expertiseSinds kort kent Nederland een Expertisecentrum Journalistiek, aanleiding voor De Nieuwe Reporter en Villamedia het deze week over “expertise” te hebben.

In de huidige survival tocht van journalisten is specialistische expertise een basisbenodigdheid. Het is zaak informatie inhoudelijk zo te verrijken – en bijvoorbeeld deels op niche-sites te presenteren – dat mensen bereid blijven de portemonnaie te trekken.

Veel van mobieltjes, economie of wielrennen weten is aardig maar het gaat om de toegevoegde waarde. Hoe creëer je die?

1/ Expert of expertise? ‘t Is aantrekkelijk genoeg om door gespecialiseerde opleiding en ervaring ergens expert in te zijn. Je spreekt met gezag en kunt als consultant of door je glansoptredens in cursussen, jury’s en congressen een centje bijverdienen. Maar expertise is journalistiek gezien interessanter.

2/ Onafhankelijk en wendbaar. Het belangrijkste nadeel van expert-zijn is dat je zelf een gevestigde bron bent en meegezogen wordt in een wereldje waarover je met distantie moet berichten. Belangenverstrengeling, prestigekwesties en zelfcensuur liggen op de loer en ondermijnen je handelingsvrijheid. Het is een reden voor veel media geen experts meer op de redactie te dulden (al blijven de experts-met-ondoorzichtige-belangen in alle takken van journalistiek en pseudo-journalistiek een plaag).

Een tweede nadeel is dat experts regelmatig in de doodlopende straten van achterhaalde of impopulair rakende specialismen belanden. Bij expertise ligt dat een tikje anders: het is een light-versie van specialistische deskundigheid, die switchen en meerdere terreinen coveren eenvoudiger maakt.

3/ Bronnenkennis. Expertise heb je wanneer de experts je misschien als een groentje beschouwen maar je voldoende van hun gebied afweet om de rest van de bevolking achter je te laten. Je komt bij dat begeerde tussenniveau in de buurt door zelf veel te weten en de gezaghebbende bronnen op “je” terrein blindelings te vinden en begrijpen. Ook weet je welke issues het gebied de komende jaren gaan beheersen.
Je doet je kennis niet alleen uit boeken op maar gaat erop uit en probeert werelden van binnenuit te leren kennen, bij voorbeeld door een stage te regelen, participerend te observeren of “incognito” op onderzoek uit te gaan.

4/ Analytisch vermogen. Ik schrijf expres “in de buurt”: bereiken doe je het gewenste expertiseniveau pas wanneer je je kennis ook efficiënt en effectief benut en vertaalt.
De meesten van ons zijn ijverig genoeg om specialistische kennis op te bouwen. We lezen een vakblad, hebben een adresboek vol telefoonnummers en beschikken over 500+ vrienden op Facebook of LinkedIn. Maar dat helpt nauwelijks bij het benutten van kennis, want dan komt het er plots op aan hoofd- van bijzaken te onderscheiden, problemen tot hanteerbare proporties terug te brengen en die net zolang uit te benen tot alle relevante informatie beschikbaar is. Alles scharniert dan, kortom, rond analytisch vermogen.

Zonder analytisch vermogen komt kennis niet “tot leven”, kun je die niet op een verhelderende manier op de aktualiteit loslaten en is hij journalistiek gesproken oninteressant.

5/ Analytische training. De belangrijkste vraag bij expertise is daarom niet of je wagonladingen kennis verzamelt maar of je er op een analytisch slimme manier mee omgaat en er nieuws en onthullingen uit destilleert.
Dat is een van de redenen waarom het Expertisecentrum Journalistiek is opgericht, een onafhankelijke vrijhaven waar je met behulp van de nieuwste kennis aktuele kwesties ontrafelt en er vanuit verschillende perspectieven naar kijkt. Maar analytisch vermogen kun je natuurlijk ook zelf uitbouwen door filosofie te bestuderen, alle soorten puzzels te maken en vooral boeken, veel boeken, te lezen.

6/ Tegendraads blijven. Zelfs de combinatie van kennis en analytisch vermogen weet ons niet altijd voor blinde vlekken en blunders te behoeden. Hoeveel van de tienduizenden financieel-economische experts of journalisten-met-expertise zagen de bankencrisis naderen? Hoeveel politieke insiders voorzagen de val van de Berlijnse Muur? Wie doorziet de voorlichters, spin-doctors en communicatie-adviseurs? Wie onthult ons dat de keizer geen kleren draagt?
Daarvoor zijn tegendraadse geesten nodig die in and out of the box springen en niet bang zijn bevreemdende waarheden te verkopen. Dat vermogen heb je of heb je niet, het is maar tot op zekere hoogte “trainbaar”.

7/ Expertise delen. Een journalistieke wijsheid luidt dat je snel en goedkoop expertise opdoet door na een interview wat na te babbelen met je bron. Het klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het meestal ook. Ten eerste werken journalisten tegenwoordig vooral vanachter telefoons en pc’s waar een intieme nababbelsfeer ontbreekt. Ten tweede zijn professionals geen Sinterklazen: ze worden toeschietelijk om expertise te delen als het ook echt om delen gaat en ze er wat voor terugkrijgen. Dat kan een nieuwtje zijn maar ook expertise helpt.

8/ Efficiënt investeren. Beoordeel borrels, virtuele netwerken en twittersessies ook eens op hun expertise-gehalte. Stel je leest vijf tweets voor elke tweet die je zelf schrijft. Elke geposte tweet staat dan gelijk aan een tijdsbesteding van 6,5 minuten. Een lichte gebruiker besteedt op die manier 70 minuten per maand aan Twitter, de matige gebruiker 385 minuten en de zware gebruiker 1.750 minuten. Tel dit op bij de minuten of uren die je in andere vormen van “netwerken” steekt en stel de vraag of het rendement ervan opweegt tegen dat ene briljante boek of nuttige seminar.

9/ Wijsheid van de massa. Ook het (dikwijls verkeerd geduide) verschijnsel wisdom of crowds kan helpen. De auteur van The Wisdom of Crowds, James Surowiecki, bewijst dat de massa het bij veel beslissingen beter weet dan de experts. “Onder de juiste omstandigheden,” schrijft hij, “zijn groepen opmerkelijk intelligent, en vaak slimmer dan de slimsten in hun midden.”
In die zin kan het gebruik van formele of informele peilingen – ook via Twitter – de journalistiek dichter bij de waarheid brengen. Maar het blijft een hulpmiddel: om de elkaar vaak tegensprekende gegevens te duiden is toch weer eigen expertise nodig.

10/ Technologie en marketing. Tot slot: ook de expertise om informatie als journalist eigenhandig technologisch te ontsluiten, vormgeven en vermarkten ontwikkelt zich tot een belangwekkend specialisme waarmee goed geld te verdienen valt. Het summum derhalve: een combinatie van inhoudelijke en technologische expertise.

De auteur is een van de oprichters en bestuurslid van het Expertisecentrum

Al 4 reacties — discussieer mee!