington en een aardig optrekje bezit in het kapitaalkrachtige Brentwood.

Na haar nederlaag als gouverneurskandidaat herrees Huffington uit de as als mediamagnaat. Ze was haar tijd vooruit, zo verklaarde Lorraine Branham, decaan van de Newhouse School of Public Communications, de prijs voor Huffington in juni. ‘Ze verwelkomde het gebruik van nieuwe media, maar vergat nooit dat, ongeacht waar of hoe je het verhaal vertelt, content voorop staat.’ Als DNR vraagt dit toe te lichten, reageert de school niet.

Tantrische seks
Maar content is nooit Huffingtons topprioriteit geweest, schrijft Dumenco, een journalist met ruim twintig jaar ervaring. Hij beschuldigt haar van ‘linken als lokaas en opportunisme’: The Huffington Post onderscheidt zich van andere nieuws-aggregrators door uitgebreide samenvattingen van de originele artikelen te publiceren. “Zo uitgebreid dat je niet meer hoeft door te klikken, ook al staat er een link in”, zegt Dumenco tegen DNR.

Zelfs in die samenvattingen neemt de Post veel origineel materiaal over. In een veelgelezen samenvatting van een interview met actrice Heather Graham over tantrische seks, in juni, was zo’n driekwart van de tekst uit de Daily Mail getild, berekende Dumenco. Een Post-artikel over footballspeler Nick Schuyler in maart was voor tachtig procent letterlijk overgeheveld uit de St. Petersburg Times. Dat weerhield nieuwschef Katharine Zaleski van The Huffington Post er niet van haar eigen naam erboven te zetten.

Net als de bloggers krijgen de schrijvers van de originele nieuwsartikelen geen cent voor hun werk. Sterker: The Huffington Post geeft hen nog een trap na door ervoor te zorgen dat zijn eigen verhalen via search engine optimization, waarin de Post uitblinkt, in een Google-search bovenaan verschijnen.

Plagiaat
In het verleden maakte de Post het nog bonter door complete stukken te stelen. Afgelopen december werd de site erop betrapt aankondigingen van concerten integraal en zonder toestemming te hebben gekopieerd uit de Chicago Reader, Time Out Chicago, Centerstage, The Onion en Gaper’s Block.

Arianna Huffington schoof de schuld voor het plagiaat heel handig af op een anonieme stagiaire. En Jonah Peretti, mede-oprichter van de Post, verdedigde de samenvattingpraktijken door in Wired te stellen dat de meeste Post-lezers op de koppen klikken en dat die direct linken naar de originele bron. (The Huffington Post reageert niet op een interviewverzoek van DNR.)

Fair use
Joshua Benton, directeur van het Nieman Journalism Lab van Harvard University, voorspelt echter dat het slechts een kwestie van tijd is voordat een krantenuitgever The Huffington Post voor de rechter sleept. “Amerikaanse uitgevers zijn heel bezorgd om hun verdienmodellen. Een van hun belangrijkste doelwitten zijn de aggregators omdat die bezoekers zouden wegtrekken. En The Huffington Post is de grootste en bekendste aggregator.”

In januari was de aggregator-kwestie al in de rechtbank toen de New York Times Company schikte met GateHouse Media. De laatste had de onderneming aangeklaagd nadat de hyperlokale site Boston.com (eigendom van de New York Times Company) had gelinkt naar verhalen van GateHouse. Omdat de GateHouse-koppen en -leads in de links verschenen, leek het alsof GateHouse toestemming had gegeven. De zaak werd geschikt: de New York Times Company zegde toe niet langer automatisch te linken.

Een eventuele rechtszaak tegen The Huffington Post zou draaien om de vraag of de site aan fair use (redelijk gebruik van andermans materiaal) doet. Het probleem is dat daarvoor in Amerika geen eensluidende juridische definitie bestaat. Benton vermoedt dat The Huffington Post “sterk staat als het om fair use gaat. Niemand heeft auteursrechten op feiten”. Als groot voorstander van aggregators maakt hij zich zorgen om wettelijke regelgeving voor deze sites. “Het is moeilijk voor te stellen hoe een positieve uitspraak voor alle partijen eruit zou zien.”

Al 11 reacties — discussieer mee!