Zelfmoord briefIn West-Friesland haalde de zelfmoord van een tiener deze zomer de voorpagina van het Noord Hollands Dagblad. De lokale GGZ vindt dat maar niks. Tijd voor een mediadebat. Want de mediacode schrijft voor dat je over zelfmoord zwijgt. Maar de mediacode bestaat helemaal niet. En bovendien heeft de GGZ zelf in West-Friesland  zelfmoord op de agenda gezet.

‘Een macabere hype’, zo omschrijft GGZ-projectleider preventie Niek Kuijper het tijdens het mediadebat deze week. Het debat ging  over zelfmoord in de pers en vond plaats op het hoofdkwartier van het Noordhollands Dagblad in Alkmaar. De zelfmoord van een West-Friese tiener werd deze zomer breed uitgemeten op de voorpagina van de regionale krant. Het artikel vermeldde allerlei details, zoals de plaats waar de jongen voor een trein stapte. De manier waarop de media met de zaak omgingen bezorgt preventiedeskundigen zoals Kuipers ‘koude rillingen’.

Het nieuws werd snel overgenomen in de landelijke media. Met feiten en cijfers werd niet al te zorgvuldig omgesprongen. Zo meldde de NRC dat in Westfriesland 3 zelfmoorden per week plaatsvonden. Later bleek dat een tikfout. Het moesten er drie per jaar zijn. Voorzitter GGZ-Nederland Marleen Barth hamert tijdens het debat voortdurend op die cijfers. “Het zelfmoordaantal in de provincie Noord Holland ligt niet hoger dan in andere provincies.”

Ook andere feiten moesten het ontzien. In het artikel de dag na de zelfmoord, maar ook in de reportage die Hart van Nederland later maakte werd gesuggereerd dat de zelfmoord iets met drank- en drugsmisbruik te maken zou hebben. Chef redactie Westfriesland/Enkhuizen Michiel Snik geeft achteraf toe dat dat waarschijnlijk niet het geval was. “We kennen de familie een beetje en de vriendengroep van de jongen. Het is niet waarschijnlijk dat in dit specifieke geval drugs en drank een rol speelden.”

Hijgerige media
Het lijkt een uitgemaakte zaak. De hijgerige media zoeken een sensationeel kijkcijferkanon in komkommertijd. Een jongen pleegt zelfmoord en ze duiken er bovenop. Genoeg reden voor GGZ-er Kuipers om de media om een ‘medialuwte’ te vragen. Het lijkt te werken. Twee weken later vindt er opnieuw een zelfmoord plaats. Daarover wordt in de krant niet bericht.

Maar nu wordt het Snik toch iets te gortig, want zo zat het niet. ‘De eerste jongen speelde op hoog niveau voetbal, iedereen kende hem. Bovendien is zijn familie in deze streek bekend. Zijn zelfmoord zorgde voor veel onrust. Dat is voor ons een reden om er over te schrijven.’ De zelfmoord twee weken later was anders. ‘Alleen de school, de ouders en wij waren op de hoogte. Dat hebben we zo gehouden.’

Bovendien is zelfmoord op de agenda komen te staan sinds de burgermeester van Stedenbroek er een symposium over organiseerde. Aanleiding voor het symposium was het hoge zelfmoordaantal onder jongeren in de streek. De GGZ en andere hulpverleningsinstanties werkten aan het symposium mee. Op het symposium werd het verband gelegd tussen zelfmoord en drank- en drugsmisbuik. Op het symposium bleek dat in het stukje van de provincie Noord-Holland dat West-Friesland heet, het zelfmoordcijfer wel degelijk veel hoger ligt dan het landelijk gemiddelde, al geldt dat niet voor de provincie in zijn geheel.

Al deze feiten samen -het symposium, de cijfers en de bekendheid van de jongen die zelfmoord pleegde- maakt dat het raar zou zijn als de krant er niet over zou schrijven. Barth van de landelijke GGZ heeft zelf acht jaar als journalsit gewerkt en snapt dat wel. ‘Het gaat er niet om dat er niet over bericht mag worden, maar hoe er over bericht wordt.’ Ze is het niet eens met haar collega van de lokale GGZ. ‘Ik zou niet willen oproepen tot medialuwte, maar tot mediaverstandigheid.’

Imitatiegedrag
Niet doodzwijgen dus. Een chauffeur uit het publiek is het daar mee eens. ‘Je moet mensen die twee uur in de file staan of op de trein staan te wachten toch uitleggen wat er aan de hand is.’ De reportage van Hart van Nederland ondersteund die aanpak. Een vader van een jongen in voor die zelfmoord heeft gepleegd ziet in het West-Friese zwijgen over problemen juist één van de oorzaken voor de vele zelfmoorden in het gebied.

Onder verstandigheid verstaat Barth niet het verzwijgen van de zelfmoord, maar wel het verzwijgen van locatie en methode. Ook in algemene termen mag er niets over gezegd worden. Zelfs niet als het steeds op dezelfde plek gebeurd of als honderden rezigers zich afvragen wat er aan de hand is. Uit onderzoek is volgens haar gebleken dat die informatie tieners aan kan zetten tot imitatiegedrag. Dat zou in de mediacode voor zelfmoord moeten staan.

Die mediacode komt voortdurend in de discussie terug. Maar dat is gek, vindt secretaris van de Raad voor de Journalistiek Daphne Koene. ‘Er bestaat geen mediacode over zelfmoord. Waarschijnlijk wordt gedoeld op de richtlijnen die de zelfmoordpreventiestichting Yvonne van de Ven heeft opgesteld. De algemene mediacode gaat in op zaken als privacy, maar niet specifiek met betrekking tot zelfmoord.’ De Raad erkent de richtlijnen van de stichting op geen enkele manier, vermeldt ze niet op zijn website en linkt er zelfs niet naar.

Tegengestelde belangen
Dus is er sinds het vorige debat over zelfmoord en media niets veranderd. De media maken journalistieke keuzes, maar proberen tegelijk zo zorgvuldig mogelijk met zaken als zelfmoord om te gaan. Soms gaat het mis. Hulpverlenende instanties hebben hun eigen belangen en proberen media in te zetten om die belangen te behartigen. De lezers willen weten wat er in hun streek aan de hand is. En de direct betrokkenen willen vooral met rust gelaten worden. De tegengestelde belangen blijven bestaan en over twee jaar voeren we weer het zelfde debat.

Lees ook Hoe moeten media berichten over zelfmoord?

Al 5 reacties — discussieer mee!