609-zwartDe publieke omroep zet de verwachte troonswisseling volgend jaar luister bij met onder meer historisch drama over de eerste drie koningen van Nederland. Het beeld dat daarmee wordt geschapen maakt vermoedelijk meer indruk op het collectieve geheugen dan alle geschiedenisboekjes samen.

Was Koning Willem II (1792-1849) homo-seksueel? Zo ja, maakt dat wat uit? Is het zelfs wel een relevante vraag? Ja, zult u zeggen, want in onze 21ste eeuw is de identiteit van een man naadloos verbonden met zijn seksualiteit. Wie homoseksueel is en daar niet voor uitkomt ontkent zijn ware aard, leidt een beklagenswaardig onvolledig leven en is, au fond, een bange leugenaar. Als hij daar zelf vrede mee heeft, dan heeft hij pech, want het is 2009, en nieuwsgierigheid regeert de aarde.

Wij, burgers – mediaconsumenten, hebben er recht op te weten wat onze elite doet, denkt en voelt. Wij mogen ze fotograferen op het strand of tijdens het boodschappen doen. Zij moeten dat verdragen. Zij mogen niet tegen ons liegen, niet over hun affaires, niet over hun inkomsten, niet over hun declaraties en zeker niet over hun ware ik. En dus richten wij onze pijlen op George Clooney (homo!) of Lady Gaga (hermafrodiet!).

Boulevardgeschiedenis
De vraag of Koning Willem II homo-seksueel was lijkt irrelevant. Met zijn regering had het niets te maken. Hij is al anderhalve eeuw dood. Toch is er gerede kans dat de kwestie dit jaar de gemoederen zal bezighouden. De AVRO presenteert in 2010 De Troon, een grote dramaserie over het koningshuis in de negentiende eeuw, geregisseerd door Erik de Bruyn (Wilde Mossels) en geschreven door Ger Beukenkamp, die eerder de Zorreguieta-affaire zo kundig verwerkte in De Kroon. De Troon is (zegt het AVRO-persbericht) ‘geïnspireerd’ op het boek Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren van de journalisten-historici Daniela Hooghiemstra en Dorien Hermans.

Dat is een interessant boek. Het is een biografische schets van de drie 19de-eeuwse koningen, Willem I, II en III, aan de hand van brieven, ambtsberichten en ooggetuigenverslagen van diplomaten, hofartsen, ministers en leden van het Koninklijk Huis. De auteurs hadden toestemming het Koninklijk Huisarchief te raadplegen – wat een zeldzaamheid is – maar zij maakten uit dat bronnenmateriaal een zeer eigenzinnige keuze.

Toen het boek uitkwam, bleek de Majesteit not amused. Dat leek op bekrompenheid te duiden. Toch was er veel voor te zeggen. Uit de rijkdom aan gegevens bleken de twee schrijfsters vooral dát materiaal te hebben geselecteerd dat hen grof gezegd meteen bij RTL Boulevard zou doen belanden. ‘Er is geringe belangstelling voor de drie 19de-eeuwse koningen’, schrijven Hooghiemstra en Hermans in hun inleiding, maar dat vinden zij onterecht. ‘De levensverhalen van Willem I, Willem II en Willem III staan bol van samenzweringen, bloedvergieten, machtsstrijd, (hopeloze) liefdes, overspel en waanzin.’ Hier spitst Albert Verlinde de oren. Hij wordt op zijn wenken bediend: ‘Willem I ging ten onder aan zijn eigen koppigheid, Willem II leidde een dubbelleven vanwege zijn biseksualiteit en Willem III was half waanzinnig.’

Tegennatuurlijk gedrag
Biseksualiteit, waanzin: de auteurs hebben verder maar weinig oog voor politieke, religieuze, staatsrechtelijke of dynastieke aspecten. De Willems worden daardoor geen historische figuren met eigen diepgang en context, maar van de werkelijkheid losgezongen celebrities, gemeten naar de maatstaven van nu. Willem II werd door twee louche officieren gechanteerd, kennelijk vanwege ‘tegennatuurlijk gedrag’ en hij schijnt wel eens arm in arm met een man in een park gewandeld te hebben. Meer feiten zijn er niet.

Maar wat op de ene pagina nog ‘geruchten over homo-seksuele activiteiten’ worden genoemd is twee hoofdstukjes verder al ‘het schandaal omtrent diens homoseksuele activiteiten’. Dat Willem II vijf kinderen en een dozijn bastaards verwekte, dat zijn echtgenote volkomen idolaat van hem was en dat het enkele feit dat iemand wordt gechanteerd nog niet betekent dat die chantage ook ergens op gebaseerd is, dat is van ondergeschikt belang. Zo gaat dat in boulevardjournalistiek vaker.

Bevlogen en vooruitstrevend?
Dat geeft allemaal niks, natuurlijk. Op Voor de Troon… volgt ongetwijfeld een beter boek, dat weer een heel ander beeld geeft van Willem II en zijn tijd. De 19de eeuw is razend interessant. Het is een permanente ‘geboorte van een natie’, waarin cultuur, economie, religie en het politieke systeem sterk in ontwikkeling waren. Net als Thorbecke, Alberdingk Thijm, Potgieter of Schaepman was Willem II daar een hoofdrolspeler in.

Hij was, om te beginnen, een echte oorlogsheld, die tijdens de Britse campagnes in Spanje en in de Slag bij Waterloo gewond raakte. Zijn kranige manoeuvres bij Quatre Bras, daags voor die slag, zouden Napoleon misschien zelfs de uiteindelijke zege hebben gekost. Hij was echt een bevlogen bevorderaar van de kunsten, die een grote verzameling aanlegde (Rubens, van Dijck, Rembrandt, Schelfhout, Koekkoek) en in Den Haag een eigen neo-gotisch gebouwencomplex ontwierp. Hij was ook opmerkelijk vooruitstrevend in religieuze kwesties, en ijverde voor het verminderen van het overheidstoezicht in kerkelijke zaken.

Een van zijn beste vrienden was de pastoor van Tilburg, Zwijsen, die in 1853 de eerste Aartsbisschop van Utrecht zou worden. Vriendelijke omgang met prominente katholieken gold in Willems tijd zo ongeveer als hoogverraad.Een interessante kerel, dus. Stof genoeg. Maar helaas: in onze tijd telt militair succes niet meer mee. Wat Quatre Bras was, weet bijna niemand meer. Van die schilderijenverzameling vermelden wij liever dat die na Willems dood om de schulden te delgen werd verkocht aan Rusland, en van religie hebben wij al helemaal niets meer begrepen.

Hooghiemstra en Hermans zien in de goede verstandhouding met pastoor Zwijsen vooral een vingerwijzing voor, jawel, een homoseksuele liaison. Dat kan best zo zijn geweest, al is het erg vergezocht; het is hoe dan ook opmerkelijk dat zij dat hele scala aan activiteiten en belangstellingen reduceren tot één aspect, het vermeend seksuele. Alsof een biografie van Churchill alleen zijn verdiensten als aquarellist vermeldt.

Blufferige ophef
Nu denk ik niet dat De Troon het boek naadloos zal volgen. Ik heb niets van het scenario gelezen en niets van de opnames gezien. Ger Beukenkamp is een zeer gedegen, zelfs wat behoedzame auteur, die er niet van beschuldigd kan worden dat hij te weinig achtergrondinformatie in zijn scenario’s stopt.

Zelfs als de serie de oppervlakkige celebrity-teneur van het boek zou volgen, en de drie Willems zou reduceren tot despoten, halve krankzinnigen en biseksuelen, dan hoeft niemand daar – zeker niet op Paleis Noordeinde – over te klagen. Zo’n oneerbiedige benadering heeft een goede traditie. Multatuli rekende in 1865 al snoeihard af met ‘de blufferige ophef’ rond de postume verheerlijking van de ‘held van Waterloo’.

Bovendien: gedegen historisch-wetenschappelijk onderzoek is niet per se een basis voor een goede dramaserie. In 1984 produceerde de AVRO Willem van Oranje, een tiendelige serie van Walter van der Kamp, samen met de VOO en de BRT. Door de betrokkenheid van de Belgen werd er uitzonderlijk grondig over de inhoud gedelibereerd. Het scenario werd zesmaal herschreven. De serie veranderde van een dramatische reeks met historische achtergrond, in een historisch-wetenschappelijk programma, gebracht in dramatische vorm. Het gevolg was dat de dappere Jeroen Krabbé, in de huid van Willem, nauwelijks bewegingsruimte had. Door de kijkers werd de rol van Alva (Willem Nijholt) zelfs hoger gewaardeerd: dat was tenminste een echt dramatisch personage, een fijne slechterik van vlees en bloed.

Moderne figuren
In veel hooggeprezen Britse historische series en films is de geschiedenis eigenlijk bijzaak: in The Tudors, Charles II – the Power and the Passion, Elizabeth, Her Majesty Mrs Brown, Young Victoria enzovoorts.

Cate Blanchett’s Elizabeth of Jonathan Rhys Meyers’ Henry VIII zijn in feite moderne figuren en de schrijvers gaan ervan uit dat mensen toen in hun elementaire impulsen (liefde, machtshonger, sex, doodsangst) niet wezenlijk anders handelden dan mensen nu. Zij spreken dan ook hedendaags Engels: “Fuck off”, zegt Hendrik tegen zijn hofhouding. Het documentaire-karakter van zo’n serie wordt vooral gewaarborgd door het weergaloze production design, niet door de academische accuratesse van het scenario. Dat is niet zo’n bezwaar, te meer omdat het historisch drama in Groot-Brittannië zodanig breed is dat de ene historische visie wordt gecompenseerd door een andere. Tegenover de Elizabeth van Cate Blanchett staan die van Helen Mirren (Elizabeth I, 2005) en Anne-Marie Duff (The Virgin Queen, 2005).

Opportunistisme
In Nederland is het referentiekader smaller en dus weegt de interpretatie van een Beukenkamp zwaarder, en niet alleen uit het oogpunt van succesvol drama. De verbeelding van het verleden en de invloed daarvan op de definiëring van onze ‘nationale’ identiteit is een serieuze zaak geworden. De socialistische voorman Marijnissen gaf de aanzet tot een nieuw Nationaal Historisch Museum, om het historisch bewustzijn van de jeugd te vergroten. De filosofe Rita Verdonk stelde dat ‘de Nederlander’ zich niet verantwoordelijk hoefde te voelen voor de slavenhandel. De minister-president sprak van ‘VOC-mentaliteit’, toen hij ‘ondernemingslust’ bedoelde. Hij zal daarbij hebben gedacht aan kranige scheepsjongens en doortastende kapiteins, niet aan het uitmoorden van de bevolking van Banda om de nootmuskaatproductie in handen te krijgen – neem ik aan.

In hun slecht-geïnformeerde en politiek-opportunistische visies op de geschiedenis doen zulke politici sterk denken aan Van Kooten en De Bie als de heren Jacobse en Van Es van De Tegenpartij, die aan de kijkers hun vaderlandslievende papieren afgeven: zij gaan kransen leggen bij Haagse standbeelden. Op het Buitenhof staan zij aan de áchterkant van het ruiterstandbeeld van Willem II. Eerbiedig zien zij op naar de kont van het bronzen paard. Zij lezen de naam op het voetstuk en zeggen plechtig: “Quatre Bras, dat was ook een hele grote!”.

Wordt De Troon ook een krans voor het achtereind van een paard? Op de website van de AVRO wordt de serie trots aangekondigd, met drie portretten van de Willems. Dat wil zeggen: portretten van Willem II en Willem III, want die derde, dat is toch echt Willem de Zwijger (1533-1584), niet Willem I (1772-1843). Ach, een kniesoor die daar wat van zegt. De Troon wordt vast een succes, want Willem II leidde een dubbelleven en Willem III was gek. En dat genenmateriaal wordt meegetorst door de man die, naar verluidt, volgend jaar koning Willem-Alexander gaat worden. Gelukkig weten wij alles van hem.

Al 8 reacties — discussieer mee!