toekomstMaar liefst 25 meest jonge journalisten ‘solliciteerden’ enkele maanden geleden naar de functie van ‘Zomerreporter’. Lex Boon, inmiddels op pad, werd uitgekozen. Aan de ‘afvallers’ – althans de jongeren onder hen – vroeg De Nieuwe Reporter in een essay hun eigen toekomst of de toekomst van de journalistiek te schetsen. Vandaag de zevende en laatste aflevering. Daan Oostveen denkt dat de journalistiek verregaand gedecentraliseerd zal worden. De nieuwsconsument grijpt de macht.

Het is niet ongebruikelijk dat mensen verbaasd zijn. We zijn verbaasd over het slechte weer, verbaasd over de herverkiezing van president Bush, verbaasd over de val van Constantinopel en verbaasd dat de Noord-Zuid lijn nog altijd niet af is. Globaal genomen zijn er twee soorten professionals: zij die deze verbazing gebruiken voor hun werk en zij die dit niet doen. De journalist behoort tot deze eerste groep. Zijn verbazing is de stuwkracht die hem doet rapporteren en verslaan, schrijven en spreken. De beursspeculant hoort bijvoorbeeld tot het tweede type: hij hoopt vurig niet verbaasd te zullen worden, hoewel hij weet dat resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst bieden.

Het verbaasde karakter van de journalist heeft een keerzijde. Om zijn verbaasde blik immers de volle ruimte te geven, om te komen tot een geïnspireerd verslag, heeft hij meer baat bij een leven als freelance verslaggever, dan een carrière op een of andere redactie. De verhouding tussen zijn professionele succes en zijn persoonlijk journalistieke succes is als het ware omgekeerd evenredig.

Hoe minder carrière, hoe meer vrijheid tot journalistieke ontplooiing. De redactie hoopt namelijk dat de resultaten uit het verleden van de aangeworven jonge journalist een garantie zijn voor de toekomst, zodat ze niet voor verbazingen komen te staan. De gebeurtenissen in het journalistieke veld vandaag de dag – dalende krantenoplages, opkomst van blogs en twitterjournalistiek – laten zien dat de oorspronkelijke aard van de journalist – de verbazing – de macht grijpt en zich verzet tegen de institutionele aard van de journalistiek. De journalistiek bevindt zich in een paradigmawissel, een revolutie zo je wil. Tijdens deze revolutie valt het domein van de journalistiek terug op zijn oorsprong en essentie. Het resultaat zal een nieuwe orde zijn, maar niemand kan voorspellen hoe die er exact uit gaat zien.

Journalistieke tussenpersoon verdwijnt
De twintigste eeuw werd gekenmerkt door een overgang van grote systemen naar een pluralistisch wereldbeeld. In de journalistiek van de eenentwintigste eeuw zal deze ontwikkeling zich voortzetten. Dit zal zich vermoedelijk uiten op twee manieren, waarvan we mogelijk de kiem al zien in het fenomeen Twitter. Op de eerste plaats zal de journalistiek verregaand gedecentraliseerd worden. Persbureaus zullen ofwel verdwijnen, of tot zeer minimalistische chroniqueurs gereduceerd worden. Hiermee bedoel ik dat de waarde van een nieuwsbericht niet meer bepaald zal worden door ‘een’ redactie, ‘een’ krant, ‘een’ persbureau of ‘een’ radiostation’, maar dat de waarde enkel wordt bepaald door de gebruiker van de nieuwsberichten. Een gebruiker van nieuws zal zelf dat nieuws consumeren wat hij wil consumeren. De journalistieke tussenpersoon verdwijnt. Daarmee verschuift de macht over wat verteld wordt, of verteld moet worden van de professional naar de amateur.

Op de tweede plaats zal de nieuwsconsument tegelijkertijd ook nieuwsproducent worden, een fenomeen dat vandaag de dag aangeduid wordt als de ‘opkomst van de burgerjournalistiek’. De lezer leest informatie die hij meteen weer zelf zal verspreiden (retweeten of RT, zoals dat in het jargon van web 2.0 heet). Daarmee wordt de belangrijkste bron van nieuws gelijkgeschakeld aan de belangrijkste ontvanger. Het klassieke communicatiemodel (zender – boodschap – ontvanger) wordt symmetrisch.

De enige motivatie die zo’n hypermoderne reporter heeft is deze waaraan het vak van de journalistiek in mijn ogen het bestaansrecht ontleent: de verbazing. Indien een bericht verbazing wekt zal het opnieuw verspreid worden (RT:). Vervolgens ontstaat er een proces wat verloopt volgens het principe van de natuurlijke selectie. Een bericht dat geretweet wordt zal immers sterven indien het niet verder verspreid wordt. Wat zich niet voortplant, is onsuccesvol. De journalistiek is als domein blijven steken in een teleologisch wereldbeeld, waarin de berichten een doel hebben dat er ingelegd wordt door de journalist. In de journalistiek van de hypermoderniteit zullen berichten echter zichzelf voortplanten of ten onder gaan. Het ultieme journalistiek principe – verbazing – krijgt vrij spel. Verbazing is journalistieke fitness.

Suikerbakkers en knollenrapers
Het is dus afgelopen met de onderzoeksjournalistiek van Woodward en Bernstein, of de literaire journalistiek van Hemingway. De hyperreële journalist is niet meer geïdentificeerd. Daardoor vermoed ik dat als deze journalistiek revolutie over is er geen sprake meer zal zijn van professionele journalisten. Er doet zich een ontwikkeling voor die vergelijkbaar is met het verdwijnen van de ambachtelijke beroepen. De nieuwe wereld heeft geen nood meer aan verslaggevers, zoals de vorige geen nood meer had aan suikerbakkers en knollenrapers.

Ik meen dus dat er geen toekomst voor ons meer is als journalisten. Het nadenken over de vraag naar de status van de journalist is een zinloze bezigheid. De reden dat de vraag ernaar gesteld kan en moet worden toont volgens mij al aan dat de journalistiek in een diepe crisis verkeert. Wij zijn de knollenrapers die ons afvragen hoe we onze baan voorstellen in een tijd waarin er geen knollen groeien en knollen ook niet meer gegeten worden.

Verbazing als wapen
Natuurlijk moeten we vechten voor ons vak. Dit kan maar op een enkele manier. We moeten het wapen van de revolutie tegen de hervormers gebruiken. Dit wapen is de verbazing. De professionele journalist moet verbaasd zijn over datgene wat níet verschijnt op de telex, níet de hype van de week op blogs en fora is. Juist door mee te gaan met de mediale veranderingen van deze tijd zal de journalist zichzelf overbodig maken. De journalist van de toekomst zal zijn verbazing inzetten om te komen tot een boodschap die níet gelijkgesteld hoeft te worden aan het medium. De grootste concurrent van de journalist is namelijk zijn eigen medium. De fixatie op nieuwe media doodt de authenticiteit, omdat er geen plaats meer is voor de professionele reporter in deze nieuwe media.

We moeten de verbazing als selectieprincipe overstijgen om ons beroep te behouden. De verbazing moet weer van een mens komen die geldt als autoriteit. Een journalistiek genie, een schrijver. Indien dit idee voor mijn lezer slechts gepaard gaat met muffe gordijnen en donkere dagen dan denk ik dat deze lezer al heeft gekozen voor een toekomst zonder professionele journalistiek.

Al 5 reacties — discussieer mee!