giftigTijdens zijn onderzoek naar de Trafigura-zaak kreeg Volkskrant-redacteur Jeroen Trommelen te maken met ongekende juridische weerstand. Met de vergaande Britse smaadwetgeving in de hand probeert het bedrijf media onder druk te zetten en onwelgevallige publicaties te verhinderen. Samen met enkele buitenlandse collega-journalisten en twee NGO’s sloeg Trommelen de handen inéén. Alles om de waarheid naar buiten te kunnen brengen.

Drie jaar geleden wapperde de chef-nieuwsdienst van de Volkskrant met een persbureaubericht over een volksopstand in Ivoorkust. Iets over een gifdump door een schip van een westers bedrijf. De naam van dat bedrijf zei ons niets. Belastingtechnisch was het kennelijk gevestigd in Amstelveen, maar volgens Google stond het hoofdkantoor in Genéve.

Zouden lezers geboeid zijn door een affaire van een bedrijf dat men niet kende, in een land dat hen niet boeide? Voor de zekerheid maakte ik een artikel over de veronderstelde gifdump door het bedrijf Trafigura. Dat, zo bleek, overigens de op twee na grootste onafhankelijke olie- en grondstoffenhandelaar ter wereld was.

Nu, drie jaar later, is na diepgravend journalistiek speurwerk bewezen dat het bedrijf inderdaad giftig chemisch afval bewust heeft laten dumpen in Ivoorkust zonder zich te bekommeren over mogelijke menselijke slachtoffers. En daar talloze malen over heeft gelogen. Maar het optikken van die beweringen is nog steeds gevaarlijk. Trafigura heeft een schikking getroffen met de regering in Ivoorkust en probeert dat nu ook te doen met 31 duizend gedupeerden en slachtoffers. Tegelijk blijft het bedrijf volhouden dat het niet één fout heeft gemaakt, en dat haar afval niet giftig was en dus ook geen slachtoffers heeft kunnen maken.

Journalisten zoals ik die anders beweren, worden bestreden met een heftigheid die ik de afgelopen dertig jaar niet heb meegemaakt. Dat was leerzaam. Het dwong tot creatieve oplossingen die waarschijnlijk óók leerzaam zijn. Vandaar dit verslag.

Bizarre voorwaarden
Trafigura Beheer BV is gevestigd in Nederland, maar gebruikte in haar offensief tegen journalisten effectief gebruik van Engels recht. Als waakhond werd advocatenbureau Carter Ruck ingehuurd. Dat bureau is gespecialiseerd in smaadwetgeving en dreigde de Volkskrant sinds 2007 meermalen voor de rechter te slepen. Dit op basis van Britse wetsbepalingen die naar Europese begrippen bizarre voorwaarden stellen aan onderzoeksjournalistiek.

Ook buitenlandse media kunnen daarvan slachtoffer worden. Zodra ze kopieën verkopen in het Verenigd Koningrijk, bijvoorbeeld. Of zelfs wanneer een gewraakte uitzending of artikel op internet vanuit Engeland is geraadpleegd. Volgens de advocaat van de Volkskrant was (en is) het raadzaam die dreiging serieus te nemen. De Britse rechter heeft in vergelijkbare smaadgevallen schadevergoedingen opgelegd van vele miljoenen euro’s.

Wat is smaad? In dit geval al de simpele mededeling dat ‘Trafigura gif heeft laten dumpen in Ivoorkust’, aldus Trafigura. Het bedrijf heeft niks laten dumpen. Het heeft haar afval afgegeven aan een erkende afvalverwerker in Ivoorkust. Bovendien was dat afval geen gif. Wie anders beweert, moet dat bewijzen. Maar wat is bewijzen? In mei dit jaar liet BBC Newsnight een rapport over de samenstelling van het afval, afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), lezen aan toxicoloog John Hoskins, lid van de Royal Society of Chemistry. Deze onafhankelijke expert concludeerde dat wanneer het afval in hartje Londen zou zijn gestort, het ‘effect zou hebben gehad op miljoenen mensen’. Trafigura-directeur Eric de Turckheim mocht er direct op reageren. Niettemin begon Trafigura een procedure tegen de BBC wegens smaad, omdat de suggestie was gewekt was dat haar afval giftig zou zijn geweest.

Het effect daarvan, vertelde een BBC-medewerker, was tweeledig. Andere media die het verhaal normaal gesproken via de BBC zouden hebben opgepikt, lieten de affaire nu liever even rusten. Zelf werd de omroep gedwongen tot een taai juridisch verweerschrift dat tijd en geld kostte. Ondertussen kon aan de kwestie geen followup worden gegeven.

Inhoudelijke vragen
Tegelijk weigerde Trafigura stelselmatig om inhoudelijke vragen te beantwoorden en vertelde het bedrijf zelf aantoonbare leugens. Dat begon met de bewering dat het afval bestond uit spoelwater voor het schoonmaken van de tanks in het schip Probo Koala. Al in oktober 2006 schreef ik dat dit niet kon kloppen en dat het bedrijf vermoedelijk een raffinageproces op zee had uitgevoerd. Dat werd twee maanden lang ontkend. Toen heette de mislukte raffinagepoging ineens ‘een routineactiviteit op zee’.

Aanvankelijk huurde Trafigura een oud-redacteur van het NOS-journaal in als woordvoerder. Ik heb hem vaak gevraagd waarom het bedrijf loog. Daar haalde hij zijn schouders over op. ‘Alles wat wij zeggen komt uit Londen.’ Hij werd vervangen door Van Kempen Public Relations & Public Affairs in Den Haag. Ook dat bureau kon niet zelfstandig vragen beantwoorden. Daarnaast werd het Britse PR-bureau Bell Pottinger ingeschakeld. Opnieuw: niet voor het beantwoorden van inhoudelijke vragen, maar voor het oppoetsen en bewaken van het imago.

Na een klacht informeerden advocaten van Trafigura bij de Volkskrant naar ‘verhinderdata’ voor het voeren van een kort geding. Maar dat werd niet doorgezet. Nadat de advocaat van de krant in het Nederlands begon te antwoorden op de (in het Engels gestelde) dreigementen, werd door Trafigura bureau Houthoff Buruma in de arm genomen. Toen ik eerder deze maand vijftien gedetailleerde vragen stelde waaruit bleek dat ik van plan was te citeren uit interne e-mails en vertrouwelijke rapporten, sommeerde het bureau al vóór publicatie af te zien van de smadelijke stukken die kennelijk in voorbereiding waren.

Ook dreigde men aangifte te doen tegen de krant en de auteur persoonlijk wegens heling. Dat verwijt sloeg nergens op maar werd als volgt beargumenteerd: ‘Door gebruik te maken van dit rapport, profiteert Trommelen van onrechtmatig handelen van andere(n) en waarschijnlijk zelfs van een strafbaar feit. Door dit te doen handelt Trommelen onrechtmatig en pleegt hij mogelijk – kort gezegd – heling.’

Tenslotte probeerde de advocaat een wig te slaan tussen de hoofdredactie van de krant, die het allemaal wellicht goed bedoelde, en de verslaggever die kennelijk een persoonlijke vete met Trafigura aan het uitvechten was. Dat zou blijken uit mijn persoonlijk blogje op internet waarop ik gewaagd had Trafigura te omschrijven als ‘bad company’. Een slecht bedrijf: het idee! Na een zachte aanmaning van onze eigen raadsman besloot ik de term toch maar te veranderen.

Spoedprocedure
Ondertussen werden BBC Newsnight, The Guardian en de Noorse publieke televisie NRK bedreigd met juridische stappen of in een spoedprocedure voor de rechter gedaagd. Bij de Britse collega’s had dit voor een deel succes. Zij kregen een verbod opgelegd om te publiceren over een beschadigend rapport van experts, dat oorspronkelijk door Trafigura via een advocatenbureau was besteld. Omdat de absurde uitspraak daarna óók aan de Noorse collega werd toegestuurd, bleef er van de geheimhouding niet veel over. Ze plaatste hem meteen op internet (klik hier voor de pdf).

Volgens de Engelse wet is in dit geval dus niet de vraag aan de orde of het klopt wat je schrijft, en of met die waarheid wellicht een groot maatschappelijk belang is gediend. Rapporten die via een advocaat zijn besteld, behoren tot de vertrouwelijke relatie tussen cliënt en advocaat en mogen simpelweg niet openbaar worden gemaakt. BBC en Guardian mochten zelfs het verbod niet publiceren om ook indirecte verwijzingen onmogelijk te maken. Toen het rapport daarna verscheen op Wikileaks (een beschermde lekplaats voor niet eerder gepubliceerde documenten) en een journalist van The Independent daarop alert reageerde, werd ook hem een verbod opgelegd. Via de website van de Volkskrant is het rapport trouwens te lezen (klik hier voor de pdf).

Wat was wijsheid? Afgelopen zomer besloot het handjevol journalisten dat actief speurde in de Trafigura-affaire tot samenwerking. Sommigen van ons hadden al eerder contact met elkaar gezocht. Nu deden we het structureel. Bovendien gingen we samenwerken met Greenpeace en Amnesty International die de zaak volgden en – net als wij – bereid waren informatie uit te wisselen. Over die samenwerking besloten we transparant te zijn. En uiteraard checkten we elkaars informatie wanneer dat nodig leek en trokken we uiteindelijk onze eigen conclusies uit het materiaal.

We maakten een afspraak over een gezamenlijke publicatiedatum en legden elk onze eigen vragen voor aan Trafigura. Ik gaf het bedrijf een deadline om te reageren: woensdag 16 september 1700 uur. Een uur vóór dat tijdstip had Trafigura nog niet gereageerd, maar werd de schikking bekendgemaakt die met slachtoffers en gedupeerden in Ivoorkust zou zijn bereikt. Dit leek een poging om met ‘goed’ nieuws slecht nieuws te verdrijven. Maar ons verhaal over leugens, bedrog en de betrokkenheid daarbij van de hoogste top van Trafigura was sterk genoeg om dat te voorkomen.

Immuniteit
Puristen zouden bezwaar kunnen maken tegen samenwerking met belangenorganisaties als Greenpeace en Amnesty International. Maar kortstondige bondgenootschappen zijn voor journalisten niet zo bijzonder. De samenwerking maakte onze dossiers completer en verschafte op cruciale momenten immuniteit tegen juridische acties. Wat de één niet kon of mocht publiceren, kon de ander soms wel. Bovendien bleek het moeilijk om vier journalisten en twee NGO’s tegelijk voor de rechter te slepen. Zeker als dat in Nederland, Engeland en Noorwegen tegelijk zou moeten gebeuren. Het heeft geholpen de waarheid naar buiten te brengen.

Mijn vragen aan Trafigura zijn nog steeds niet beantwoord. Advocaat M.A. de Kemp van Houthoff Buruma wil niet eens de vraag beantwoorden of het bedrijf nog actie tegen de Volkskrant overweegt. ‘Geen commentaar’, zegt hij. Ook de PR-firma van Trafigura zegt daar niets over te kunnen zeggen. Volgens mijn Britse collega’s laat ook bureau Carter Ruck de smaadzaken voortsudderen om druk te blijven uitoefenen.

Voor wie nog mocht twijfelen: de affaire bewijst natuurlijk ook het bestaansrecht van onderzoeksjournalistiek. Voor het lichten van de onderste steen is soms echt langdurig spitwerk nodig. Maar media die daarin investeren, krijgen er dus wel wat voor terug.

Lees ook de beschouwing van The Guardian-onderzoeksjournalist David Leigh.

Dit artikel verscheen op 23 september 2009 ook op de site van de VVOJ.

Al 21 reacties — discussieer mee!