dangillmorDat journalisten hun werk beter moeten gaan doen, is inmiddels bekend. Maar lezers, kijkers en luisteraars schieten eveneens tekort, zegt Dan Gillmor. De journalistiek innovator en directeur van het Knight Center for Digital Media Entrepreneurship aan Arizona State University is daarom begonnen met het project Mediactive: Creating a User’s Guide to Networked Media. Met deze combinatie van boek en website hoopt Gillmor mediaconsumenten tot actieve, zelfs activistische, gebruikers te maken. Het project moet begin volgend jaar af zijn.

Waarin blijven de nieuwsconsumenten in gebreke?
“Ze zijn passieve consumenten en dat is niet voldoende in een tijd waarin het aantal mediabronnen onbeperkt is en het media-ecosysteem ingrijpende veranderingen ondergaat.”

Je hebt vijf principes voor consumenten opgesteld. Ze hebben er een dagtaak aan om die op elk nieuwsonderwerp toe te passen.
“Ik verwacht niet dat gebruikers dat doen voor alles wat ze lezen, alleen voor de onderwerpen die hen aan het hart gaan. Daar heb je geen dagtaak aan, net zomin als aan het burgerschap. Je moet erachter komen welk medium je kunt vertrouwen. Als je niet weet waarover je praat, kan dat leiden tot bar slechte beslissingen.”

Zie de consternatie over president Obama’s voorgestelde hervorming van de gezondheidszorg.
“Ik heb zelden een meer abject falen van de traditionele media gezien. Al die berichtgeving over het gevecht rond niet-bestaande death panels (die volgens Sarah Palin over het lot van ernstig zieken en ouderen zouden beslissen – HS)! Ondertussen hebben de media nog steeds niet uitgelegd wat er nou eigenlijk in het wetsvoorstel staat. Die voorkeur voor een goed gevecht, in plaats van de informatie geven die het volk nodig heeft, is walgelijk en gevaarlijk en standaard. De traditionele journalistiek zou worden gedwongen tot verbetering als mensen betere informatie eisten. Zolang ze daar niet op staan, krijgen we het niet.”

Dat is de achterliggende gedachte van het Mediactive-project?
“Ik hoop dat het daartoe leidt. Er is een enorme hoeveelheid anecdotisch bewijs voor mijn hypothese, zoals bloggen, maar we hebben nog geen generatie die doet wat ik hoop dat ze gaat doen. Het positieve nieuws is dat mensen goede informatievoorziening belangrijk gaan vinden. Ik ben optimistisch, want er zijn duizenden experimenten gaande in de journalistiek en de verdienmodellen om dit gat te vullen. Experimenten die ver afstaan van de manier waarop de traditionele media opereren.”

Geef eens een voorbeeld.
“De onthullingen van de New York Times over het ziekenhuis in New Orleans waar patiënten tijdens Katrina een dodelijke injectie kregen. ProPublica, een non-profit, financierde dat onderzoek. Maar ook de Yahoo-groep in mijn oude wijk in Palo Alto waarin bewoners buurtnieuws rapporteren.”

Een van de interessantste adviezen die je gebruikers geeft, is buiten hun ‘comfort zone’ treden, iets doen wat ze normaal niet doen. Als voorbeeld geef je de Things I Believe-lijst die je als journalist bijhield en die je dwong je meningen bij te stellen. Zo’n tip zou voor journalisten minstens even nuttig zijn.
“Journalisten moeten beginnen met de tips voor gebruikers omdat ze niet ver komen met de journalistieke kant als ze de gebruikerskant niet begrijpen. Ik ben zelf meer gebruiker dan bedenker en dat zijn we denk ik allemaal. Een andere tip die ik geef, is bronnen lezen met wie je het oneens bent, maar die je wel moet begrijpen. Soms hebben deze nog een sterk argument ook.”

Je vindt dat gebruikers het heft in eigen handen moeten nemen, maar je beschouwt het ook als de taak van de media om hen op te leiden.
“De media hebben veel educatieve mogelijkheden, zoals linken naar materiaal, uitleggen hoe ze aan achtergrond-bronnen komen, praten over hoe journalistiek werkt, wikifiëren wat ze doen.”

Welke van de vijf principes die je vermeldt voor journalisten wordt het moeilijkst voor hen?
“De eerste vier zijn standaard voor traditionele media, maar transparantie is nieuw. Het voornaamste is dat je open bent over je wereldbeeld, of je nu een blog hebt of de New York Times bent. Bloggers maken over het algemeen geen geheim van hun standpunten, maar het probleem is dat er een heel nieuwe categorie blogs is dat mensen betaalt om bepaalde standpunten in te nemen of bepaalde ideeën te verkondigen. PayPerPost doet dat bijvoorbeeld. Ik zou graag een plug-in voor mijn browser willen die aangeeft wanneer een organisatie niet is wat ze beweert te zijn. Nu kun je dat op websites als SourceWatch achterhalen. En ik wil weten of een journalist zo’n organisatie citeert zonder te vertellen wie erachter zit, want ik houd journalisten evenzeer verantwoordelijk. Wij, journalisten, moeten elkaars gebrek aan transparantie ter sprake brengen. Anders dan bloggers volgen journalisten elkaar niet met dezelfde gretigheid waarmee ze anderen volgen. Terwijl zij daartoe het meest verplicht zijn. Ze horen machtige instituten in de gaten te houden en daar vallen de media eveneens onder.”

Je schrijft dat leraren en ouders kinderen tot kritische mediagebruikers moeten opvoeden, zodat deze leren dat media kunnen worden gebruikt om te manipuleren. Stel je lesmateriaal ter beschikking?
“Ik ben van plan in het boek en op de site alle bronnen op te nemen die ik kan vinden. Mijn uitgever en ik overwegen ook zelf lesmateriaal te ontwikkelen.”

Een van de voorwaarden voor betere communicatie tussen journalisten en gebruikers – en dus betere journalistiek – is volgens jou dat de gebruikers beschaafd blijven. Een veelgehoorde klacht onder journalisten is dat lezers steeds vaker anoniem op de man spelen.
“Dat komt omdat die commentaar-rubrieken niet worden gemodereerd. Het is de verantwoordelijkheid van de journalist om beschaafdheid af te dwingen, zodat een gast niet op je tapijt spuugt. Het feit dat zo weinig journalisten dat doen, is echt een probleem. De reacties op de Washington Post-website bijvoorbeeld zijn van riool-niveau. Ik meng me niet eens in een discussie als er geen eisen aan het gedrag worden gesteld.”

Zelfs op De Nieuwe Reporter, een weblog voor de journalistieke sector zelf, doet dit verschijnsel zich voor, schreef een journalist begin september.
“Echte namen zijn beter dan pseudoniemen en die zijn beter dan geen namen. Ik zou niet eisen dat mensen hun eigen naam gebruiken, maar wel aanmoedigen dat media het voorbeeld van El Tiempo volgen. Die Spaanse krant plaatst de reacties van de lezers wiens namen zijn nagegaan boven de rest. Amazon is een ander voorbeeld, dat gebruikt nu een Real Name-aanduiding. Ze kunnen verifiëren dat jij het bent, want ze hebben je credit card. En die reacties zijn steevast kwalitatief beter en interessanter. Ik vermoed dat Amazon uiteindelijk alleen nog Real Names zal plaatsen, want het voegt veel waarde toe aan de site.”

Al 7 reacties — discussieer mee!