fotografen‘Citizen journalism’ wordt verguisd en bejubeld. Dankzij nieuwe technische mogelijkheden als internet en mobiele telefoon nemen ‘gewone burgers’ voor het eerst in de geschiedenis van de massamedia echt deel aan het nieuwsproductieproces. Dit biedt kansen maar tegelijk ook gevaren die lang niet voor iedereen zichtbaar zijn. Drie voorbeelden van burgerjournalistiek bij grote internationale conflicten laten zien waarop gelet moet worden bij nieuws dat verzameld wordt door citizen journalists.

Het is opmerkelijk dat onderzoekers en critici, die zich over ‘citizen journalism’ buigen, dit fenomeen voornamelijk benaderen vanuit een politiek of humanitair perspectief. Bovendien zijn veel van hen zelf ook actief als bloggers en daardoor niet bepaald objectief. Citizen journalism zou volgens deze critici democratische ontwikkelingen stimuleren. Een vraag die daarbij echter niet gesteld wordt is wat de opmars van citizen journalism precies betekent in een media context. In hoeverre worden journalistieke idealen bijvoorbeeld nog nagestreefd? En hoe authentiek zijn de nieuwsberichten van citizen journalism werkelijk?

Twitter in Iran
Een goed voorbeeld van recente burgerjournalistiek vinden we terug in Iran. Na de omstreden presidentsverkiezingen vorige maand is door demonstranten veel gebruik gemaakt van SMS, blogs en Twitter. Aanhangers van de verliezend presidentskandidaat Mousavi wisten via deze nieuwe media veel informatie over wandaden van het Iraanse regime naar buiten te brengen. De wereld werd enkele dagen lang volledig overspoeld door allerlei door gewone burgers gegenereerde nieuwsberichten. Veel traditionele media konden deze snelle informatiestroom niet evenaren, waardoor ‘social media network’ Twitter zich ontpopte tot één van de belangrijkste nieuwsbronnen ter wereld. Iraanse burgers werden daarmee aan de basis geplaatst van een mondiale nieuwsproductieketen.

Het is echter belangrijk om op te merken dat het motief waarmee de vele blogs, SMS’jes en tweets zijn verstuurd lang niet altijd samenhing met journalistieke idealen als objectiviteit en betrouwbaarheid. De online actieve Iraniërs wilden vooral aan de buitenwereld tonen waarom volgens hen de verkiezingen in Iran oneerlijk waren en waarom aan de regering van president Ahmadinejad alsnog een einde moest komen. Hoewel de foto’s en videobeelden die de wereld overgingen, er natuurlijk niet om logen, kan deze nieuwsproductie allerminst als betrouwbaar worden opgevat. Er bestond immers geen enkele vorm van authenticiteitcontrole en citizen journalism werd in dit geval voor andere doeleinden gebruikt dan zuiver objectieve berichtgeving. Niet alleen verstuurde de Iraanse overheid, die de opstandelingen wilde opsporen om monddood te maken, via Twitter valse informatie om activisten in de val te lokken of in diskrediet te brengen, ook zijn er voorbeelden bekend van demonstrerende Iraniërs zelf die medestanders opriepen om valse informatie te versturen.

Ushahidi.com
Een poging om deze nadelen te overwinnen en verschillende ‘reports’ of burgernieuwsberichtjes te bundelen en te voorzien van een authenticiteitcontrole vormt de website Ushahidi.com. Dit open-source project zag het eerste levenslicht tijdens de ‘2007-2008 Post Election Crisis’ in Kenia, maar is sedertdien bij meerdere conflicten ingezet. Initiatiefneemster Ory Okolloh heeft samen met een aantal Keniaanse programmeurs een website-opzet ontwikkeld waarbij mensen berichtjes kunnen insturen via internet of mobiele telefoon, met niet alleen tekst, maar waarbij ook de plaats aangegeven moet worden waar de beschreven gebeurtenis plaatsvindt. De op de site geposte berichten kunnen vervolgens door websitebezoekers worden geverifieerd. Wanneer ingezonden berichten niet aannemelijk zijn of door websitebezoekers worden ontkend, dan verwijdert het Ushahidi-team ze weer.

Het resultaat mag er wezen. De Ushahidi website over het conflict in Kenia ziet er flitsend uit, misschien zelfs iets te flitsend. Op een interactieve Google Earth map staan de locaties van alle gebeurtenissen duidelijk aangegeven. De weergave is bovendien nog aan te passen naar verschillende categorieën van gebeurtenissen: geweld, hulpactie, vluchtelingen, enz. Toch is het zaak ook bij Ushahidi kritisch te blijven. Hoewel de Ushahidi Kenya website de mogelijkheid bood ook foto’s te plaatsen is hier namelijk maar beperkt gebruik van gemaakt door het Keniaanse publiek. Het falen op dit punt geeft aan dat initiatieven van citizen journalism toch ook uiterst selectief nieuws produceren. Alleen burgers die beschikking hebben over een computer of mobiele telefoon zijn in staat om nieuwsberichten in te zenden, voor foto’s is zelfs een digitale camera nodig; al met al luxes die een groot deel van de Keniaanse bevolking niet bezat. Het nieuws dat Ushahidi produceerde was dus nogal selectief en eenzijdig. Gezien de doelstellingen van Ushahidi maakte dit alles echter niet zo veel uit. Ory Okolloh en haar team hadden zich namelijk louter tot doel gesteld om zoveel mogelijk door de traditionele media ongerapporteerde incidenten te belichten, zodat hulporganisaties adequaat konden optreden. Daarnaast was Ushahidi bedoeld om mensen ervan te doordringen welke rampzalige gevolgen geweld kan hebben, opdat dit in de toekomst zou worden voorkomen. Geen objectieve oorlogsverslaggeving dus, maar buitengewoon ideologisch gestoelde berichtgeving!

Al Jazeera’s ‘War on Gaza’ website
Niet alles is wat het lijkt als het gaat om citizen journalism, zo bewijst ook het laatste voorbeeld. Bij het uitbreken van het conflict in de Gazastrook in december 2008 besloot het Arabische nieuwsstation Al Jazeera namelijk om de software van Ushahidi te gebruiken voor een eigen War on Gaza website. Als enige Engelstalige nieuwsorganisatie in het oorlogsgebied had Al Jazeera (International) tijdens het conflict alle ogen op zich gericht. Daarom besloot het met iets nieuws te komen: gewone burgers zouden in de nieuwsproductie worden betrokken. Iedereen werd opgeroepen nieuwsberichtjes in te zenden via internet of SMS, waarbij ook Twitter werd ingezet.

Toch bleek er een zekere vorm van misleiding in het spel. De berichten die op de website werden gepubliceerd betroffen namelijk allemaal door journalisten geschreven berichten. Hoewel SMS’jes van burgers wel degelijk in ogenschouw zullen zijn genomen, zijn alle nieuwsberichtjes op de site uiteindelijk duidelijk door Al Jazeera reporters geschreven (zie dit bericht en een soortgelijk bericht, welke gezien het taalgebruik en de aard van informatie onmogelijk door burgers kunnen zijn geschreven). De burgers vormden louter een extra informatiebron voor de redactie van het nieuwsstation. Ondanks dat Al Jazeera het wel graag zo heeft willen doen voorkomen was er in werkelijkheid dus helemaal geen sprake van citizen journalism. In plaats daarvan sloot de War on Gaza website juist aan bij de bestaande ideologie van Al Jazeera, namelijk die van ‘contextual objectivity’, oftewel objectief nieuws, maar dan wel geselecteerd en geschreven voor een (pro-)Arabisch publiek.

Voorlopige conclusie
Citizen journalism is een recent fenomeen en het is nog te vroeg om harde uitspraken hierover te doen. Toch wijzen de aangehaalde voorbeelden erop dat deze vorm van nieuwsproductie grote voorzichtigheid vergt. We moeten kritisch blijven en ons telkens afvragen op welke manier informatiestromen op gang komen. Met welk doel is het project opgestart? Was dat het genereren van ‘objectief’ nieuws, of hebben we te maken met een op een bepaalde ideologie gestoelde promotiecampagne? Wie zijn verantwoordelijk voor de nieuwsberichtjes en wie hebben er geen toegang tot het nieuwsproductieproces? Wanneer we deze vragen niet in ons achterhoofd houden, dan trappen wij openlijk in de valkuil van bedrog en manipulatie die het fenomeen citizen journalism tevens kan zijn.

Al 8 reacties — discussieer mee!