609-witTweede reactie op de debatbijdrage “Wordt kunstkritiek een zorg van de overheid?”

Dat de kritiek onder druk staat, daarin heeft Hans Beerekamp gelijk. Maar laten we niet vergeten dat het de kritiek jarenlang goed is gegaan. In de jaren zeventig groeide het aantal cultuurbijlages en kunstpagina’s snel en pas sinds een jaar of tien zien we een geleidelijke neergang, in omvang en ik denk ook in kwaliteit, al is zoiets moeilijk hard te maken en wordt dat al gauw een gratuit verlangen naar de tijd dat alles beter was.

Toch is het jammer dat de kritiek het moeilijk heeft, voor iedereen die zich bij de kunsten in de ruimste zin van het woord betrokken voelt. Inderdaad, de cultuurconsument wordt mondiger, het verzet tegen de (vaak vermeende) elite neemt nog altijd toe, en kijk- en verkoopcijfers worden allengs meer als kwaliteit opgevat. Impliciet noemt Beerekamp nog een vierde reden waarom de kritiek onder druk staat: het kunstaanbod groeit nog altijd en wordt steeds diverser, nu ook strips, televisie, design, cabaret, games en ander amusement steeds vaker tot de kunsten worden gerekend (in het midden latend of dat terecht is).

Opzeggingen Vrij Nederland
Omdat kranten en tijdschriften opvallend veel minder ruimte zijn gaan besteden aan kunstkritiek, wat trouwens een internationale ontwikkeling is, zijn de zorgen van Beerekamp meer dan terecht. Alleen: moet de overheid dit oplossen met een instituut voor kritiek? Ik denk van niet. Zolang de verschillende overheden geld uitgeven aan kunstbeleid, moeten ze hier beslist niet werkeloos toezien. Maar de ‘nationale sectorinstituten’ van Beerekamp doen me huiveren. Het woord alleen al.

Kritiek hoort op een publiek podium en niet onder auspiciën van de overheid. We zullen de kranten en tijdschriften en andere media moeten blijven aanspreken op hun kritische functie. Natuurlijk zul je met kunstkritiek op niveau geen enorme slag behalen op de lezersmarkt noch op internet, maar ik ken nogal wat mensen die Vrij Nederland opzegden toen daar de Republiek der Letteren werd gehalveerd en onlangs de Volkskrant toen die de boekenbijlage Cicero prijsgaf, terwijl een (weliswaar klein) weekblad als De Groene juist vanwege haar aandacht voor kritiek op een vaste lezersschaar kan rekenen.

Hoop op televisie opgegeven
De overheid zou wat mij betreft wel een rol kunnen spelen in de algemene bevordering van de kunstkritiek. Een instituut voor kunstkritiek (als uitbreiding van reeds bestaande initiatieven) is een mooi streven en zou ruimhartig door de overheid moeten worden ondersteund. Het zou zich bezig kunnen houden met scholing, onderzoek, prijzen en andere stimulerende initiatieven. Vooral op het uitgestrekte gebied van beeldende kunsten is het gebrek aan een oordelende kritiek schrijnend. Maar kritiek moet worden geproduceerd door bladen en blogs, tijdschriften, radio, pamfletten en boeken. En natuurlijk ook door de televisie, al heb ik de hoop dat dat in Nederland mogelijk is opgegeven.

Nog geen reactie — begin de discussie!