609-witHoe schrijf je een goed nieuwsbericht voor de radio? Waarschijnlijk antwoordt bijna iedereen die iets bij de radio doet: korte zinnen maken en geen moeilijke woorden gebruiken. Dit is dan ook het eerste wat je leert als redacteur op een radionieuwsredactie. De gedachte erachter is, dat de luisteraar het nieuws in één keer moet begrijpen. Hij kan natuurlijk niet, zoals een lezer, even een zinnetje opnieuw lezen of terugbladeren als de informatie niet meteen duidelijk is. Dus proberen we het nieuws in behapbare brokken aan te bieden. En zo’n brok is een korte zin, denken we.

Het resultaat is elk heel uur op de meeste zenders te horen. Maar het recept gaat voorbij aan de spagaat die radioredacteuren continu maken, meestal zonder dat we het door hebben: we schrijven, dus we gebruiken een middel dat is bedoeld voor teksten om te lezen. Maar aan de ontvangende kant zit geen lezer, maar een luisteraar. Terwijl schrijven en lezen aan de ene kant, en praten en luisteren aan de andere kant, heel verschillende takken van sport zijn. De taal die erbij hoort, verschilt enorm. Je merkt dat meteen, zodra je letterlijk opschrijft wat mensen zeggen. Je krijgt dan een hele rare leestekst: er staat bijna geen complete zin in, bijna geen punten ook, en het is ‘en toen en toen en toen’ wat de klok slaat. Brokjes van zinnen worden aan elkaar gebreid, met simpele verbindingswoorden, tot een lange woordenstroom. Vreemd om te lezen, maar perfect duidelijk zodra zo’n tekst wordt uitgesproken en gehoord.

Aanspreken in spreektaal
Als we de luisteraar echt goed willen bedienen, zouden we hem moeten aanspreken in spreektaal. Onze berichten zouden we dan dus in spreektaal moeten schrijven. Heel wat anders dan het recept ‘korte zinnen, makkelijke woorden’. Want in spreektaal bestaan nauwelijks zinnen. We zouden onze berichten moeten opstellen in tekstbrokjes, en die aan elkaar lijmen op de spreektaal-manier, met nevenschikkende voegwoorden.

Ik heb een keer met collega’s van Veronica Nieuwsradio een training gehad van Anne Boermans die in de buurt kwam. Hij liet ons berichten schrijven met zinnen die maximaal zes woorden mochten bevatten. Het leek onmogelijk, maar het bleek wel te kunnen. Het werden hele rare berichten als je ze op papier zag, maar toen we ze aan elkaar voorlazen bleek dat de informatie wel bleef hangen, bijna woordelijk. En dat konden we niet zeggen van de ‘gewone’ berichten waarmee we de sessie waren begonnen. En ander voordeel was, dat je ze eigenlijk niet ‘verkeerd’ kon voorlezen. In eke zin was maar één woord dat logischerwijs de klemtoon kon krijgen.

Een nieuw element per zin
Een andere leermeester, Jaap Brand bij RTL, hamerde er altijd op dat je per zin maar één woord mocht beklemtonen. “Maak je keuzes”, zei hij. De luisteraar zou in de war raken als er te veel woorden werden beklemtoond, omdat dan niet duidelijk zou zijn wat belangrijk is. Je moest je berichten dan wel zo schrijven, dat er maar één nieuw element per zin in stond. Dat woord kreeg dan de klemtoon.

Voortbordurend op Boermans en Brand kom ik tot het volgende recept voor een goed radiobericht: Neem als basis tekstelementen met maar één stuk nieuwe informatie per element. Deze elementen zijn automatisch rond de zes, zeven woorden. Verbind ze met elkaar met nevenschikkende voegwoorden. Zet voor het ritme hier en daar punten, komma’s en andere leestekens.

Om de methode te testen heb ik hem toegepast op een paar taaie zinnen, uit persberichten uit de ministerraad. Zoals deze:

Omdat er, zoals recent uit onderzoek is gebleken, ook in Nederland behoefte is aan goed gereguleerd legaal aanbod wil het kabinet onderzoeken onder welke voorwaarden het mogelijk is kansspelen via internet te reguleren. (Persbericht ministerraad 11-09-2009)

Deze onmogelijk lange en ingewikkelde zin bevat deze elementen (de elementen tussen haakjes zijn impliciet aanwezig):
– (Gokspellen op internet zijn verboden.)
– Er is wel vraag naar.
– Dat is uit onderzoek gebleken.
– (Dat is een probleem.)
– (Het kabinet wil dit oplossen.)
– Het kabinet wil een onderzoek.
– Het wil regels voor internetgokspellen.
– (Gereguleerde gokspellen zijn wel toegestaan)

Als we nu de elementen die ertoe doen eruit pikken en verbinden met nevenschikkende voegwoorden, zou dit het radiobericht kunnen worden:

Gokspelletjes op internet zijn verboden, maar er is wel vraag naar, en dat is dus een probleem. Het kabinet wil dat oplossen: het wil regels voor de spelletjes, en gaat nu kijken welke regels. De spelletjes-sites moeten zich daar straks aan houden en dan mogen ze wél.

Makkelijk voor te lezen
De zinnen zijn niet heel kort, maar wel begrijpelijk, doordat ze bestaan uit nevengeschikte elementen. Dat benadert de spreektaal, waarin je ellenlang achter elkaar door kan praten zonder dat de lengte van je woordenstroom uitmaakt voor de begrijpelijkheid. Als bijkomend voordeel is dit bericht ook nog eens makkelijk voor te lezen. Ook als een nieuwslezer dit op het laatste moment onder haar neus geschoven krijgt en het meteen live moet voorlezen, weet ze nog vanzelf waar de klemtonen moeten komen. Dus, mensen op de radionieuwsredacties: stap af van het recept ‘schrijf korte zinnen’, stap helemaal af van zinnen als bouwstenen voor een bericht, en begin te schrijven zoals we écht praten!

Al 8 reacties — discussieer mee!