609-witZijn er kansen voor een nieuw gesproken woord-platform bij de publieke omroep? Jan Westerhof, de hoogste radiobaas van de NPO, reageerde op deze plek aanvankelijk enigszins gereserveerd maar niet afwijzend op mijn pleidooi voor een dergelijk experiment waarin niet alleen radiomakers maar bijvoorbeeld ook dichters, verhalenvertellers, toneelspelers en stand-up comedians zouden kunnen participeren. Waar hadden die reserves mee van doen? Vooral met het huidige gedrag van radioluisteraars die, ook als ze zich van nieuwe distributiekanalen zoals de computer of de mobiele telefoon bedienen, voornamelijk kiezen voor de traditionele, lineaire manier van consumeren – waarbij je moet wachten en moet afwachten wat je wanneer krijgt. Dit zou blijken uit het Intomart-onderzoek Radioplatforms en Radio via internet uit oktober 2009, waaruit Westerhof citeert.

Nu is het met dit soort peilingen zo, dat je er uit krijgt wat je er in stopt. En de titel geeft het al aan: in dit onderzoek wordt met ‘platform’ niet een geredigeerde site bedoeld waarop je programma’s in een bepaald genre kunt aanklikken en dan naar believen kunt beluisteren of neerladen, maar simpelweg het luisteren naar bestaande radioprogramma’s via, vooral, de pc. Dat neemt volgens Intomart snel toe, vooral onder jongeren, terwijl zelfs in ‘alle leeftijdscategorieën het aanklikken van een radiostation op het scherm wegens het gebruiksgemak wordt verkozen boven het ouderwetse gedraai aan knoppen’. Goed nieuws dus voor wie op internet nieuwe initiatieven wil nemen: het publiek heeft de apparatuur al weten te vinden – of gaat dat binnenkort doen.

Het lot van alle innovatie
Maar wil het in die digitale omgeving dan ook per se niet zelf kiezen voor wat het wanneer te horen krijgt? Daarover zegt het rapport niets. En dat kan ook niet. Omdat zo’n redelijk alternatief voor de traditionele zenders in de categorie ‘gesproken woord’ nog niet bestaat, kunnen de geënquêteerden er nu eenmaal ook geen voorkeur voor uitspreken. Dat is het lot van alle innovatie: de behoefte eraan kan maar moeilijk gemeten worden voor het aanbod een feit is. En al helemaal niet op grond van het huidige gebruik. Als we van dat laatste waren uitgegaan was er nu geen Teletekst, geen mobiele telefoon, geen Uitzending Gemist, geen zoekmachine, niet één nieuwssite en ga zo nog maar even door. Dan stond de wereld stil.

Het Intomart-rapport gaat uitdrukkelijk over ‘radio’ en vergelijkt dus bijvoorbeeld ook niet het luisteren naar zelfgekozen muziek met de door radioprogrammeurs geselecteerde en op een rij gezette stukken. Toch zal niemand beweren dat uit de nog steeds aantoonbaar grote populariteit van muziekradio blijkt dat er geen behoefte bestaat aan mp3-spelers. Het digitale domein biedt vele mogelijkheden en het aanbieden van traditionele, lineaire radio met al zijn charme van het onmiddellijke en het onverwachte is er daar gelukkig één van. Het vormt geen tegenstelling met een andere mogelijkheid: zelf kiezen wat, wanneer en hoe – on demand. Die tegenstelling moeten we dus ook niet willen scheppen. In sommige gevallen geldt zelfs dat beide mogelijkheden elkaar aanvullen en versterken.

Jan Westerhof wijst er terecht op, dat bepaalde moeilijker programmasoorten – zoals het radiodrama – nog altijd een heel behoorlijk publiek trekken op Radio 1 en Radio 4, van wel zo’n honderdduizend luisteraars. De vraag rijst dan natuurlijk onmiddellijk of het er geen honderdvijftigduizend zouden kunnen zijn op diezelfde zenders en met een ander uitzendtijdstip – maar daarmee belanden we in de aloude discussie over zenderprofilering, publieke taken versus publieksbereik en de cultuur die op tv en radio verbannen wordt naar ‘de randen van de nacht’. Been there. Meer zin heeft het om verhoging van het bereik voor zoiets als het veelbelovende nieuwe audiodrama De Moker na te streven via een nieuw platform, in een passende omgeving van soortgelijke programma’s, een omgeving die gecreëerd is door een kundige redactie en voorzien wordt van alle marketingtoeters en -bellen waarover de NPO beschikt, inclusief die van de bestaande zenders.

Drie programmasoorten
Dat zo’n platform meer moet zijn dan de simpele mogelijkheid om een programma als podcast te verkrijgen blijkt uit het geringe enthousiasme voor deze distributievorm. Althans als het gaat om wat ik nu maar steeds gemakshalve als ‘gesproken woord’ aanduid. In een eerdere bijdrage heb ik er voor gepleit om het begrip ‘radio’ alleen nog maar te gebruiken voor de analoge vorm van distribueren (en wat mij betreft ook voor de gezelligheid) en verder onderscheid te maken tussen Muziek, Nieuws en die derde categorie waarin onder meer de documentaire en het drama thuishoren. Deze drie programmasoorten gedragen zich namelijk ook als het om behoefte en verspreiding gaat verschillend.

Nieuws hoort vers te zijn, dat hoef je niet te podcasten, behalve als je een geinige verspreking van Govert van Brakel per se voor het nageslacht wilt bewaren, en dat is dan geen nieuws meer. Muziek wordt juist volop van het net geplukt en in de eigen apparatuur opgeslagen, omdat de luisteraar de ervaring vaak wil kunnen herhalen. Ik denk dat dit in veel mindere mate geldt voor gesproken woord. De meeste boeken en tijdschriften worden ook niet steeds herlezen. Maar dat is niet de enige reden waarom radiocast.nl van de NPO geen doorslaand succes is. Het komt ook doordat de programma’s hier rijp en groen worden aangeboden, nauwelijks voorzien van toelichting en zonder heldere zoekfuncties. Onduidelijk is zelfs, voor wie deze service eigenlijk is bedoeld.

Klaas Kuitenbrouwer van het Virtueel Platform deed in het opdracht van het Mediafonds een klein onderzoek naar de voorwaarden waaraan een nieuw platform dat specifiek geschikt is voor gesproken woord ook technisch zou moeten voldoen. De resultaten werden vorige maand tijdens de conferentie Woord.nl gepresenteerd. Ook Jan Westerhof was daarbij en reageerde live en intelligent – om zijn eigen woorden te gebruiken – op het gebodene. Onder meer met de aankondiging dat hij bij de NPO serieus haalbaarheidsonderzoek naar nieuwe verspreidingsmogelijkheden voor serious talk wil laten verrichten. De eerste resultaten zouden er al in december moeten zijn.

Hear, hear!

Nog geen reactie — begin de discussie!