brinkmanIn de verhitte discussie over de toekomst van de pers na het rapport van Brinkman is het belang van het publiek nauwelijks aan bod gekomen. Erwin van der Zande, hoofdredacteur van Bright en een van de eerste internetjournalisten in Nederland, pleit voor open source publieke media.

Het is nu drie weken geleden dat het rapport De Volgende Editie verscheen van de commissie Brinkman. Het rapport inventariseert de toestand en toekomst van de gedrukte pers in Nederland en geeft adviezen aan de overheid. Een daarvan was een internetheffing, waarbij internetgebruikers een opslag zouden betalen bovenop hun abonnement om innovatie te financieren. De heffing werd breed uitgemeten in de pers en gebruikt als stok om het hele rapport mee te slaan.

Onterecht want het rapport snijdt wezenlijke kwesties aan en wijst met zijn adviezen in de goede richting. Wat wel jammer is, is dat de commissie vrij specifiek naar één sector heeft gekeken, die van de gedrukte pers. Dat was ook haar opdracht, maar er staat meer op het spel. Het gaat niet om de toekomst van de dagbladen maar om de toekomst van de journalistiek.

Journalistiek is te omschrijven als het beroepsmatig verzamelen van nieuws voor het publiek in het algemeen of voor bepaalde publieksgroepen. Het wordt wel gezien als de vierde macht in een democratische staat, naast de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Het heeft daarmee een maatschappelijke functie. Die functie staat onder druk.

Journalistieke infrastructuur
De maatschappelijke rol van kranten is tanende. Oplages dalen en lezers vergrijzen, uitzonderingen daargelaten. Een steeds groter deel van het publiek nuttigt zijn nieuws op internet. Dat is geen ramp. Sterker, internet is een veel beter medium voor nieuws dan een dagblad. Wat wel een ramp is, is dat uitgevers op internet door de gratiscultuur geen lezersinkomsten hebben. Ze moeten het hebben van advertenties. Die inkomsten zijn niet voldoende om de journalistieke infrastructuur die we in Nederland kennen op den duur in stand te houden.

Nu moet die infrastructuur voor een deel misschien ook op de schop. Hoeveel buitenlandredacties heeft een land immers nodig? Journalisten schrijven elkaar zelfs dikwijls over, zoals commissielid Paul Molenaar constateerde. Maar dan nog, er moet naar mijn mening een basisinfrastructuur in tact blijven die onafhankelijke berichtgeving verzorgt die niet wordt afgemeten aan het aantal pageviews.
Bij radio en televisie bestaat al zo’n beschermde infrastructuur. De publieke omroepen worden gefinancierd uit gemeenschappelijke middelen en zorgen volgens inhoudelijke voorschriften voor een pluriforme informatievoorziening. De commissie pleit ervoor dat dagbladen en de publieke omroepen meer gaan samenwerken en dat de omroepen hun content beschikbaar stellen voor derden. Ik zou nog een stap verder willen gaan.

Verruim de notie van de publieke omroep naar publieke media. Laat de NOS fuseren met het ANP en creëer daarmee een sterke motor voor de Nederlandse journalistiek. Laat ze content maken gericht op het algemeen belang: feiten, onderzoek en analyses. Laat ze televisieprogramma’s maken, radioprogramma’s, internetvideo’s, nieuwssites, tweets, misschien zelfs wel een dagblad. Laat ze ook mediatechnologie ontwikkelen, zoals contentmanagementsystemen en API’s. Maar maak alles reclamevrij en stel alles gratis beschikbaar voor iedereen.

Valse concurrentie
Zouden deze publiek media zonder STER-inkomsten kunnen? Als je de buitenproportionele kosten voor de uitzendrechten van de Champions League aan commerciële media laat wel. Als je de overlap in programma’s, sites en redacties schrapt wel. Als je het vermaak aan de commerciëlen laat wel. Er bestaan voor zover ik weet geen nieuwslezers die boven de Balkenende-norm uitkomen.

Commerciële media kunnen zich vervolgens onderscheiden door specialisering (zoals al gebeurt), door branded journalists en met alle content die de publieke media laten liggen. Niet dat ze het algemene nieuws hoeven te missen. Ze zouden gratis gebruik kunnen maken van de content (ja, ook de programmagegevens) en de mediatechnologie van de publieke media.

Als we de publieke media reclamevrij maken, dan is er bovendien geen valse concurrentie meer met commerciële media, zoals bijvoorbeeld dagbladen- en bladenuitgevers nu ondervinden. En gratis beschikbaar stellen? Ja, maak alle content en technologie van deze publieke media open source. Op feiten berusten geen auteursrechten. Dat zouden pas creative commons zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Bright.

Al één reactie — discussieer mee!